Gezellige hoogbouw

Mooie hoogbouw is niet lelijk en nog mooiere hoogbouw staat in een groep bij elkaar. Dat schreef de Rotterdamse `Commissie voor welstand en monumenten' in het verslag van haar vaak weinig gewaardeerde werk in de afgelopen tien jaar. Het adagium van de commissie vindt gehoor. In het gebied Coolsingel-Weena mogen nog meer superhoge gebouwen komen. Nieuwe `wolkenkrabbers' mogen in beginsel onbeperkt hoger worden dan de huidige hoogste kantoortoren van Nederland, de koele, ruim 180 meter hoge gigant van Nationale Nederlanden aan het Weena.

De gemeenteraad stemde vorige week in met actualisering van het Rotterdamse hoogbouwbeleid. Superhoogbouw (hoger dan 150 meter) mag op Weena/Coolsingel en op eenzame plekken in de periferie van het centrum. Elders in de binnenstad en op de Wilhelminapier blijft het maximum van 150 meter hoog van kracht.

De weg lijkt dus vrij voor de bouw van een toren van 185 meter hoog aan het Stadhuisplein op de plaats van het Luxortheater. Dat komt leeg te staan als het nieuwe Luxor, op de Kop van Zuid, komend voorjaar gereed komt. Het plan voor de nieuwe toren is van projectontwikkelaar Bouwfonds en voorziet onder meer in een theater met een beperkte capaciteit, een zogenoemde middenzaal, waaraan in het centrum van de stad behoefte zou zijn voor kleinere producties die niet geschikt zijn voor het nieuwe Luxor. Het eerste ontwerp van de Amerikaans-Nederlandse architect Rene Steevensz voor de Luxortoren viel niet in de smaak bij de welstandscommissie (`minder dan gemiddelde kwaliteit') en was ook een steen des aanstoots voor de raadsfractie en wethouder Herman Meijer van GroenLinks. Hun poging om de hoogbouw aan de Coolsingel (en het Stadhuisplein) te beperken tot maximaal 150 meter en dus geen Luxortoren - liep op niets uit.

Met de nieuwe hoogbouwnota wordt drie jaar delibereren afgesloten. In 1998 werd de gemeente verrast door een initiatief om de Euromast tot ruim 300 meter hoog te `verbouwen'. Architect Jan Hoogstad kwam kort daarop met een plan om woon- en kantoortorens van 250 meter langs de noordelijke Maasoever neer te zetten. De gemeente vroeg advies van de Engelse stedebouwkundige John Worthington om de hoogbouwontwikkelingen in goede banen te leiden. Zijn advies is in grote lijnen gevolgd. Zo wordt hoogbouw langs de Maas beperkt: de rivier moet een open `dal' tussen de in hoogte oplopende bebouwing blijven en torens langs de oevers mogen de achterliggende stad niet visueel afsluiten. De welstandscommissie die de afgelopen jaren vaak op tegenwerking stuitte, krijgt meer statuur. Er zal vooral beter gelet worden op de `plintfuncties' van gebouwen. Want de Weenatorens mogen van veraf indrukwekkend en van dichtbij mooi hoog zijn, op de begane grond is niets te beleven. Hoogbouw moet ook gezellig blijven.