Gepantserde vredesmissionaris

Meer dan hem mogelijk lief is, staat scheidsrechter Jaap Uilenberg in het centrum van de belangstelling. Bijna elke keer wanneer hij op zijn fluit blaast, raakt de voetbalwereld in rep en roer. En besluit hij eens een keer niet te blazen, dat loopt hij het risico door betrokkenen onheus bejegend te worden alsof hij zich schuldig maakt aan schending van mensenrechten. Ach, eigenlijk doet een scheidsrechter het nooit goed.

Uilenberg wordt nog beschouwd als een der meest standvastige scheidsrechters. Hij is een man die niet gauw onder de indruk raakt van de barbarij in en rond het voetbalveld. Bijna niets ontgaat hem, bijna niets kan hem ervan weerhouden een integere arbitrale beslissing te nemen. Wie hem over het veld ziet rennen in de hoop altijd op tijd op de plaats van het delict te zijn en wie hem ziet speuren naar mogelijk onheil, zou onder de indruk moeten raken. Maar getuige de commentaren die men in de voetbaljungle kan beluisteren, blijft Uilenberg evenals zijn collega's een gezworen vijand.

Dat zeurt maar door over een doelpunt dat hij niet toekende, dat pruttelt maar door over een handsbal die hij niet zag of over een buitenspelgeval dat hij niet juist beoordeelde, dat zevert maar door over `gebrekkige' communicatie met de assistenten aan de zijlijn. Altijd is de scheidsrechter de schuld van een nederlaag en vergeten spelers, trainers, bestuurders, supporters en commentatoren dat scheidsrechters slechts mensen zijn, dat zij ogen en oren te kort komen en onder immense druk moeten proberen een juiste beslissing te nemen.

Er is nog geen speler door een elleboogstoot geveld of hij slaat zelf terug. Weinig betrokkenen bekennen de overtreding gezien te hebben, nog minder betrokkenen luiden de noodklok over deze onmiskenbare verruwing. Steeds meer spelers proberen de scheidsrechter te misleiden met gesimuleerde valpartijen of proberen hem in woord en gebaar over te halen een gele, liefst een rode kaart te trekken. Wie zich zoals Uilenberg staande kan houden in deze opstandige wereld, verdient een koninklijke onderscheiding.

Wat beweegt een 50-jarige employé van een prominente bankonderneming zich week in week uit in deze verdorven sportwereld te manifesteren als een vredesmissionaris? Is deze man uit Losser dan zo ijdel, komt hij in zijn `normale' leven dan zoveel aandacht en opwinding te kort? Wil hij elke week een stukje als dit lezen, waarin hij wordt geprezen om zijn moed? Wie weet. Vorig jaar nog werd hij gedwongen zijn loopbaan te beëindigen, omdat de regels een man ouder dan 47 jaar verbieden een profvoetbalwedstrijd te leiden. Uilenberg bevocht in een rechtszaak met zijn collega's Schaap en Kardol met succes deze vorm van leeftijdsdiscriminatie en fluit en rent er nu weer op los – net zo bevlogen, gewetensvol en standvastig als voorheen.

Van psychische en fysieke slijtage lijkt nauwelijks sprake. Gelukkig maar, want scheidsrechters van zijn kaliber dienen gekoesterd te worden. Toch mag de beweegreden om voor scheidsrechters een leeftijdslimiet te hanteren, niet onderschat worden. Van scheidsrechters wordt steeds meer gevraagd. Zolang de electronische waarneming niet wordt ingevoerd en de televisiecamera's steeds nadrukkelijker en tot in herhaling inzoomen op omstreden spelsituaties en niet bestrafte overtredingen, komen scheidsrechters onder grotere druk te staan.

Wat Uilenberg cum suis beweegt, is een relevante vraag. Belangrijker zijn de vragen: wie beschermt hem tegen die vijandige mensen en wie helpt hem het voetbal te verlossen van alle vuil?