Den Bosch

ER WAS EENS een tijd waarin rellen zich grotendeels volgens een vast patroon voltrokken. Als de politie het hoofd moest bieden aan ongeregeldheden op straat, was er vaak een (piepkleine) politieke angel te bespeuren. Niet toevallig waren Amsterdam en Den Haag toen meestal het toneel van stenen en traangas. Het ging dan bijvoorbeeld om een demonstratie tegen vermeend onrecht die om een of andere reden uit de hand liep. Zelfs krakers verstoorden de openbare orde indertijd niet louter en alleen voor een dak boven hun hoofd of voor de lol. Ze hadden ook maatschappelijke doelen, hoe naïef of verwerpelijk hun middelen niet zelden waren.

Krakers bestaan nog steeds. In Amsterdam moeten mobiele eenheden van de politie met enige regelmaat een pand helpen ontruimen. Maar de meeste grootschalige rellen spelen zich de laatste jaren in een andere context af. Ze zijn steeds vaker een reactie op een ogenschijnlijk onbeduidend incident: op een interventie van de politie in een buurt of een aanhouding van een kleine crimineel. Als andere buurtbewoners of vrienden van de arrestant zich vervolgens tegen de surveillerende agenten keren, blijkt er een lont in een kruitvat te zitten die de politie niet heeft gezien en daarna slechts met de grootst mogelijke moeite onschadelijk kan maken. Soms hebben de relschoppers een verleden in het lokale voetbalvandalisme. Maar het voetbal zelf is veelal niet de aanleiding om de boel gewelddadig op stelten te zetten.

Zo ging het daags voor de jaarwisseling van 1997/98 in de wijk Oosterpark in Groningen, waar een groep jongeren aan het plunderen sloeg zonder dat de politie er iets tegen deed. De rellen in de buurt Krispijn in Dordrecht in 1999 hadden een vergelijkbare chronologie. Na de aanhouding van een bromfietser sloeg de vlam daar in de pan, moesten te hulp geschoten agenten zich terugtrekken en kon de ME pas later orde op zaken stellen.

DE ONGEREGELDHEDEN in Den Bosch afgelopen weekeinde lijken een vergelijkbaar patroon te hebben. Het begon zaterdag in Hambaken met een burenruzie, waarvan er dertien in een dozijn gaan. Een agent die poolshoogte kwam nemen, voelde zich volgens hoofdcommissaris Van Hoorn bedreigd door de ruziemaker die een mes te voorschijn had gehaald en schoot daarom uit zelfverdediging. Nadat bekend was geworden dat de man om het leven was gekomen, verzamelde de harde supporterskern van de voetbalclub FC Den Bosch zich in de buurt om de dood van hun kompaan van de M-side te wreken. Het resultaat was een veldslag die zich uitbreidde naar de Graafse wijk en het centrum. Als in de Middeleeuwen of vroegmoderne tijden werden zelfs de bruggen over de Zuid-Willemsvaart opgehaald om de voorkomen dat de vandalen naar de binnenstad konden optrekken. De politie was zo overdonderd dat ze zelfs met de gedachte heeft gespeeld andere wapens dan traangas in te zetten.

DE OORZAAK van dit krankzinnige weekeinde in Den Bosch is onbekend. De rijksrecherche onderzoekt het schietincident. Burgemeester Rombouts heeft het Crisis Onderzoeksteam (COT) uit Leiden gevraagd het geheel aan nadere studie te onderwerpen.

Dat is geen eenvoudige opdracht voor het COT, dat tegenwoordig met de regelmaat van de klok wordt ingeschakeld door lokale autoriteiten die het zelf ook niet meer weten. Hambaken en Graafse wijk zijn namelijk betrekkelijk gewone gemeenschappen. Op grond van de primaire sociaal-economische indicatoren lijkt er geen sprake te zijn van uitzonderlijke omstandigheden. De buurten worden bevolkt door gezinnen met jonge kinderen uit de lagere middenklasse. Ook de verhouding tussen zogeheten `allochtonen' en `autochtonen' wijkt amper af van het gemiddelde in vergelijkbare wijken.

Wellicht is de burenruzie in Hambaken uit de hand gelopen omdat de politie niet bedacht was op naderend onheil. Anders dan in grote steden als Amsterdam en Den Haag mist het korps in Den Bosch de ervaring met spontane uitbarstingen van geweld. Zeker is dat een confrontatie met de politie een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefent op jonge mannen die, zeker in het weekeinde na overmatig drankgebruik, denken dat een gewelddadige rel hun status aan de toog verhoogt.

Hoe dan ook, het patroon van de laatste jaren noopt tot een benadering die zich niet beperkt tot clichés. Want kennelijk broeide er ook in Den Bosch iets in buurten die weliswaar niet rijk zijn, maar zich evenmin kunnen tooien met het epitheton `achterstand'. Een land dat zich erop beroemt dat het rationeel wordt bestuurd, kan het zich niet veroorloven stammenoorlogjes af te doen als het onvermijdelijke neveneffect van de wekelijkse roes op zaterdagavond.