Zelfstandig Porsche ziet zichzelf terug in auto's concurrent

Porsche heeft het beste jaar uit zijn 52-jarige geschiedenis achter de rug. De enige maker van extravagante sportwagens die nog zelfstandig is.

,,Het lijken wel apen die klauteren in een pakhuis.'' Het waren niet de meest vleiende bewoordingen waarmee de Japanner Chihiro Nakao begin jaren negentig de situatie omschreef die hij aantrof op de werkvloer bij Duitslands legendarische fabriek voor sportwagens Porsche.

Om Porsche te redden van de ondergang haalde de nieuwe topman, Wendelin Wiedeking, Japanse consultants naar Stuttgart-Zuffenhausen. Adviseurs van Shin-Gijutsi, een managementgroep die het van Toyota afgekeken lean production (productie-zonder-franje) in praktijk bracht. Overigens niet alleen voor de autoindustrie, maar ook in de voedingsmiddelenindustrie en bij fabrikanten van landbouwmachines.

Ruim acht jaar na zijn aantreden kan Wiedeking tevreden constateren dat het reorganisatieproces bij Porsche meer dan geslaagd is. Het op 31 juli afgesloten boekjaar liet een omzet zien van 7,134 miljard mark en een winst voor belasting van 848,5 miljoen mark. De vraag naar de beide Porsche-modellen 911 en Boxster leverde met 48.797 auto's eveneens een record op. Bijna de helft van de auto's werd afgezet in de Verenigde Staten, de grootste markt van Porsche.

,,Maar om je van een succesvolle toekomst te verzekeren, moet je je heel goed bewust zijn van je verleden,'' zei Wiedeking vorig jaar in een gesprek op het hoofdkantoor van Porsche in Stuttgart. Hij heeft Porsche behoed voor het lot dat andere fabrikanten van extravagante sportwagens als Ferrari en Aston Martin hebben ondergaan. Fabrikanten die alleen kunnen overleven omdat zij opereren onder de kapitaalkrachtige paraplu van concerns als Fiat en Ford.

Vanaf volgend jaar wordt het modellenprogramma van Porsche uitgebreid met de 911 GT2, wat de snelste sportauto van de fabriek moet worden. In Leipzig ontwikkelt Porsche een zogeheten `terreinwagen', de Cayenne, die vanaf 2002 in productie wordt genomen.

Wiedeking logenstraft daarmee de kritiek uit de autowereld dat Porsche te star is en te lang aan een verouderde modellenpolitiek zou vasthouden. Porsche kan zich in tegenstelling tot grote kapitaalkrachtige autofabrikanten niet veroorloven miljarden marken over de balk te gooien door in de verkeerde modellen te investeren.

Het bedrijf is nog steeds grotendeels in handen van de families Porsche en Piëch (VW-bestuursvoorzitter Ferdinand Piëch is een volle neef van oprichter Ferdinand Porsche). Aan het begin van de jaren negentig redden zij Porsche door er enkele honderden miljoenen mark in te investeren.

Porsche moet zelfstandig blijven, vindt Wiedeking. Hij ziet met lede ogen de ontwikkelingen aan in de autoindustrie, waar in zijn optiek over tien jaar nog maar enkele grote spelers zullen overblijven. `Dinosauriërs' heeft hij ze herhaaldelijk genoemd. Om vervolgens te bedenken: ,,Maar wat leert de geschiedenis ons? De dinosauriërs zijn allemaal uitgestorven.''

Een van de belangrijkste nevenactiviteiten van Porsche is het werken aan technische opdrachten voor derden, of het nu de inrichting van een Airbus-cockpit betreft of het ontwerp van een stuursysteem voor Volvo. Het Porsche designcentrum (bekend van de zonnebrillen) is beroemd. ,,Op autoshows staat niet één wagen of er is wel een stukje Porsche in verwerkt'', is derhalve het credo van de Porsche-baas.