Waarom trekt alternatief?

Terwijl de serieuze geneeskunde dagelijks aan kracht wint, floreert alternatief. Terwijl wij steeds beter weten hoe ons lichaam werkt, hoe ziekte ontstaat en hoe kwalen gericht voorkómen of bestreden kunnen worden, gaan patiënten in drommen naar alternatieve genezers met hun 19de-eeuwse geneeskunst. Dat zijn niet alleen `uitbehandelde' patiënten die zich aan alternatieve strohalmen vastgrijpen, maar ook mensen met gewone kwalen. Hoe komt dat? Waarom trekt alternatief?

Twee jaar geleden publiceerden Kaptchuk en Eisenberg een aansprekend stuk over de aantrekkingskracht van alternatief in de Annals of Internal Medicine (1998: vol. 129, pagina 1062). In dit stuk en de discussie erom heen, komen een aantal pluspunten van alternatief naar voren: alternatief sluit beter aan bij het beeld dat de patiënt heeft van zijn eigen ziekte en is minder bedreigend voor de patiënt; alternatief biedt de patiënt meer mogelijkheid om zelf tegen zijn ziekte te vechten; alternatief integreert geneeskunde effectiever met religie en mystiek; en alternatief biedt meer troost en hoop.

Op elk van deze punten zit de serieuze geneeskunde in een paradoxale situatie. Het beeld dat de patiënt heeft van zijn ziekte is vaak onjuist en een eerlijke, kundige dokter zal geneigd zijn om dat onjuiste beeld bij te stellen en daarmee de patiënt tegen de haren in te strijken. De mogelijkheden voor patiënten om zelf tegen hun ziekte te vechten zijn meestal beperkt en de serieuze dokter, die zijn patiënt niet voor de gek wil houden, heeft niet veel verantwoorde suggesties om die vechtlust te voeden. Weliswaar staat vast dat gemotiveerde patiënten, die therapietrouw zijn en alles doen om in goede conditie te blijven, betere overlevingskansen hebben dan patiënten die bij de pakken neerzitten, maar de verschillen zijn helaas niet groot. De integratie van geneeskunde met religie, de medicijnman, is juist met moeite ontvlochten in de wetenschappelijke geneeskunde. De mystiek is vervangen door maat en getal en bewezen effectiviteit. Geen serieuze dokter wil terug naar voodoo-geneeskunde.

Evenals alternatief biedt iedere goede dokter troost en hoop, maar de openheid van de hedendaagse geneeskunde kan daar afbreuk aan doen. De patiënt krijgt de gecompliceerde waarheid in beperkte tijd opgediend; de slechte kansen moeten gemeld; het dossier mag worden ingezien. Daarbij komt dat serieuze geneeskunde zich kwetsbaar opstelt door openbare zelfkritiek. Wat vandaag werkte, blijkt morgen achterhaald en de patiënt krijgt dat te horen. Hoe vaak patiënten het verkeerde geneesmiddel krijgen, of door de dokter zieker gemaakt worden in plaats van beter, is geregeld in de krant te lezen. Zo kan gezonde medische zelfkritiek tot ongezonde twijfel leiden bij de patiënt.

Alternatief zit hier niet mee. De patiënt is uniek, dus er is geen controlegroep, die laat zien dat de therapie niet werkt. De patiënt is trouwens zelf verantwoordelijk voor zijn genezing. Wie niet geneest, wilde niet echt genezen. De alternatieve therapeut treft geen blaam. Een enkele keer gaat er iets goed mis, – 100 Belgen met vernielde nieren na Chinese kruiden; een diabeet omgebracht met homeopathie –, maar de alternatieve behandelaars vormen zo'n heterogene groep dat zulke catastrofes geen afbreuk doen aan het patiëntvriendelijke image van alternatief.

Een sterke trekpleister is de nadruk op de natuur van alternatief. In de alternatieve denkwereld is de natuur onschuldig, onbedorven, puur en perfect. De natuur herstelt het evenwicht; bronwater reinigt het lichaam; kruiden zuiveren het bloed. Natuurlijk staat tegenover artificieel, synthetisch, technologisch. Dat het natuurlijke mensen aanspreekt, is evident maar curieus. Wie opgelet heeft bij de biologieles, weet dat de natuur onvolmaakt is, wreed, en gifrijk. Maar zo ervaart niemand dat. Door een wonderlijke schakeling in ons brein zien wij de natuur als mooi en harmonieus. Natuurlijk is daardoor een aansprekende propagandaterm geworden, zoals democratisch. De geneeskunde kan daar niet veel mee. Heupvervanging, chemotherapie, bestraling, de serieuze geneeskunde is onnatuurlijk en poogt juist te voorkomen dat de natuur haar fatale loop neemt.

Alternatief werkt graag met `kosmische krachten' of de eigen `spirituele energie' van de patiënt. Wie door ziekte uit zijn leven valt en geïsoleerd raakt, moet `levenskrachten' en `psychische verbeeldingskracht' mobiliseren. `Energieveldverstoring' is een geliefde alternatieve diagnose en deze stoornis kan door therapeutische aanraking (handoplegging) worden genezen. Dit zijn uiteraard loze begrippen, maar veel mensen voelen zich door zulke pseudowetenschappelijke termen aangesproken. De serieuze geneeskunde kan er niet mee werken. Die zit vast aan zakelijke, vaak onaangename diagnoses en pijnlijke, beangstigende ingrepen. Een uroloog met endoscoop is bedreigender dan een piskijker; de diagnose kanker ontregelt mensen meer dan de diagnose `energieveldverstoring'.

De alternatieve denkwijze bevat dus elementen, die een wetenschappelijk verantwoorde geneeskunde moeilijk kan leveren. Vandaar het idee om de minst schadelijke alternatieve behandelwijzen een eigen status te geven, complementair aan de echte geneeskunde. Met een steeds mondiger patiënt, die de geneeskunde zoekt die hem aanspreekt, is een verdere uitbreiding van het alternatieve circuit toch onvermijdelijk. De mensen zijn trouwens mans genoeg om bij ernstige, behandelbare kwalen om serieuze geneeskunde te vragen. De dokters worden voldoende in het oog gehouden, zodat zij frutseltherapieën alleen gebruiken bij onnozel ongerief of onbehandelbare kwaal. Een kind dat valt wordt toch ook getroost met een pleister of een snoepje? Er is toch geen Italiaanse dokter die een patiënt wegstuurt zonder recept?

In Amerika heeft deze opvatting inmiddels de universitaire wereld bereikt (zie Science, 2 juni 2000). Amerikaanse politici zijn even gevoelig voor de aantrekkingskracht van alternatief als Nederlandse politici en zij hebben het National Institute of Health gedwongen om een Instituut voor Complementaire en Alternatieve Geneeskunde op te zetten, waarvan het budget dit jaar is opgelopen tot 70 miljoen dollar. Veel goede Amerikaanse universiteiten hebben een eigen centrum voor alternatief opgezet, in de hoop om onderzoeksgeld en patiënten te trekken en om studenten wegwijs te maken in de alternatieve jungle. Zo'n centrum staat onder curatele van de reguliere geneeskunde, zodat de kans op brokken klein is.

Studenten harden tegen de verlokkingen van irrationele, lucratieve therapieën is uiteraard een legitieme taak van medische faculteiten. Onderzoek van een alternatieve therapie kan ook nut hebben. Hoewel dit kaf al goed is uitgekamd, kan er best nog een verdwaalde korenkorrel tussen zitten. Het lijkt mij echter een illusie dat regulier en alternatief overtuigend van één kansel kunnen preken. Een medische faculteit die de evidence-based geneeskunde uitdraagt kan niet ook een potpourri van flauwekul doceren en geloofwaardig blijven.

Alternatief heeft trouwens zelf ook niets te winnen bij een inpassing in het keurslijf van de evidence-based medicine. Hoewel alternatief altijd hunkert naar `wetenschappelijke' erkenning, zal die erkenning averechts werken. Juist het tegendraadse, anti-establishment, anti-rationele trekt mensen aan in alternatief. Juist een positie buiten de reguliere geneeskunde maakt alternatief aantrekkelijk voor patiënten, die regulier niet aan hun trekken komen. De poging om regulier met alternatief te verzoenen heeft geen rationele basis en is een modeverschijnsel dat mijns inziens tot mislukking is gedoemd.

Wat dan? If you cannot join them, beat them! Ondergraaf alternatief door betere, patiëntvriendelijker en bescheiden geneeskunde. Door betere geneeskunde, want geen zinnig mens kiest alternatief voor een ontstoken appendix, een gebroken been of een Hodgkin-lymfoom, waar de reguliere geneeskunde doorgaans genezing biedt. Door patiëntvriendelijker geneeskunde met begrip voor de ziekteopvatting van de patiënt en met ruimte voor hoop en troost zonder paternalisme. Uitspraken als `u hebt nog 3 maanden te leven; wij kunnen niets meer voor u doen' zijn niet alleen onzinnig, maar ook cru en onnodig. Dokters kunnen wel iets zeggen over gemiddelde levensverwachting, maar niet over een individuele patiënt. Door bescheiden geneeskunde, want uiteindelijk draagt de natuur altijd zelf minstens zoveel bij aan de genezing als de dokter. De stukken bot moeten weer aan elkaar groeien, nadat ze met schroeven op hun plaats zijn gebracht; de wond moet helen; het verloren bloed moet worden bijgemaakt; de verspreide kankercellen moeten door het organisme zelf worden opgeruimd. Zelfs een simpele bacteriële infectie is moeilijk met antibiotica te bedwingen als de eigen afweer van de patiënt niet een handje helpt. Die eigen bijdrage zou meer nadruk mogen krijgen.

Uiteraard blijft het nodig om de ongefundeerde claims van alternatief te ontmaskeren. Alternatief is alternatief, omdat de werkzaamheid niet is aangetoond, vaak niet kan worden aangetoond en, op rationele gronden, niet verwacht mag worden.