Voetbal verbroedert

Een jaar geleden kreeg mijn vrouw een baan aangeboden bij de Verenigde Naties in Papoea Nieuw Guinea. Daardoor was ik genoodzaakt mijn amateurcarriere als spelbepaler in een vriendenteam bij SC Buitenveldert te onderbreken. De club waar ik me na enkele maanden in Nieuw Guinea heb aangemeld heet University en is een van de topteams van de hoofdstad Port Moresby.

Voetbal is hier de derde sport, na rugby en netbal, een soort ver neefje van korfbal. Er wordt hier niet `uit' en `thuis' gespeeld. Alle wedstrijden in de hoofdklasse worden gespeeld op twee voetbalvelden. Deze velden bevinden zich in een rommelige hoek van het Bisini sportcomplex, achter een gedeukte toegangspoort met een hangslot erop, waarlangs men over een uitgesleten paadje het terrein op kan lopen. Links van de poort staat een kale keet voor de officials en aan de rechterzijde zijn wc`s en zelfs douches, maar ik heb zelden iemand daar naar binnen zien gaan. Overal ligt troep en de gammele tribunes zijn bezaaid met rode vlekken van het vocht dat de mensen van het betelnoot kauwen in de mond krijgen en overal uitspugen.

Er is geen kantine en er zijn geen kleedkamers. We kleden ons om in het smalle reepje schaduw achter een tribune of gewoon langs het veld en doen een uiterst korte warming up, want anders zijn we al onze energie kwijt voor de wedstrijd begint. De shirts trekken we pas aan als we het veld opgaan, zodat ze niet al door en door bezweet zijn. Vlak voor de aftrap steken we in een kring de koppen bij elkaar en wordt er een gebed uitgesproken. De velden zijn erbarmelijk. Meestal is het veld gortdroog en bezaaid met steentjes, waarop de bal in alle richtingen kan opspringen en waar je je lelijk aan kunt openhalen. Tijdens de rust en na de wedstrijd zitten we meestal in de brandende zon aan de kant van het veld en luisteren naar de coach die tussen de zinnen door heel bedaard zijn nagels staat bij te knippen.

Hoewel Papoea Nieuw Guinea al vijfentwintig jaar onafhankelijk is, maken de blanken eigenlijk nog altijd de dienst uit. Er is een heel kleine, steenrijke inheemse elite, die formeel bekleed is met de macht, maar het lijkt alsof die nergens anders mee bezig is dan met persoonlijk gewin. Ondertussen wordt het land leeggehaald door buitenlandse ondernemingen. Er loopt een scherpe scheidslijn door de samenleving en onvermijdelijk kwam ik aan de `rijke' zijde van de grens.

De enige plek in de hoofdstad waar elk verschil voor mij volkomen werd opgeheven was op het voetbalveld. Als ik aan kwam lopen keek er nog wel eens iemand op en soms wilde iemand mij overdreven beleefd de hand schudden, maar als de bal eenmaal rolt, gaan we er even hard in en schelden we op elkaar en omhelzen elkaar. Dan gaat het er uitsluitend om hoe er gespeeld wordt en doet het er verder niet toe hoe of je eruitziet. Op de Bisini velden hoorde ik vanuit het publiek wel eens fluitconcerten als ik aan de bal was en onstuimige lachsalvo's als ik de bal verspeelde of onderuit ging. Veel mensen zien een blanke nog steeds als een gezagdrager en het is natuurlijk leuk als zo iemand, die is afgedaald vanuit zijn hermetisch gesloten vesting, uitglijdt in de modder waarin de gewone man leeft.

Het duurde een tijd voordat ik werd opgesteld. De eerste weken werd dat afgedaan met het argument dat mijn inschrijving nog niet voltooid was. Daarna kreeg ik aan het eind van de wedstrijd af en toe wat speeltijd. Toen de coach een keer afwezig was en de spelers onderling de opstelling maakten, speelde ik mijn eerste hele wedstrijd. Die wedstrijd wonnen we met 6-1 en de volgende dag stond in de krant dat de overwinning vooral te danken was aan de `Dutchman'. Vanaf die dag kon de coach niet goed meer om mij heen, maar zelden werd ik meer dan een halve wedstrijd opgesteld. Enkele goals van mij werden om onduidelijke redenen afgekeurd en niemand was daar echt verontwaardigd over. Na verloop van tijd zat ik weer regelmatig hele wedstrijden op de reservebank. Ik wilde niet ophouden met voetballen en bleef de club trouw. Ik genoot van de trainingen en hoopte op betere tijden.

De eerste wedstrijd van het nieuwe seizoen miste ons team enkele belangrijke spelers, die voor de nationale eer streden op een internationaal toernooi in Fiji. Terwijl er onervaren spelers in het veld stonden die erg slecht speelden en we de wedstrijd uiteindelijk verloren, zat ik op de reservebank en werd niet ingebracht. Toen ik die namiddag de Bisini-velden achter me liet, begreep ik dat dit de laatste keer was dat ik deze brug over verschillende culturen was overgestoken.

    • Jasja Arian