Van die zondagen

In ons gezin kwam de spelleritus drie keer per jaar voor. Het begon altijd op een druilerige zondag. Verveeld zaten mijn broer, mijn zusje en ik in de kamer. Huiswerk, daar hadden we nog helemaal geen zin in. Wat zullen we gaan doen, vroeg mijn broer.

Onze zus gaan jennen, probeerde ik, maar pech: zus had daar deze zondag geen zin in.

En dan riep één van ons een willekeurig spel. Meestal zouden we daar verveeld op reageren maar plotseling veerden we op bij het horen van Monopolie, Risk, Zeeslag, Stratego of legpuzzelen.

Het spel werd uit de kast gehaald en vervolgens dagen lang achter elkaar gespeeld. Slechts onderbroken door slapen en snel naar school gaan.

Hele hotels, gebouwd op de Barteljorisstraat, lagen geduldig te wachten op hun faillissement. De pot – opgelopen tot duizenden guldens – wachtte op de gevangene die gelijke dobbelstenen gooide. Er waren dagen dat de bank bij een van ons moest lenen.

Over het vrolijke Algemeen Fonds-kaartje: `Vergissing van de bank, in uw voordeel' deed onze bank niet lullig: dubbele uitkering van de vergissing.

En de ruzies: stations niet willen ruilen voor waterleiding. Heel vaak de Kalverstraat ontlopen om opgelucht adem te halen bij Ons Dorp. Gelukkig maar Zeven-en-half-duizend gulden.

Ruzies bij Stratego. Mijn vlag beschermde ik altijd met een stelling van bommen. Een eenvoudige mineur ruimde die dan op en veroverde mijn vlag. Ik dacht een keer slim te zijn door de generaal ernaast te zetten; kon die weer niet naar de voorste linie komen omdat hij niet om de bommen heen kon. Bij de dienstkeuring in 1980 ben ik buitengewoon dienstplichtig gesteld.

In bed 's avonds waren we de Heer dankbaar dat we geen Pinokkio, Remy of Mowgli waren. Wij hadden familie waar we spelletjes mee mochten spelen. (EO wijsheid: wat fijn dat we dit of dat mogen doen.)

Na drie weken ging het spel terug in de kast om te wachten op een volgende druilerige zondag.

Daarna werden dat soort zondagen gevuld met masturberen op je bed, tongen met zondagsschoolmeisjes en later studievriendjes.

Vervolgens de vaste baan, de partner en nu ben je lid van de Postcode Loterij en op zondagmiddag glijden we met z'n allen door de Bijenkorf. Het spelletjesgevoel is verdwenen. Soms een bingootje als je op de verkeerde camping staat. Af en toe een `hoe geil ben je eigenlijk met je partner'-kwisje in de VIVA. (24 punten: Oei, je mag wel uitkijken!)

Maar deze zondag is het spelletjesgevoel in huize De Leeuw weer helemaal terug! Met het Nationaal Dictee nr.11! Master P. Freriks zal ons weer verbazen, ontroeren en beledigen met woorden waarvan we nog nooit hebben gehoord.

Wij zullen aan tafel hevig schrijven en kreten slaken als: Wat zei die? Jezus, hij gaat te snel. Welk dier? Streepje ertussen of niet?

Daarna wel nalezen maar niets meer verbeteren en jezelf afvragen of het nou met een d of een t moet.

Je ergeren aan de BN'ers die met elkaar nakwebbelen (`Ik weet niet hoe je diskjusjeren schrijft') en dan het ironische verslag van de jury.

En de ruzies in ons huis. Ik wil altijd zelf mijn eigen dictee nakijken. Maar dat wil de grote liefde niet en dan krijg je: dat is een verbeterde d hoor! Nee hoor, dat streepje had ik al doorgestreept.

Hoeveel fouten ik vorig jaar had?

46.

Maar mijn man zal na het lezen van dit stukje beweren dat het er 64 waren.

Dieptepunt vorig jaar was `mobieltje', maar dan anders geschreven.

(www.hethol.nl)