Onder automakers: de jager gejaagd

General Motors, DaimerlerChrysler: de auto-industrie is in moeilijkheden. Maar niet in Europa. In vijf jaar tijd zijn de rollen omgedraaid.

Nog geen zes jaar geleden klaagde topman Jacques Calvet van Peugeot-Citroën dat Japan de Europese auto-industrie ,,koloniseerde en de zee in dreef''. Het waren de jaren dat Europa de onstuimige Japanse opmars met invoerquota probeerde te stuiten.

Het waren ook de jaren dat Japanners eigen autofabrieken in Europa bouwden en de concurrentie op haar eigen thuismarkt achtervolgden. Het waren de jaren dat men bij Mercedes-Benz verbijsterd was hoe Toyota met zijn Lexus glansrijk de concurrentie aankon met de beste en meest luxueuze auto's uit de S-klasse van Das Haus.

Jarenlang verloor Europa terrein aan de twee andere grootmachten, de Verenigde Staten en Japan. Jarenlang deed Europa pogingen de eigen industrie af te schermen. Europese autobedrijven waren een overnameprooi geworden – met name de Franse en Italiaanse. Europa verweerde zich wanhopig.

In nog geen vijf jaar tijd is het beeld volledig veranderd. De rollen zijn omgedraaid. Nu komen de Franse en de Duitse auto-industrie de Japanse en Amerikaanse redden. De prooi is jager geworden.

Terwijl Japanse autofabrikanten verlies lijden en de Amerikaanse de ene na de andere winstwaarschuwing geven – General Motors deze week als laatste – bloeien en groeien de Europese autoconcerns als nooit tevoren. Op hun thuismarkt winnen ze zienderogen marktaandeel op de Amerikaanse concurrentie. Sterker: op de wereldmarkt hebben de Europeanen bij het saneren van de noodlijdende autoconcerns de leiding van de Amerikanen overgenomen – in Japan al met klaterend succes.

Ford moddert al jarenlang voort om Mazda weer gezond te maken, General Motors probeert al jarenlang vergeefs het kleine Isuzu te saneren.

Maar waar de Amerikanen falen, slagen de Europeanen. In recordtijd heeft Renault van het zwaar verlieslijdende Nissan weer een winstgevend bedrijf gemaakt.

DaimlerChrysler probeert nu dit huzarenstukje bij Mitsubishi en Hyundai te evenaren. Daimler stelt, nadat het zich in de problemen bij Chrysler bijna verslikt had, bij dit ingelijfde Amerikaanse autoconcern nu orde op zaken. Op Toyota en Honda na, is de glansrol van de Japanse autoindustrie uitgespeeld. De Koreaanse autoindustrie verkeert in zak en as. Alsof alleen nog de Europeanen weten hoe je auto's ontwerpt, maakt en verkoopt.

Drie Europese autofabrikanten zijn nog een familiebedrijf. De familie Quandt heeft in BMW het meerderheidsbelang en is zo machtig dat zij eigenhandig voorzitter Bernd Pischetsrieder de deur wees na het echec met Rover. Peugeot-Citroën (PSA) wordt financieel door zo'n ongeveer honderd familieleden beheerd en de familie Agnelli heeft het controlerend belang over Fiat. Het is geen toeval dat het alledrie fabrikanten betreft die op zoek naar een partner moeten om mondiaal de grote concurrentieslag te kunnen volhouden.

De Britse auto-industrie is al lang niet Brits meer, Volvo is niet langer Zweeds, Fiat al bijna niet Italiaans meer – het concern staat op het punt door General Motors te worden opgeslokt. GM moet op zijn beurt diep in zijn eigen Europese vlees snijden (5.000 man in Europa eruit, van wie 2.000 bij Vauxhall, de rest bij Opel). De Europese dochters van GM en Ford kampen met moeilijkheden, ze maken verlies (GM in Europa 181 miljoen dollar in het derde kwartaal, naar verluidt het dubbele verlies in het vierde kwartaal). In vijf jaar tijd is in Europa het Amerikaanse marktaandeel met bijna 20 procent geslonken. Dat van de Franse en Duitse industrie met bijna zeven procent gestegen. In Europa heersen VW en Mercedes, heersen Peugeot-Citroën en Renault, heersen de Duitsers en de Fransen. Buiten Europa saneren ze.

,,Er is bij de Europese autoindustrie inderdaad sprake van een renaissance, de Europeanen hebben de leiding genomen, zowel op hun thuismarkt als in de rest van de wereld,'' zegt Colin Couchman, autoanalist bij Standard & Poor's in Londen. De Amerikanen zijn het initiatief kwijt. Ze zijn natuurlijk nog wel de grootste, maar ze volgen, ze staan niet meer vooraan, ze reageren in plaats van het voortouw te nemen. Met het overnemen van eminente Europese merken als Volvo en Jaguar proberen ze wel zich in te kopen in de niches waar juist de Europeanen sterk zijn, maar tot nu toe compenseert die tactiek niet hun verliezen in mainstream Europa, waar ze de meeste slaag krijgen.

Buiten Europa, met name in Azië en Latijns Amerika, waar de Japanse autoindustrie een groot marktaandeel heeft opgebouwd, proberen de Europeanen via hun belangen in Nissan en Mitsubishi in te spelen op de inheemse smaak die almaar Europeser wordt, zegt Couchman. Zowel DaimlerChrysler als Renault heeft met die markten grote plannen. VW heeft al een stevige voet aan de grond in China, en ook daar heeft volgens hem de Europese autoindustrie het initiatief naar zich toe getrokken. Terwijl in Europa de Japanse autoindustrie zich op de onstuimige groei van de dieselmarkt heeft verkeken en voor de Europeanen nu moet buigen.

Het succes van de Europese merken weerspiegelt zich dan ook in de relatieve aandelenkoersen, zegt Couchman. De wederopstanding van Europa is méér dan alleen de neergang bij de concurrentie, de Europese autoindustrie is op haar thuismarkt bezig de concurrentie te verslaan en op de wereldmarkt druk doende via haar verzwakte, in het defensief gedrongen concurrenten ambitieus te expanderen. Couchman: ,,Het is waar, Europa wint op vrijwel alle fronten.''