Magistraat: Chirac kan wél getuigen

De Franse president Jacques Chirac kan, anders dan hijzelf in een donderdagavond uitgezonden tv-vraaggesprek beweerde, wel degelijk als getuige worden gehoord door de rechter. Dit zegt Valéry Turcey, voorzitter van de vakbond van magistraten.

Chirac zei in het vraaggesprek ,,jammer genoeg'' niet te kunnen ingaan op een eventuele uitnodiging van de onderzoeksrechter die belast is met het onderzoek naar grootscheepse smeergeldpraktijken in de eerste helft van de jaren negentig. Die zouden met medeweten van Chirac door zijn partij, de RPR, georganiseerd zijn.

Volgens Chirac zou hij uit hoofde van zijn functie als staatshoofd, waarborg en hoeder van de scheiding der machten, niet gehoord kunnen worden. Maar Turcey noemt het ,,een archaïsch idee'' dat de president van de Republiek ,,zo hoog geplaatst is dat hij zich niet hoeft te verlagen tot het ingaan op uitnodigingen van een rechter''.

Ook volgens François Hollande, de tweede man van de Parti Socialiste na premier Lionel Jospin, koestert Chirac ,,een buitengewoon brede opvatting over de presidentiële onschendbaarheid''. Met het oog op affaires die stammen uit de tijd vóór het presidentschap en die niets met de functie als zodanig te maken hebben, zou de grondwet naar de mening van Hollande zonodig moeten worden aangepast.

De Constitutionele Raad bepaalde begin vorig jaar dat de president van de Republiek ,,slechts in geval van hoogverraad verantwoordelijk gesteld kan worden voor tijdens de uitoefening van zijn functie gepleegde daden'' en dat hij ,,alleen door de twee Kamers in staat van beschuldiging gesteld kan worden''. Maar in later commentaar liet ook de Raad de mogelijkheid open dat de president wel als simpele getuige gehoord wordt.

Het tv-vraaggesprek, dat een uur duurde, heeft matige tot juichende reacties bij rechts uitgelokt en kritische van links. Het gezaghebbende dagblad Le Monde noemt Chirac wegens zijn `handigheid' ,,een waardige leerling van zijn voorganger, François Mitterrand''. In reactie op Chiracs beschuldiging dat de media een ,,spektakelrechtspraak'' in de hand werken, stelt de schijver van het hoofdartikel dat ,,niet de onthulling van de corruptie een gevaar voor de democratie vormt, maar de corruptie zelf''.

Ook magistraat Valéry Turcey verwierp het idee dat justitie uit zou zijn op spektakel omdat ,,magistraten noch om kiezers noch om klanten verlegen zitten''.