LEVEN OP LAND RUIM TWEEMAAL ZO OUD ALS TOT NU TOE BEKEND

Het leven op de continenten is waarschijnlijk minimaal 2,6-2,7 miljard jaar oud. Dat is meer dan tweemaal zo oud als tot nu toe bekend, want de oudst bekende fossiele resten van organismen die met zekerheid niet in zee leefden waren tot nu toe microfossielen uit Arizona van `slechts' 1,2 miljard jaar geleden. De hoge ouderdom van de nu gevonden fossiele resten is des te verrassender, omdat het leven in zee pas ongeveer 3,8 miljard jaar geleden begon. In zee was het milieu veel vriendelijker dan op het land, door de veel sterkere ioniserende straling op het land, de zonne-instraling en de samenstelling van de atmosfeer. De aanwijzingen werden door een internationale groep geologen aangetroffen bij Schagen, in Oost-Transvaal (Nature, 30 november).

Het gaat om een aantal fossiele bodems met een zeer hoog gehalte aan koolstof, met bijmengingen van waterstof, stikstof en fosfor in verhoudingen die uitsluitend bekend zijn van organisch materiaal. De onderzoekers specificeren dat zelfs nog nauwkeuriger: als materiaal van algenmatten. De fossiele bodems hebben zich ontwikkeld op de stollings- en metamorfe gesteenten van het oude Precambrische schild, de zeer oude en stabiele kern van het Afrikaanse continent. Enkele van deze bodems (voornamelijk die welke ontstonden op granieten en bazalten) werden voor huidige begrippen zeer dik: vaak meer dan twintig meter. Dat wijst op langdurige bodemvorming, zonder dat deze bodems werden bedekt door jongere sedimenten, en zonder dat de bodems door een oprukkende zee of een zich uitbreidend meer werden overstroomd.

De ouderdom van de betrokken bodems kon radiometrisch goed worden vastgesteld, omdat ze zich ontwikkeld moeten hebben nadat hun moedergesteente (dat goed dateerbaar is) stolde, maar voordat ze uiteindelijk werden bedekt door pakketten die eveneens goed gedateerd konden worden. Dat sluit twijfel over de orde van grootte van de ouderdom volledig uit.

Het organische karakter van het materiaal kan alleen indirect worden vastgesteld, omdat de primitieve organismen in de sindsdien verstreken miljarden jaren zijn omgevormd door tal van processen, waaronder verhitting ten gevolge van uitstromende lavapakketten en hoge geothermische gradiënten vanwege magmakamers in de relatief ondiepe ondergrond. Het hoge gehalte aan koolstof (variërend van minder dan 0,1 gewichtsprocent tot 0,36%) komt goed overeen met die van jongere fossiele bodems uit het Precambrium, en is soms zelfs aan de hoge kant. Of de koolstof een niet-organische herkomst kan hebben (bijvoorbeeld door latere aanvoer via grondwaterstromen), bediscussiëren de onderzoekers, maar ze komen tot de conclusie dat een oorsprong als algenmatten veruit het waarschijnlijkst is.