Kamervragen afgelasting Aïsja-opera

De CDA-fractie in de Tweede Kamer heeft vragen gesteld over de afgelasting van de Rotterdamse opera Aïsja en de vrouwen van Medina na religieuze druk van Rotterdamse en Marokkaanse moslims.

In schriftelijke vragen aan de ministers Korthals (Justitie), Van Boxtel (Grote Stedenbeleid) en staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) zegt het CDA het `onnacceptabel' te vinden dat de operaproductie van het Onafhankelijk Toneel (OT) in Rotterdam onmogelijk wordt gemaakt door anonieme dreigementen aan acteurs in Marokko en artistieke medewerkers in Nederland. Hen zou `eenzelfde lot als Salman Rushdie wachten' als ze mee zouden werken. CDA-Kamerleden Visser-Van Doorn en Verburg vragen in hun brief wat de bewindslieden aan deze gang van zaken willen doen. Voorts willen zij uitgezocht hebben wie de dreigementen, waarschijnlijk vanuit islamitische kring in Rotterdam, geuit heeft. Naar aanleiding van artikelen in deze krant vragen de Kamerleden zich af waarom een soortgelijk stuk, van dezelfde Algerijns-Franse schrijfster Assia Djebar, afgelopen zomer wel zonder problemen in Rome kon worden opgevoerd.

Dat vraagt de schrijfster Djebar zich ook af. Ze zegt in een eerste reactie vanuit Parijs `verbaasd en diep bedroefd' te zijn over de commotie die is ontstaan over dit stuk, dat een hoogtepunt van Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001 had moeten worden. Het libretto, speciaal door haar geschreven op verzoek van het OT, is gebaseerd op haar boek Ver van Medina. ,,Dat is al vele malen bewerkt, in vele talen vertaald, ook in het Arabisch en er is nooit een enkel probleem mee geweest.'' De aanvankelijk anonieme kritiek op de opera, overgenomen door sommige Rotterdamse moslimorganisaties en een Rotterdamse imam, is dat de profeet en de islam beledigd zouden worden. Het stuk zou kwetsend zijn voor moslims omdat de jongste vrouw van de profeet, Aïsja, op het toneel zou verschijnen. Dat zou verboden zijn. In Rome zijn Aïsja en de dochter van de profeet, Fatima, in september zonder problemen ten tonele gevoerd in een equivalent van het Aïsja-stuk, ook geschreven door Djebar: De dochters van Ishmael, in wind en storm.

Djebar, die net uit de VS komt, was graag in een eerder stadium door regisseur Gerrit Timmers op de hoogte gebrach. ,,Dan had ik met de spelers kunnen praten en hun angst weg kunnen nemen.'' Haar stuk volgt nauwgezet de Koranteksten. Niemand kan volgens haar daarom `echt fundamentele problemen met het stuk hebben, hooguit een oude tulband (un vieux turban)'. Overigens heeft ze geen behoefte `bij te dragen aan polemiek' over deze zaak. Het literaire werk van Djebar, die vorige maand de Vredesprijs kreeg, werd in Algerije getroffen door een fatwa.