Commentaar

Cultuurverandering bij sportclubs en bonden is noodzakelijk

Wat in het Verenigd Koninkrijk in november vorig jaar begon met een aangrijpend interview met een Engelse oud-profvoetballer die vertelde dat hij in zijn jongensjaren lange tijd door zijn trainer was misbruikt, resulteerde deze week in Nederland in een rapport over seksuele intimidatie en misbruik in de sport.

Na de getuigenis van Andy Woodward, die bij de Britten hard aankwam in de nasleep van de omvangrijke misbruikzaak rond tv-persoonlijkheid Jimmy Savile, kwamen in binnen- en buitenland de verhalen van slachtoffers van seksueel misbruik in de sport los. Enigszins vergelijkbaar met de #MeToo-beweging vonden veel mensen de moed om over hun persoonlijke ervaringen te vertellen, niet zelden van decennia geleden, ook in Nederland.

Een jaar geleden kondigde sportkoepel NOC*NSF een groot onderzoek aan waaruit zou moeten blijken op welke schaal er de afgelopen dertig jaar in de sport in Nederland sprake is geweest van seksueel misbruik.

Van een dergelijk eigen feitenonderzoek is het niet gekomen. In het rapport van de commissie onder voorzitterschap van oud-minister Klaas de Vries werden bestaande cijfers overgenomen uit een onderzoek van de Belgische criminologe Tine Vertommen uit 2014. Daaruit bleek dat 12 procent van de 1.999 door haar geënquêteerde Nederlanders die voor hun achttiende lid waren van een sportclub te maken had gehad met ongewenst seksueel gedrag. Daarbij hanteerde Vertommen een ruime definitie: misbruik kon variëren van nagefloten en nageroepen worden tot verkrachting. Zelf kreeg de commissie na herhaaldelijke oproepen iets meer dan honderd meldingen – teleurstellend weinig gezien de geschatte omvang van het probleem – binnen en werden gesprekken gevoerd met dertig slachtoffers.

Het zijn niet alleen begeleiders zoals trainers die zich schuldig maken aan seksuele intimidatie en misbruik, maar ook supporters en in bijna de helft van de gevallen één of meer medesporters. Bij seksueel misbruik in de sport is lang niet altijd sprake van een uit de hand gelopen machtsverhouding. Maar de meeste incidenten spelen zich wel af in dat krachtenveld. Een extreem recent voorbeeld is dat van de Amerikaanse arts van de nationale turnploeg die tientallen turnsters die aan zijn zorg waren toevertrouwd zou hebben misbruikt. Hem hangt een gevangenisstraf van enkele tientallen jaren boven het hoofd.

Ouders vertrouwen hun kinderen toe aan de voetbalclub, de turnvereniging of de manege en daarbij moeten ze ervan kunnen uitgaan dat hun kinderen daar in alle opzichten veilig zijn. Een gebroken arm of been behoort tot de aanvaardbare risico’s van sportbeoefening. Maar bonden en clubs moeten er alles aan doen om seksueel ontoelaatbaar gedrag – ook onder meerderjarige leden – te voorkomen, zoals de Commissie-De Vries nu terecht aanbeveelt. Het belang van preventie, vooral in de vorm van bewustwording, moet volgens de commissie-De Vries bij alle betrokkenen „in de genen komen”.

Het rapport is te lezen als een aanzet tot een cultuurverandering bij clubs en bonden. Onder aanvoering van sportkoepel NOC*NSF moeten zij snel aan de slag met de zelfregulerende maatregelen. In de hoop dat dat leidt tot minder slachtoffers, en bij de slachtoffers van seksuele intimidatie of misbruik tot een afname van het gevoel dat het hun moeilijker wordt gemaakt dan de daders. Alle betrokkenen moeten ervoor waken dat het niet blijft bij mooie woorden op papier.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.