Huiswerk maken op de hockeyclub

In de strijd tegen de wachtlijsten in de kinder- opvang bieden sportclubs uitkomst, meent Johan Wakkie. De directeur van de hockeybond zit in een werkgroep die zich op last van het kabinet buigt over de knelpunten in de kinderopvang.

Kinderopvang op de sportclub, meende hij dat serieus, vroeg staatssecretaris Margo Vliegenthart (sport) zich af. Maar natuurlijk, antwoordde de bondsdirecteur. Om zijn woorden kracht bij te zetten, verwees Johan Wakkie nog maar eens naar het strategische beleidsplan 2010 dat de hockeybond (KNHB) vorig jaar opstelde. Daarin schetst de bond immers al het toekomstige profiel van de grote hockeyclub: een commercieel, multifunctioneel bedrijf onder leiding van een verenigingsmanager, waar ouders en kinderen zeven dagen per week terecht kunnen, voorzien van kinderopvang en huiswerkbegeleiding voor de schoolgaande jeugd.

Sportverenigingen moeten zich volgens Wakkie wapenen tegen de tijdsgeest. Net als NOC*NSF meent hij dat professionalisering daarbij het nieuwe toverwoord is, ook in de breedtesport. ,,Als clubs geen of steeds minder kwaliteit bieden, lopen de mensen weg. Alleen sport is niet meer voldoende. Willen clubs overleven, dan zullen ze breder en vooral maatschappelijker moeten gaan denken. Dat opent bovendien weer deuren bij gemeenten, omdat die zien dat verenigingen meer doen dan alleen maar sport bieden.''

Bang dat nevenactiviteiten als kinderopvang de cultuur van een sportvereniging ondermijnen, zegt Wakkie niet te zijn. ,,Ten eerste omdat de kinderopvang overdag plaatsvindt, op tijdstippen dat verenigingssport niet aan de orde is. Ten tweede omdat degenen die er gebruik van zullen maken in vele gevallen zelf lid zijn van die club. Verder is het natuurlijk zo dat sport de kerntaak is en blijft van een sportclub. Daarin zal de komst van kinderopvang niets veranderen.''

Vliegenthart is kennelijk zo gecharmeerd van de ideeën van de hockeybond, dat de staatssecretaris Wakkie onlangs een plaats bezorgde in de Commissie Dagarrangementen van collega Annemarie Verstand van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Die werkgroep, gisteren in Den Haag officieel geïnstalleerd, buigt zich de komende maanden op last van het kabinet over de knelpunten in de kinderopvang, waar de wachtlijsten alarmerende vormen hebben aangenomen. Het Sociaal Cultureel Planbureau becijferde onlangs dat er de komende tien jaar 800.000 plaatsen nodig zijn om aan de toenemende vraag te voldoen. Op korte termijn — gesproken wordt over anderhalf jaar — zijn dat al 70.000 plaatsen.

Het probleem is ruimte, meer nog dan geld. Nederland is, zeker in de stedelijke gebieden, volgebouwd. Nieuwe (bouw)locaties zijn niet of nauwelijks voorhanden. Sportclubs daarentegen beschikken wel over ruimte, weet Wakkie. Al is de bondsdirecteur de eerste om te erkennen dat het nijpende probleem daarmee niet is opgelost. ,,Maar aan de eerste voorwaarde, ruimte en accommodaties, voldoen de meeste sportclubs en dat is in Nederland al heel wat.''

Om de mogelijkheden van kinderopvang op en rondom hockeyclubs te onderzoeken, riep de bond, in het kader van het strategische beleidsplan 2010, de hulp in van het Utrechtse bemiddelings- en onderzoeksbureau LINK. Die constateerde dat de huidige clubhuizen niet geschikt zijn, maar dat een relatief simpele ingreep, een gesubsidieerde aanbouw en/of uitbreiding van het complex, perspectieven biedt voor de buitenschoolse opvang (4-12 jaar) en tieneropvang (12-16 jaar). Waarbij aangemerkt werd dat de kinderopvang weliswaar ondergebracht zou kunnen worden bij een club, maar dat die bij voorkeur onder leiding moet staan van een professionele organisatie. Bovendien zouden ook bedrijven in de omgeving van het clubhuis gebruik moeten maken van de voorzieningen.

Het idee van een hockeyvereniging als maatschappelijk vangnet ontstond een paar jaar geleden, toen de KNHB geconfronteerd werd met opvallend veel jonge ouders die hun lidmaatschap opzegden. ,,Uit navraag bleek het te gaan om ouders die afhaakten omdat ze niet langer in staat waren om hun hobby te combineren met de zorg voor hun kinderen'', zegt Wakkie. ,,Verder hoorden we dat clubs weinig tot niets bieden zodra ouders zelf een wedstrijd spelen en hun kinderen langs de kant staan. Kortom, wij moesten wel wat doen om het dreigende ledenverlies een halt toe te roepen.''

Informele kinderopvang gebeurt nu al bij een aantal hockeyclubs, maar Wakkie zou graag ,,van de hockeyclub een tweede huis'' maken. Hij pleit voor permanente en professionele kinderopvang. ,,Want een kinderjuf tussen de kratten bier, dat kan natuurlijk niet.'' Zijn gedachten gaan uit naar een nauwe samenwerking met nabijgelegen scholen voor de naschoolse opvang, gemeenten, bedrijven en investeerders.

Hoe realistisch de plannen zijn, blijkt volgend jaar wanneer de KNHB, als eerste sportbond in Nederland, één gesubsidieerd kinderopvang-experiment in gang hoopt te zetten: bij omnivereniging Kampong in Utrecht. Amsterdam en Rotterdam houden bij de bouw van hun clubhuis rekening met de mogelijkheid van kinderopvang. Wakkie: ,,Kleine, beheersbare projecten waarvan we denken dat de uitkomsten ons helpen bij toekomstige initiatieven.''