Hollands Dagboek: Maarten van Boven

Maarten van Boven (55) is directeur van de Rijksarchiefdienst, waar onder meer dossiers van voormalige NSB'ers worden bewaard. Deze week haalde hij in Tsjechië een Nederlands archief op, dat daar door de nazi's was gedeponeerd. Van Boven is getrouwd en heeft vier kinderen.

Woensdag 6 december

De vorige avond geen sinterklaasavond. Omdat de twee oudsten op kamers wonen en druk zijn met werk en studie hebben we dit uitgesteld tot zondag. Met de twee jongste dochters uit eten gegaan. 's Ochtends bezoek ik de Studiedagen van de Koninklijke Vereniging van Archivarissen in het WTC te Rotterdam. Het thema is `kwaliteit van de dienstverlening'. In recent onderzoek geeft de gemiddelde bezoeker het archiefwezen een acht voor de geboden service. Prettig om te merken dat dit voor de jonge collega's toch nog onvoldoende is. De toekomst van het archiefwezen ligt in mijn optiek toch vooral op internet.

's Middags met de adjunct Harrie-Jan Metselaars enkele fusiezaken besproken. Het is de bedoeling dat rijksarchieven in de provincie gaan fuseren met gemeentearchieven en/of andere culturele instellingen ter plaatse. Schaalvergroting móet, willen we de groeiende belangstelling voor het verleden ook organisatorisch de baas kunnen.

Donderdag

In het Nederlands Congrescentrum in Den Haag vindt het jaarcongres plaats voor de Documentaire Informatievoorziening. Ik vertel mijn gehoor dat de overheidsadministratie onvoldoende is toegerust voor vragen uit de samenleving om openbaarheid van overheidsinformatie. De prima voornemens van Van Boxtel over Overheidsloket 2000 en E-government zouden nog wel eens gefrustreerd kunnen worden door de achterstand die de rijksoverheid laat zien bij de eigen documentaire informatievoorziening. Ook de verregaande voorstellen van de commissie-Franken om de openbaarheid van de overheidsinformatie op te rekken (een goede zaak) en voor een algemene informatiewet, heeft nogal wat consequenties wat de digitale informatievoorziening betreft. Met regelmaat stellen we dit aan de orde in onze inspectieverslagen aan de Tweede Kamer. Over de gevolgen daarvan zijn we in gesprek met Binnenlandse Zaken. De zaal reageert nogal mat. Ik realiseer me dat mijn verhaal meer bedoeld was voor de departementale top, terwijl alleen de werkvloer in de zaal zit.

In de pauze bijgepraat met Frans Kordes, oud-president van de Algemene Rekenkamer. Ik ben blij dat hij het voorzitterschap heeft aanvaard van de koepelorganisatie van het archiefwezen. Hij deelt mijn bezorgdheid over het archiefbeheer bij de rijksoverheid.

's Middags op kantoor bespreken we de uitzending van twee medewerkers die voor anderhalf jaar naar Indonesië gaan. Ik realiseer me de risico's, zeker nu ze hun kinderen meenemen. Twee weken geleden hebben we in Jakarta de laatste hand gelegd aan een samenwerkingsovereenkomst tussen het Algemeen Rijksarchief en het Arsip Nasional. Na tien jaar van koude stilte is de verhouding weer hersteld.

Vrijdag

's Ochtends een gesprek met enkele stafleden over het archief Bijzondere Rechtspleging. Na overdracht van dit archief van Justitie naar het Algemeen Rijksarchief is de belangstelling enorm. Schrijnend zijn de achtergronden van de verzoeken. Kinderen die nu eindelijk de waarheid eens willen weten over het oorlogsverleden van vader, omdat moeder weigert hierover te praten. We praten over enkele verzoeken. Mijn standpunt – optimale openbaarheid is het uitgangspunt, met respect voor de privacy – lokt discussie uit. Hoever moeten we daarin gaan? We komen er niet helemaal uit. Een ander probleem blijft de werkdruk. We maken een afspraak met plaatsvervangend secretaris-generaal van Justitie, Marc Frequin, over mogelijke hulp in deze.

Met de trein naar huis. Marianne volgt een cursus in Apeldoorn en logeert bij haar zus. Met de twee jongste dochters alleen thuis. We eten gemakkelijk en lekker. Met hen sinterklaassurprises gemaakt voor zondag. Ondertussen gesproken over hun plannen voor na hun eindexamen dit jaar. Ze willen graag eerst een jaar naar het buitenland.

Zaterdag

Marianne komt rond twaalf uur thuis. We maken ons op voor de jaarlijkse familiereünie in Haarlem bij mijn broer en zijn vrouw. De reünie is weer uitermate gezellig. Bij familiebijeenkomsten valt me steeds weer op dat de oude rollen in het gezin direct worden herkend en ingenomen. Veel herinneringen en veel gelachen.

Zondag

E-mail van Cees Jan van Golen, de voorlichter, over onze reis naar Praag. Daar vindt de overdracht plaats van een deel van het archief van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK). Een bestand dat in de oorlogsjaren vermoedelijk naar Praag is gesleept conform een sinister plan van Hitler tot de oprichting van een `Exotisch Museum voor het uitgestorven ras'. Joodse kunstvoorwerpen en archivalia die direct verband houden met de godsdienstuitoefening zijn destijds uit heel Europa geroofd en in Praag verzameld. Het NIK is bijzonder verheugd over de vondst. We nemen mijn speech door en zoeken naar de juiste toon. Cees Jan vindt hem iets te belerend. We moeten veel complimenteuzer zijn. Hij heeft gelijk.

's Avonds wordt de uitgestelde pakjesavond gevierd.

Maandag

Met de sectorhoofden het Ondernemingsplan 2001 doorgesproken. We hebben grote ambities op het gebied van de digitale dienstverlening. Discussie over doelen en beschikbare middelen. Soms word ik wat ongeduldig als een enkeling opmerkt dat we onze oren te veel laten hangen naar publiek en politiek. 's Middags vergadering met de medezeggenschapsraad van het Algemeen Rijksarchief.

In vliegende vaart met Cees Jan naar Schiphol. Daar treffen we mijn voorganger Eric Ketelaar. Hij heeft de recuperatie van de archieven voorbereid en ik heb hem uitgenodigd om de goede afloop persoonlijk mee te maken. Tijdens de vlucht bijgepraat over zijn gasthoogleraarschap aan de universiteit van Michigan. Hij heeft Vaclav Havel ontmoet, toen die daar een eredoctoraat ontving. Een gedeelte van diens speech verwerken we in de toespraak die ik in Praag zal houden. Rond negen uur arriveren we in het hotel. Terwijl we een afzakkertje nemen, speelt een pianist melancholieke deuntjes. Alleen voor ons, want er is verder niemand te bekennen.

Dinsdag

's Ochtends een merkwaardig ontbijt. Koude worst met zuurkool, geserveerd met jus d'orange. Voor negenen staan we op de Praagse burcht, recht tegenover ons hotel. Veel gebouwen zijn prachtig gerestaureerd. Havel zou zich voor die opknapbeurt persoonlijk hebben ingezet door buitenlandse fondsen te werven. Zo heeft de Getty Foundation het prachtige mozaïek aan de voorgevel van de kathedraal laten restaureren.

Om twaalf uur arriveren we bij de residentie van de ambassadeur. We verwelkomen samen de Tsjechische delegatie, die het hele archief heeft meegenomen. Eric duikt onmiddellijk in de dozen, maar begrijpt al gauw dat dit niet het geschikte moment is. Behalve de Tsjechen is ook de ambassadeur van Israël, mevrouw Hadar, uitgenodigd.

Mijn ambtgenoot, dr. Vacslav Babicka, onderstreept het belang van de gebeurtenis. Na bijna zestig jaar keert dit archief weer terug naar Nederland. Ten tijde van het IJzeren Gordijn was er van teruggave geen sprake en daarna heeft niemand het archief meer opgemerkt. Toen dat bij toeval wél gebeurde, was er onmiddellijke bereidheid tot teruggave. In mijn speech noem ik Tsjechië een voorbeeld voor anderen, met name voor de Russen. Daarmee onderhandelen we al vanaf 1992 over de recuperatie van 190 meter Nederlands archief, dat door de Duitsers in Berlijn werd opgeslagen. Van daaruit is het door de Russen als oorlogsbuit naar Moskou gevoerd. In beginsel willen ze het wel teruggeven, maar ze weten de effectuering ervan eindeloos te rekken. We weten dat de Fransen uiteindelijk een flink bedrag hebben moeten betalen voor hun archieven, als `bewaarloon'! Zover zijn wij zeker niet. De Russen starten nu weer een nieuw onderzoek of de door ons bedoelde archieven geen ander materiaal bevatten. Babicka is ingenomen met onze complimenten en hoopt op samenwerking met Nederland op het gebied van conservering van archieven. Hij weet dat we al hulp verlenen in Polen en Hongarije. Zou dat ook de achterliggende bedoeling van de overdracht zijn geweest? Hoe de archieven in Praag zijn terechtgekomen, weten ook de Tsjechen niet precies. Ze zullen het uitzoeken.

Na de lunch praat ik nog even door met mevrouw Hadar. Ze laat een zeker cynisme blijken over de gang van zaken (bureaucratie) in de voormalige Oostbloklanden en verbaast zich niks over de houding van de Russen. ,,Laat uw koningin een brief naar Poetin schrijven, daar zijn ze gevoelig voor'', is haar kordate advies.

Vervolgens linea recta naar het vliegveld. De vlucht verloopt prima. Dan de NS, die mij naar huis moet brengen. Door stroomstoringen kom ik twee uur later thuis dan gepland!

Woensdag 13 december

Vandaag de laatste vergadering dit jaar van de rijksarchivarissen in Utrecht. Ik verwelkom de nieuwe collega's te Zwolle en Assen. In Assen is Douwe Huizing benoemd, een museumdirecteur. Dat is een novum in onze kring. De discussie gaat over de nieuwe organisatie en de fusies. We spreken uitgebreid over het Algemeen Rijksarchief. Dit moet nationaal en internationaal het paradepaardje worden van het Nederlandse archiefwezen. Hiervoor is nog een lange weg te gaan. Belangrijk is dat we samen oplopen. Dat was vroeger wel anders: `de provincie' zette zich nogal eens af tegen `Den Haag'.

Bij het diner memoreer ik dat we het laatste jaar veel over reorganisatie hebben gesproken, maar dat het nu weer tijd wordt voor de inhoud. Iedereen knikt instemmend. Inwendig moet ik lachen. Zo'n statement gaat er altijd in bij pure professionals.

Thuis weer veel e-mail van mijn attente secretaresse Sandra Jellema voor de agenda van morgen. Ze heeft de prettige gewoonte berichten te sorteren op belangrijk en minder belangrijk. Toch laat ik ze voor wat ze zijn en praat lekker bij met Marianne.