Het grote complot

Ze gelden als uiterst discreet: het advocatenechtpaar Adèle van der Plas en Pieter Herman Bakker Schut. Een flink aantal hoofdverdachten van de vaderlandse drugsmaffia laat zich juridisch bijstaan door het geëngageerde juristenduo. Voor één keer vertellen ze over domme boeven, heksenvervolging en hun gebruik van verdovende middelen.

Ik denk dat ik gewoon heel saai ben.'' Misschien dat 't dat is, zegt ze. Dat dit verklaart waarom Adèle van der Plas ook na bijna twintig jaar pleiten in vaak spectaculaire strafzaken nog steeds een relatief onbekende advocate is. De verdachten die ze in de rechtszaal verdedigt, kan het in ieder geval niet worden aangerekend. ,,Mijn cliënten zijn een stuk kleurrijker dan ikzelf ben'', analyseert ze bescheiden.

Dat klantenbestand heeft ze met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Van der Plas is kieskeurig. ,,Domme boeven met een grote bek wijs ik de deur. Van die mannen die denken dat ze heel veel voorstellen en die onredelijke eisen hebben. Daar heb ik geen zin in. Er zijn verdachten waar ik misselijk van word en dan zorg ik dat ik er snel van afkom.''

De advocate komt er ruiterlijk voor uit. Van der Plas werkt het liefst voor de slimmere gangster. ,,Ik heb cliënten die heel intelligent zijn. Je werkt in dit vak met mensen die zich onaangepast gedragen. Ik heb natuurlijk niet voor niets interesse in de criminologie. Mensen die opereren op het raakvlak van wat normatief juist wordt geacht, interesseren me het meest.

,,Bij die grote strafzaken trek je intensief met een cliënt op, dus is het belangrijk om een prettige werkrelatie met ze te hebben. Een goed niveau van communicatie is nodig om de stukken te kunnen doornemen. Als iemand een dombo is dan ergert mij dat continu. Ik hou er ook niet van als een klant alleen maar huilend aan je voeten ligt. Dan heb ik toch zoiets van ja, als je buiten de grote jongen uithangt, moet je nu ook binnen een vent zijn.''

Twintig jaar lang zijn ze een stel. Het echtpaar Pieter Herman Bakker Schut (Haarlem, 1941) en Adèle Gertrude van der Plas (Katwijk, 1950). Al die jaren hebben ze ook samengewerkt als strafadvocaat. Eerst in een collektief en sinds zes jaar in hun eigen Amsterdamse kantoor aan de Prinsengracht.

Het afgelopen jaar bracht het duo de meeste tijd zij-aan-zij door in de rechtszaal als advocaten van wapen- en drugsverdachte Mink K. Het is de belangrijkste strafzaak die momenteel in Nederland in behandeling is. De 38-jarige Mink werd vorig jaar door de zogeheten Kamercommissie Kalsbeek – die de nasleep van de IRT-affaire onderzocht – aangemerkt als de min of meer grootste gangster van Nederland. Hij zou uiterst geraffineerd en met hulp van corrupte overheidsfunctionarissen strafrechtelijk ongemoeid inmiddels meer dan vijftienduizend kilo cocaïne hebben weten te importeren.

Een paar maanden na het verschijnen van het Kamerrapport werd Mink opgepakt. De politie had zijn vingerafdrukken aangetroffen in een appartement in Amsterdam dat diende als opslagplaats voor een enorme partij wapens. De rechtbank veroordeelde hem wegens wapenbezit tot drieënhalf jaar cel. In de speciaal beveiligde bunker in Amsterdam-Osdorp is nu het hoger beroep gaande in deze strafzaak.

De twee advocaten hebben er de handen vol aan. Er zijn trouwens toch maar weinig strafpleiters die het afgelopen jaar zo nadrukkelijk opereerden in de frontlinie van de steeds vinniger wordende drugsoorlog. Ze verdedigen grootgrutters in hasj als Kai E. en Jack S. En twee van hun geruchtmakende cliënten werd het drugsmilieu onlangs zelfs fataal. Op 10 oktober werd voor de deur van zijn appartement in Amsterdam drugshandelaar Sam Klepper geliquideerd. Twee weken daarvoor was een andere grote hasjhandelaar, Jan Femer, al hetzelfde overkomen. Hij werd op zaterdagnamiddag 23 september doodgeschoten. De laatste die Femer waarschijnlijk heeft gesproken was advocate Van der Plas, met wie hij die middag een werkoverleg had.

Van der Plas mag het schertsend aan haar saaiheid wijten, haar onbekendheid bij het grote publiek is ook het resultaat van een welbewuste keuze om discreet te opereren. ,,De mannetjesmakerij van mijn collega's stuit me tegen de borst. Het zijn vooral een aantal mannelijke strafpleiters die veel te ijdel zijn. Bij hen gaat het alleen maar over de maatpakken en de lengte van hun auto's. Ze versterken het imago van de louche advocaat. Ze bezorgen het vak een slechte naam. En dan zeggen ze met een vroom gezicht op tv: wij zijn de verdedigers van de rechtsstaat. Daar moet ik zo verschrikkelijk om lachen.''

Revolutie

In de jaren zeventig leren ze elkaar kennen op het Pompe-instituut van de Utrechtse universiteit. In deze thuishaven voor progressieve, kritische strafrechtjuristen zijn ze allebei leerling van de hoogleraar strafrecht A.A.G. (Toon) Peters. Ze promoveren ook bij hem. Van der Plas moet even zoeken maar dan kan ze het alsnog tonen, het proefschrift met beige kaft uit 1987: Revolution and Criminal Justice: the Cuban Experiment 1959- 1982. Van der Plas, dochter van een advocaat, heeft voor haar studie nog maandenlang een soort antropologisch veldwerk verricht in Cuba om te zien hoe het strafrecht functioneerde in een socialistisch systeem. Ze was in die tijd nogal links, stemde CPN en reisde in 1977 naar China met een door het bewind in Peking goedgekeurde Nederlandse China-club.

Bakker Schut is een jaar voor zijn echtgenote gepromoveerd. Zijn proefschrift, Politische Verteidigung in Strafsachen, gaat over de processen die in de jaren zeventig in West-Duitsland gevoerd werden tegen leden van de terroristische organisatie Rote Armee Fraktion (RAF). Bakker Schut was een van de advocaten van de RAF-verdachten, die in die dagen moordend en ontvoerend bezwaar aantekenden tegen het gevaar van het fascisme in de Bondsrepubliek.

Bakker Schut vertelt dat er van de handelseditie van zijn proefschrift in Duitsland zo'n dertigduizend stuks zijn verkocht. Met de opbrengst is zijn eigen rechtsbijstand aan de RAF-leden gefinancierd. Tot op de dag van vandaag reist hij hiervoor nog regelmatig naar Duitsland.

Maar ook de schoorsteen van een progressieve strafrechtjurist moet roken en dus is Bakker Schut in de loop der jaren steeds meer `gewone', commerciële strafzaken gaan doen. ,,De afgelopen tien jaar zijn er ook geen controversiële, politieke strafzaken meer geweest. De radicale oppositie, de links gemotiveerde mensen die zodanig ageren dat ze een advocaat nodig hebben, zie ik niet meer. Tenzij ik het als oude lul niet meer kan waarnemen.''

Voor Bakker Schut is het werk veranderd nu de overtuigingsdaders plaats hebben gemaakt voor meer ordinaire penose, de handelaren in illegale producten. ,,In politieke zaken moet je bij de verdediging rekening houden met de politieke identiteit van je klanten. In drugszaken gaat het vooral om het resultaat voor je cliënt. Ik hoef nu veel minder op mijn tenen te lopen.

,,Bij de RAF-verdachten kon ik sympathie opbrengen voor hun ideologische gedachtegoed: de aanvallen op Amerikaanse oorlogsinstituties die instrumenteel waren voor de strijd in Vietnam. De daden die mijn cliënten pleegden waren iets anders. Maar bij mijn huidige cliënten heb ik ook niets tegen de daden, de drugssmokkel zelf. Die lokt de staat immers uit doordat de overheid weigert deze kwestie op een andere dan strafrechtelijke manier te regelen. Drugshandel kan gepaard gaan met wapens, maar alleen omdat de wetgever de handel illegaal heeft gemaakt. Daar is geen speld tussen te krijgen. Iemand die het hier niet mee eens is, accepteert op alle gebieden kapitalistische wetten met uitzondering van dit terrein. Dat is wel erg kras.''

De door beide advocaten zo verfoeide, door de Verenigde Staten opgelegde war on drugs dient een oneigenlijk doel, menen ze. De drugshandelaar van vandaag is in zekere zin ook een soort van politieke gevangene, hij is namelijk het slachtoffer van een overheidscomplot. ,,De drugsoorlog is een excuus om controle uit te oefenen op burgers. Je moet toch iets hebben om te kunnen rechtvaardigen dat je telefoons afluistert, dat je mensen kunt volgen en observeren. De strijd tegen drugs biedt de Verenigde Staten ook de mogelijkheid andere landen te controleren. Dit is de big brother is watching you-maatschappij'', zegt Van der Plas.

,,Strafrecht heeft in het algemeen de functie van repressie en preventie. Zoals de overheid in Duitsland ten strijde trok tegen terrorisme, is nu drugshandel een excuus om totale controle uit te oefenen'', zegt Bakker Schut.

Beide juristen zijn ervan overtuigd dat legalisering van gebruik en handel in drugs een kwestie van tijd is. Dan zal de wal het schip keren. ,,Uiteindelijk zal op de strijd tegen drugshandelaren worden teruggekeken op dezelfde manier als we nu de heksenvervolging in de Middeleeuwen zien'', voorspelt Van der Plas. Over de termijn van deze doorbraak durven ze geen voorspelling te doen. ,,Misschien dat we eerst door een nog dieper dal moeten. Verelendung'', zegt Bakker Schut. ,,Probleem is dat het controleapparaat er steeds meer belang bij heeft om dit systeem in stand te houden. Ja, ook de advocatuur trouwens. Ik denk dat strafpleiten pas lucratief is geworden door de onzinnige drugsoorlog. Pas toen er goed verdiend werd, gingen advocaten zich voor het strafrecht interesseren.''

Veiligheidsdienst

Inlichtingen- en veiligheidsdiensten spelen volgens de strafpleiters een steeds grotere rol in de strijd tegen drugshandel. Ook in de zaak-Mink K. is er van hun kant en in sommige media een voortdurende suggestie dat misschien de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) of een buitenlands inlichtingenorgaan een nog niet opgehelderde rol speelt. Een dienst die bijvoorbeeld in staat is wateroverlast te veroorzaken als er een smoesje moet worden gevonden om wapens in een appartement `weg te tippen' aan de politie, zoals de advocaten denken.

Om de achtergronden van een merkwaardig complot boven tafel te krijgen, houden Bakker Schut en Van der Plas het gerechtshof al dagenlang bezig met het horen van loodgieters, journalisten, huismeesters en agenten. ,,Wij vermoeden dat de BVD de flat waar de vingerafdrukken van Mink en de wapens zijn gevonden, al lang op het oog had. De BVD weet ook wie er achter deze wapenhandel zit maar hoe het echt zit, kunnen we maar niet achterhalen'', zegt Van der Plas.

Er gebeuren genoeg gekke dingen, dus achterdocht is gerechtvaardigd, vindt Van der Plas. Toen de rechtbank begin dit jaar achter gesloten deuren de zaak Mink K. behandelde, bleek de conversatie, waaruit voorzichtig kon worden opgemaakt dat Mink op de een of andere manier ook informant is van het opsporingsapparaat, in de perskamer te volgen. Bij vergissing was een microfoon niet uitgezet, zo heette het.

En er was meer, zeggen de advocaten. Ze schetsen ze een reeks gebeurtenissen die moeiteloos past in het script van een nieuwe fantastische dertiendelige tv-misdaadserie. Mink werd een paar maanden geleden halsoverkop per helikopter vanuit Amsterdam overgeplaatst naar de strengste gevangenis, de EBI in Vught, omdat een commando van Joegoslaven en Russen hem zou willen bevrijden. Een tas met vertrouwelijke spullen over Mink is deze zomer bij Van der Plas van haar fiets getrokken. En het allerergste: twee vrienden van Mink zijn om nog onopgehelderde redenen doodgeschoten. In beide gevallen gebeurde de liquidatie 24 uur na een zittingsdag in de strafzaak van Mink. Eén van de verklaringen voor de moorden zou zijn dat de onderwereld bezig is vermoedelijke politie-informanten, verraders uit de weg te ruimen.

,,Het voelt niet lekker wat er allemaal gebeurt'', zegt Van der Plas geheimzinnig. ,,Het is niet voor niets dat veel mensen uit het criminele milieu inmiddels ondergedoken leven.'' Wát er dan aan de hand is, wil of kan de advocate niet zeggen. ,,Het is in ieder geval opvallend, vind je niet? En ik wil tot op de bodem uitzoeken wat er speelt.''

Doordat controle op het werk van inlichtingendiensten niet of nauwelijks mogelijk is, zullen er voorlopig nog veel onopgeloste raadsels zijn op het al jaren onrustige gebied van de misdaadbestrijding in Nederland. De advocaten wijzen erop dat ook de twee parlementaire enquêtecommissies die de misdaadbestrijding onderzochten, nooit toestemming kregen buitenlandse liaison-agenten te horen. Zij beriepen zich op hun diplomatieke onschendbaarheid.

,,Na de IRT-enquête van 1995 is geregeld dat de bevoegdheden en acties van de criminele inlichtingendiensten (CID's) van de politie controleerbaar moeten zijn. Maar nu blijkt dat de BVD al die geheime, voor de rechter niet te toetsen activiteiten overneemt. Er is een nieuw grijs veld in het strafproces omdat de BVD vrijelijk haar gang kan gaan'', zegt Van der Plas.

Met de parlementaire enquêtes over de misdaadbestrijding zijn we in ieder geval niet veel wijzer geworden, vinden de advocaten. ,,De ware reden achter het massaal doorlaten van drugs met hulp van het opsporingsapparaat is nog steeds niet bekend'', verzekert Bakker Schut. Pas na enig aandringen, geeft hij geheimzinnig uitleg: ,,Je moet het richting buitenland zoeken. De inlichtingendiensten en ideologie zitten erachter. Nederland is in de ogen van het buitenland te veel een buitenbeentje. De inlichtingendiensten proberen Nederland helemaal in de hoek te zetten, zodat het afgelopen is met het liberale drugsbeleid. We komen er nog wel achter, ook al wordt er een ongelooflijke hoop mist verspreid. Ik formuleer het ingewikkeld omdat ik in dit stadium er nog niets over kan zeggen dat begrijpelijk is.''

Zelfs een aantal van hun grote cliënten zeggen volgens Bakker Schut ,,nog steeds niet te begrijpen dat ze in de IRT-periode zo makkelijk drugs konden importeren''. Toch is het volgens hem niet aan omvangrijke corruptie te danken dat een aantal lieden zonder noemenswaardige strafrechtelijke moeilijkheden royaal drugs konden importeren. ,,Er is wel corruptie, maar die is niet maatgevend voor wat er in de IRT-periode begin jaren negentig gebeurd is. Cliënten weten soms wanneer er een huiszoeking volgt, maar het is doorgaans niet zo dat ze kunnen verhinderen dat er een politieonderzoek naar ze geopend wordt. Het is meer zo dat grote handelaren te slim zijn om zich traceerbaar te laten pakken voor een partij drugs. Het gros van de criminelen is geen hoogvlieger, maar de slimme boef had net zo goed chief executive officer bij Akzo Nobel of hoofdcommissaris van politie kunnen zijn. Een intelligente handelaar zorgt goed voor de medewerkers. Hij smijt het geld niet over de balk en komt afspraken met concurrenten na. Als je dan ook nog zorgt dat de vrouwen niet worden verneukt, heb je alle risico's afgedekt'', verzekert Bakker Schut.

,,Ja, natuurlijk is drugshandel makkelijk. Het is onbegrijpelijk dat er niet veel meer intelligente mensen zijn die dit doen. Dit is een sector waar je goud kunt verdienen als je het handig aanpakt. En dan doe je ook nog sociaal nuttig werk als je voor goede stuff zorgt.''

Van de IRT-rechercheurs staan nu alleen – in hoger beroep – de Haarlemse ex-agenten Langendoen & Van Vondel terecht. Ze moeten zich verantwoorden voor meineed omdat ze zouden hebben gelogen over door hen verrichte betalingen aan een infiltrant. Langendoen en Van Vondel organiseerden het doorlaten van drugs.

Zijn deze twee mannen, die inmiddels als privé-detectives of adviseur werken, degenen die het opsporingsapparaat doelbewust op tilt hebben laten slaan? ,,Ik geloof helemaal niet dat Langendoen en Van Vondel een corrupte rol hebben gespeeld. Voor zover ik weet, is daar geen sprake van. Er moesten barbertjes hangen en daarom zijn deze twee vervolgd.''

En dan volgt in het gesprek het enige moment dat Bakker Schut overrompeld lijkt door een vraag. Of het klopt dat Langendoen inmiddels aan hun advocatenkantoor betaalde adviezen verstrekt die in strafzaken worden gebruikt?

,,Van wie heb je dat gehoord?'', vraagt Bakker Schut. ,,Daar doen wij nooit uitspraken over. Om allerlei redenen niet. Want dat zou ons beroepsgeheim schenden.''

Ayahuasca

Het komend voorjaar zal Van der Plas optreden in een drugszaak waar ze haar bevlogenheid goed kan gebruiken. Een jaar of zes geleden werd zij geconsulteerd door Nederlandse leden van de Braziliaanse Santo Daime-kerk. Ze wilden weten of het ritueel van deze beweging waarin het gebruik van geestverruimende ayahuasca-thee centraal staat, in Nederland is toegestaan. Twee kerkleiders zullen zich binnenkort voor de strafrechter moeten verantwoorden omdat er in de thee een stof zit die de Opiumwet verbiedt.

Van der Plas en Bakker Schut zijn inmiddels zelf enthousiaste pleitbezorgers van de regenwouddrug. ,,Een onvoorstelbare mystieke beleving. Het gezegde: er is meer onder de zon is voor mij nu niet langer een frase'', zegt Bakker Schut.

,,Ayahuasca geeft me nieuwe inzichten'', zegt Van der Plas. ,,Het psychedelische effect is dat het licht wordt aangedaan in een deel van het onderbewuste. Dus je komt de gruwelijke dingen en de prachtige dingen van jezelf tegen. Je gaat door een stuk verleden en je probeert te grijpen naar andere dimensies: wat is er ná het leven en wat was ervóór? Allemaal zingevingsvragen. Ik vind het heel intrigerend. En welk recht heeft een officier van justitie, die in het weekeinde misschien een krat bier drinkt, om mij dit middel te ontzeggen? Je kunt heel zinvol met drugs omgaan als je maar niet bang wegloopt. Je moet het op een intelligente manier reguleren.''