Gummbah

Ik lees NRC Handelsblad en de Volkskrant en ik begin altijd met de voorpagina, en dat is meer uit collegialiteit dan wat anders, want het grote nieuws is doorgaans ook bekend nieuws. Verder lees ik de krant het liefst van achter naar voren, een gewoonte die je al gauw bij de strips brengt.

Kamagurka vind ik tegenwoordig nogal plichtmatig. Barts brein op zaterdag is het niet meer. Maar bij Kamagurka weet je maar nooit, hij kan zich elk moment revancheren met een nieuwe aflevering van de man die zo snel is dat het me nog nooit gelukt is zijn naam te lezen. Laatst was ik in gezelschap waar een paar van deze cartoons werden naverteld. De stemming knapte er een stuk van op.

Fokke & Sukke, Kwik en Kwek met een gevalletje, hebben mijn aanvankelijke scepsis inmiddels verdreven. Hun slungelige gedoe geeft zelfs de braafste grappen iets venijnigs, net zoals het zelfs de venijnigste betrekkelijk braaf houdt. Ze weren zich dapper in een vreemde wereld. Toen die twee in de concertzaal zaten en het melodietje van hun mobieltje hoorden spelen, moest ik voor het eerst hardop om ze lachen.

In de Volkskrant heb je Sigmund. Sigmund intrigeert me, Sigmund zal ik nooit, maar dan ook nooit, overslaan. De eerste jaren overheerste de ergernis; niets is vervelender dan een grap die het niet haalt. De laatste jaren bekijk ik hem met een droge, ik zou bijna zeggen: statistische, belangstelling. Sigmund intrigeert me omdat hij nooit, maar dan ook nooit, leuk is.

Maar hier heb je ook kans op Gummbah. Laatst zag je op de achtergrond een man met een schaap copuleren. Op de voorgrond boog zich een soortgelijke man uit het raam. In de eerste ballon: Wat doet u daar allemaal met mijn schaap? En in de tweede: Of mag ik `je' zeggen?

Dan is het wachten op Daan, die komt eten. Eerst loopt hij naar de keuken om Iris gedag te zeggen. Dan komt hij de kamer in en gaat hij op de bank zitten. We praten wat. Min of meer terloops reik ik hem de krant aan, Gummbah naar boven gevouwen. Hij kijkt en ik begin alvast te grinniken. Dan schatert hij het uit. Nu kan ik ongeremd meelachen, geestig in de overtreffende trap.