Gringo naast open riool

De één trekt de Braziliaanse sloppenwijken in, en krijgt niks. De ander vangt met Nederlands ontwikkelingsgeld Braziliaanse kinderen op in een tehuis. `Mijn denkwijze is honderd procent Nederlands.'

Zo'n kind laat je toch niet op straat staan?' staat in de folder van de Stichting Kindertehuis Pinokio. Op de voorkant een schattig bloot jongetje. `Help Lucia helpen', spoort het de goede gever aan. Tot de gevers behoren ook minister Herfkens van Ontwikkelingssamenwerking (volgens de stichting 100.000 gulden), en het Nederlandse consulaat in Rio (22.000 gulden).

,,Lucia doet verdomd nuttig werk'', verklaart consul Smeeman. ,,Ze vangt kinderen op die anders in de goot belanden.'' Haar kindertehuis voldoet precies aan de criteria van het Programma Kleine Projecten (PKP) van Buitenlandse Zaken, meent Smeeman. Een pot van 12,2 miljoen gulden voor directe armoedebestrijding.

Zes jaar geleden besloot Lucia Schulman (56) `arme straatkinderen van Brazilië te redden', zoals het damesblad Margriet onlangs in een reportage beschreef. In een dorpje op 400 kilometer van Rio heeft ze een kindertehuis opgezet waar ze inmiddels 52 kinderen opvangt. Schulman is Braziliaanse van origine, maar woonde met haar Nederlandse man 35 jaar in het Gooi. ,,Mijn denkwijze is honderd procent Nederlands'', verklaart ze door de telefoon. Als `tehuismoeder' doet Schulman het dan ook anders dan de Brazilianen. ,,Die proberen het hier al eeuwen, maar het lukt ze nog steeds niet.'' In de Braziliaanse kindertehuizen wordt een kind met 18 jaar op straat gedumpt. Schulman streeft er juist naar ,,de kinderen pas vrij te laten als ze er zelf aan toe zijn''. ,,In dit land heb je buitenlandse invloed nodig'', zegt Schulman, die in haar werk wordt bijgestaan door haar Hollandse echtgenoot en de gouvernante, die vroeger hielp bij de opvoeding van haar kinderen in Laren. Opgeleid voor het werk is ze niet. ,,Ik ben gewoon een liefhebbende moeder, die succesvol haar eigen vier kinderen heeft grootgebracht.''

Schulman doet verslag over het kindertehuis in het Stichtingsblad Wel en Wee. Een jongen van 17 is `vreselijk dom', `rancuneus' en `brutaal als de beul'. Daarom vraagt Schulman zijn moeder hem terug te nemen. `Maar zij wilde daar niets van horen'. In een volgende Wel en Wee kunnen we lezen hoe Schulman hem het tehuis uitzet: `Hij weigerde iets van ons te leren, en bazuinde dat bovendien tegen iedereen rond'. ,,Soms groeit het je heus wel eens boven het hoofd'', geeft Schulman toe. Volgens consul Smeeman is dat valse bescheidenheid. ,,Ma Schulman heeft de wind er goed onder'', kon hij tijdens een bezoek met zijn vrouw aan Pinokio zelf constateren.

De meeste kinderen in Schulmans tehuis zijn geen straatkinderen. Maar dat past ook binnen haar opvatting. De enige manier om de Brazilianen een andere levensstijl bij te brengen, is kinderen ,,in een zo vroeg mogelijk stadium bij de ellende vandaan te halen'', zegt Schulman. ,,Helaas passen ze niet allemaal in mijn tehuis'', is haar antwoord op de vraag hoe ze dat ziet, met de 25 miljoen straatkinderen die Brazilië telt.

Een tegenovergestelde benadering hanteert de Groningse psychiater Nanko van Buuren (52) van de hulporganisatie IBISS. Pinokio versus IBISS is het verschil tussen paternaliseren en politiseren. Waar Schulman een toekomst ziet in tehuizen ,,ver van de verleidingen van de grote stad'', ligt voor Van Buuren het antwoord in de sloppenwijken zelf. ,,Geef kinderen instrumenten om met hun situatie om te gaan'', is het credo van de voormalige streetcorner-worker.

Vandaag is Van Buuren in de grote sloppenwijk van Rio, Vigario Geral. Een bleke man met een bril aan een touwtje naast het open riool. Om hem heen klonteren de kinderen van de wijk. Het is een ritueel dat zich steeds zal herhalen. Er wordt eindeloos geknuffeld en op de ruggen geklopt. ,,Hij is gewoon een Braziliaan, alleen praat hij een beetje gek'', zegt de grote zwarte jongen terwijl hij Van Buuren in zijn houdgreep bijna vermorzelt.

Paolo Nequeba is de leider van de beroemde hip-hopband Afroreggae uit Vigario Geral. De geestelijke vader was Nanko van Buuren. ,,Toen ik Paolo leerde kennen, liep hij rond met een geweer dat groter was dan hijzelf'', vertelt Van Buuren over de jongen, die nu het idool van sloppenwijkkinderen is. En dat was ook de bedoeling.

Een ander perspectief bieden dan de drugshandel alleen. Dat was het doel van het cultureel centrum dat IBISS zes jaar geleden opzette in de sloppenwijk waar net weer eens dertig bewoners door de politie waren vermoord. Er werd een hip-hopband gevormd door de meest `zware' jongens in de wijk. Die gaven op hun beurt percussie- en danslessen aan andere jongeren. Afroreggae groeide uit tot een sociale beweging. In alle vijfhonderd sloppenwijken van Rio steken nu dergelijke bands de kop op. Ze hebben namen als `Zonen van het getto', `Verzet' of `Drie Zwart'. Net als Afroreggae hanteren ze het motto: gebruik geen wapens of drugs. Maar dans, zing en ga naar school.

Zo heeft Van Buuren meer dan 25 projecten. Variërend van buurtcrèches tot gezondheidscentra en vakbonden voor minderjarigen in de prostitutie. In Vigario Geral moet hij vandaag de sloop van de hutjes aan het riool controleren. ,,Met grote druk lukt het wel de gemeente taken te laten overnemen'', zegt Van Buuren. ,,Dat is het voordeel als zo'n wijk georganiseerd raakt.''

Anders dan Pinokio krijgt IBISS geen geld van de Nederlandse overheid. ,,Wij hebben bij de ambassade wel een aanvraag ingediend'', vertelt Van Buuren. ,,Maar ze antwoordden dat er voor kleine projecten geen potjes meer zijn.'' De consul in Rio zegt nooit een aanvraag van IBISS te hebben ontvangen.

In verschillende sloppenwijken heeft IBISS een cursus young black leadership opgezet. Zelfs het voormalige hoofd van de politie komt daar nu lesgeven. ,,De meeste gestudeerde Brazilianen hebben nog nooit met de onderlaag gepraat'', verklaart Van Buuren. ,,Ze weten niet hoe dat moet.'' Daarom heeft hij op de universiteit het vak `sociale linguïstiek ingevoerd. Elke maand staan er nu een paar van zijn meest radde straatkinderen achter de lessenaar in de collegezaal. ,,Dan is het wel even handig een rare gringo te zijn. Zoiets zorgt namelijk voor een hoop opschudding bij de autoriteiten.''

Met Schulman deelt Nanko van Buuren de visie dat Braziliaanse kindertehuizen slechte oorden zijn. Maar haar standpunt dat buitenlanders het beter kunnen, deelt hij niet. Evenmin als haar klacht dat de Braziliaanse Jeugdwet het probleem is. Daarin worden voor het plaatsen van kinderen in tehuizen strikte regels gesteld. Behalve als er sprake is van mishandeling of seksueel misbruik, stelt de wet de ouders verantwoordelijk voor hun kinderen. Schulman ziet hierin een grote belemmering. `De ouders krijgen meestal hun zin, hoe slecht ze ook zijn', schrijft ze.

Van Buuren is de voorzitter van de raad van toezicht op de Jeugdwet in Rio. ,,We hebben heel hard voor deze wet gevochten'', zegt Van Buuren, die bijdroeg aan de totstandkoming ervan, tien jaar geleden. Voor het eerst hebben kinderen een eigen juridische bescherming: geen enkel kind mag tegen zijn zin in een tehuis gezet worden.

Of hij het een probleem vindt een `witte gringo' als baas te hebben? Zijn humeur slaat om: ,,We zijn er toch eindelijk wel eens aan toe om mensen niet meer op ras of afkomst te beoordelen'', briest de secretaris van de Raad. ,,Nanko kent het veld beter dan wie ook in Rio. Dáárom is hij voorzitter. Punt uit. Het gaat er toch niet om waar je vandaan komt? Het gaat om de invulling die je geeft aan je werk.''