Gewetensvol Tourdirecteur en journalist

Jacques Goddet, die gisteren op 95-jarige leeftijd overleed, was niet alleen een halve eeuw directeur van de Tour de France. Hij was als ex-journalist een inspirator en filosoof die probeerde de samenleving te doordringen van de zin en onzin van sport.

Tot op hoge leeftijd is Goddet inspirator geweest van de sportjournalistiek. Geen man die zo bevlogen kon praten en schrijven over de wielersport in het bijzonder en de sport in het algemeen. Hij was een observator van adellijke signatuur, hij was een man die het wezen van de sport als weinig anderen doorgrondde en daardoor topprestaties kon tot op het bot analyseren.

Zoals Goddet vooral gedurende de Tour de France in zijn éditorials in het organiserende sportdagblad l'Equipe over wielrenners en hun drijfveren schreef, zoals hij in ruim vijftig jaar de Tour de France dirigeerde, zo was hij een groot inspirator. Soms werd hij de verpersoonlijking van de romantiek genoemd, als een man die zijn hang naar avontuur, spanning en lijden de vrije loop liet. Maar vaker werd hij toch gezien als de belichaming van de morele, geestelijke en culturele waarden.

Voor Goddet was de Tour de France meer dan een sportwedstrijd. Voor hem was de Tour een belangrijke politieke en sociale gebeurtenis, de strijd tegen cols en kasseien was een noodzakelijk tegenwicht tegen de toegenomen gemakzucht van onze maatschappij. Hij voerde strijd tegen de commerciële invloeden, die onvermijdelijk tot ondershandse praktijken leiden en de sport van zijn zuiverheid ontdoen, en hij probeerde vooral de (wieler)sport te gebruiken voor educatieve doeleinden.

Voor Goddet had de sport ook een opvoedende taak sinds zijn vader hem op jonge leeftijd naar Engeland stuurde om in Oxford colleges te lopen. Het boek Het hoofd en de benen van zijn voorganger als Tour-directeur en leermeester Henri Desgrange, de stichter van de Tour de France, diende hem vervolgens als leidraad. Diens filosofieën, ideologieën en gewetenswroeging over de wielersport vonden bijna veertig jaar lang hun weerslag in de hoofdredactionele artikelen in l'Equipe. Sportjournalist Goddet, die in 1936 de directeursfunctie van Desgrange overnam, was het toonbeeld van sportethisch vernuft.

Goddet verfoeide de moderne vorm van sportjournalistiek, die is ontdaan van diepgang en kritische waarneming. In een van die vraaggesprekken die ik met hem mocht hebben, vroeg Goddet: ,,Mon cher ami, wat vindt u er zelf van? Wat doet de sport u? Sportverslaggeving is toch pure observatie en een continue poging tot het verkrijgen van inzicht in de lichaamsbeweging. Uw belangstelling reikt toch hopelijk verder dan het noteren van de mening van een ander.'' Goddet raadde me een zoektocht aan naar het waarom van sport en sportbeoefening. ,,Ga uw eigen weg, schrijf wat u vindt. U zult zich voortdurend verbazen over mensen, want mensen die sport bedrijven houden de samenleving een spiegel voor.''

Goddet zei dat hij graag zag dat sportmensen alles uit hun lichaam persten. Wanneer ze de verdenking op zich laadden doping te hebben gebruikt, kon hij tegelijkertijd filosofisch en afkeurend reageren. In 1980 uitte hij zijn twijfels over de manier waarop Tour-winnaar Zoetemelk zich `verzorgde'. In 1967 vroeg hij zich in zijn hoofdartikel in l'Equipe af nadat Tom Simpson op de Mont Ventoux was bezweken aan het gebruik van doping en alcohol in combinatie met de uitputting in de hitte: ,,Zij wij niet te veeleisend voor de Tourrenners?''

Altijd was hij gekleed in een lange korte kakibroek, een kaki-overhemd, grijze gebreide kousen en droeg hij een tropenhelm. Als een Indiase generaal stond hij in de directie-auto, dak open, jarenlang naast Félix Lévitan, de co-directeur die de Tour de France als eerste de deur openzwaaide ter verwelkoming van de allesbedervende handelsgeesten, zoals Coca Cola en de Amerikaanse televisie-maatschappijen. Dat deed Goddet heel veel pijn, hoewel hij besefte dat in deze moderne tijd ook de sport niet zonder commercie kan.

Goddet waakte over de morele en sportieve waarden. De Fransman die mede aan de wieg stond van de Europa Cup voetbal en van rugbytoernooien en een groot liefhebber was van tennis, bleef een ethicus pur sang. Hij was tegen nationale wielerploegen in de Tour de France in plaats van merkenploegen, ,,omdat nationalistische motieven mensen kunnen aanzetten tot onderlinge haat''.

Toen ik in 1985 deelgenoot mocht zijn van een gigantisch bootfeest in de Bretonse baai van Morbihan ter ere van zijn tachtigste verjaardag, zag ik Goddet genieten als een God die zijn kinderen heeft geleerd dat sport een gunst is. Het is geen wonder dat hij de gezegende leeftijd van 95 jaar bereikte. Een spirituele man als hij verdient het nu om nog jaren voort te leven als een filosoof die de wereld heeft laten kennismaken met het wezen van de sport.

    • Guus van Holland