GATENKAAS

Scholen staan er onder direct bewind van de gemeente, bevoegdheden zijn strikt lokaal. Het gedecentraliseerde Zwitserse onderwijssysteem bevindt zich in een diepe crisis. De eerste doden zijn al gevallen.

Het is 30 juli 2000, een regenachtige zondag midden in de zomervakantie. De straten van het dorpje Urnäsch in het kanton Appenzell zijn uitgestorven. Om negen uur 's avonds ziet een mavo-lerares op weg naar huis een rode auto op het verlaten schoolplein staan. Het is de Hyundai van Thomas Rusch, een jonge collega die het afgelopen jaar zware ordeproblemen heeft gehad. De lerares krijgt een unheimisch gevoel. De motorkap is nog warm, maar de school is op slot en nergens brandt licht. Als ze haar eigen sleutels van huis heeft gehaald, begint ze de donkere school te doorzoeken. Op de tweede verdieping staat de deur van het klaslokaal van Thomas open. Ze roept dat zij het is, dat hij niet moet schrikken en doet het licht in het lokaal aan. Thomas Rusch heeft zich opgehangen. Op het bord achter zich heeft hij geschreven: `Waarom? Waarom ik? Waarom juist ik? Ik wou een goede leraar zijn!'

In de dagen daarna laait de discussie in het dorp hoog op. Hoe is het mogelijk dat de schoolleiding niet heeft ingegrepen, terwijl de zevenentwintigjarige leraar regelmatig om hulp had verzocht? Waarom heeft de leiding de leerlinge die Thomas in mei via zijn antwoordapparaat de dood in wenste, ongemoeid gelaten? Rusch heeft een dagboek achtergelaten, waarin hij het falen van de school minutieus beschrijft. Zijn familie eist dat het schoolbestuur de consequenties aanvaardt. De verontwaardiging slaat over naar het hele land. Nergens hebben leraren het makkelijk. De druk in het Zwitserse beroeps- en algemeen vormend onderwijs is overal hoog.

De zelfmoord van de leraar werkt als katalysator. De kranten geven vele voorbeelden van onverantwoorde situaties op scholen. In september, bij het begin van het schooljaar, leggen de leraren in het kanton Zürich het werk neer. In oktober wijst een onderzoek uit, dat leraren gemiddeld werkweken van 46,7 uur maken, bij een toenemende psychische druk in het lbo en avo. Kinderen worden ongezeggelijker, ouders veeleisender. Zwitserland heeft bijna 20 procent buitenlanders, van wie ex-Joegoslaven het grootste deel uitmaken. Zeventig procent van de leerlingen op het lbo en mavo is van buitenlandse afkomst. Leraren worden als eersten geconfronteerd met een moeizame integratie. Eerder dit jaar is een leraar vermoord door de vader van een Joegoslavische leerlinge. De vader was jaloers op de plaats die de school en de klasseleraar innamen in het leven van zijn dochter.

Niet alleen nemen de pedagogische eisen toe, ook vakinhoudelijk wordt er steeds meer gevraagd. Nieuwe curricula worden in hoog tempo ingevoerd. Meer dan in Nederland zijn Zwitserse leraren tot op havo-niveau multi-inzetbaar. Ze moeten in principe alle vakken kunnen geven. Meer maatschappijleer, voorlichting over aids, mens en milieu, een extra taal? Het betekent allemaal extra werk, en weinig of geen compensatie. Veel Zwitserse leraren houden het voor gezien en keren het vak de rug toe. Tegelijkertijd wijst een recente studie van de OESO uit, dat de Zwitserse schoolverlaters in basisvaardigheden als rekenen en schrijven ver achterblijven bij het buitenland. Zwitserland is tegenwoordig de hekkensluiter van de industrielanden in leesvaardigheid. Het Zwitserse onderwijs, ooit een toonbeeld van stabiliteit en de trots der natie, bevindt zich in de grootste crisis van zijn geschiedenis.

topdown

Maar liefst 200 herstructureringen worden momenteel ingevoerd in de verschillende kantons. Net als elders in Europa worden de maatregelen top-down ingevoerd. Het grote verschil met elders is het kantonale schoolsysteem. Er is zelfbestuur tot op het laagste niveau. De zegeningen van de directe democratie grijpen diep in in het dagelijkse leven van de Zwitserse leraar. Zit er in andere landen tussen politiek en de leraren nog een administratieve laag, hier is die er nauwelijks. Geen rector, conrector, directeur, directrice. Geen administratie of secretariaat. Hooguit een leraar die een paar uur is vrijgesteld voor managementtaken. Op de Sekundarschule (een equivalent van mavo en havo) van Thomas Rusch werd de scepter gezwaaid door een lerares gymnastiek die voor 30 procent was vrijgesteld. Ze deed het dit schooljaar voor het eerst. Tussen het schoolbestuur (een politiek samengesteld gemeentelijk orgaan) en de lerarenvergadering is nauwelijks een buffer. Iedere leraar heeft een sleutel van de school. Elke maand ploft het kantonale schoolblad thuis in de bus met nieuwe oekazes. De implementatie is een zaak van de lerarenvergadering.

In dit decentrale systeem is de Erziehungsdirektor (de directeur onderwijs) oppermachtig. Elk van de 26 kantons heeft er een. Die bepaalt binnen de politieke parameters welke leermiddelen er worden aangeschaft, hoe hoog de salarissen zijn, hoeveel leraren per leerling er worden aangesteld, wanneer de vakanties vallen. Elk kanton heeft zijn eigen leermiddelen en zijn eigen examens. Met uitzondering van het gymnasium heeft elke school zijn regionale eindtermen. Vervolgopleidingen dienen daarom plaats te vinden binnen de kantonale grenzen. Wie een lerarenopleiding in kanton Zürich heeft gevolgd, is onbevoegd in het naburige Zug les te geven. Het ontwikkelen van een curriculum (een investering van enkele tonnen) gebeurt op kantonaal niveau. In elk van die regios, soms met een omvang van een dorp met 30.000 burgers, wordt opnieuw het wiel uitgevonden. Het leidt tot een enorme versnippering, maar heeft al tweehonderd jaar goed gefunctioneerd.

Maar de wereldeconomie is heel dichtbij gekomen. Jonge mensen willen in business en in de IT. Er is een schreeuwend tekort aan leraren ontstaan en een levendige transfer tussen de kantons. In het kanton Appenzell Ausserrhoden, waar Thomas Rusch les gaf, zijn de lerarensalarissen het laagst van het land; het lerarentekort is navenant. Het kanton kan zich in de praktijk slechts onervaren leraren permitteren, die regelrecht van de pabo of de lerarenopleiding komen. Mutatis mutandis worden de leerlingen door het voortdurend verloop van leerkrachten steeds lastiger. In deze Teufelskreis van het helvetische onderwijssysteem is Thomas Rusch terecht gekomen. De lokale bestuursautonomie laat zich slecht verenigen met een modern, internationaal georiënteerd onderwijssysteem.

heet hangijzer

Een neveneffect van de kantonale opdeling van het onderwijs is de concurrentie tussen de `Erziehungsdirektoren'. Tijdens de vergadering van onderwijsdirecteuren wordt landelijk overleg gevoerd, het hoognodige wordt afgestemd, maar er wordt ook geprobeerd elkaar de loef af te steken. Wil kanton X het Engels verplicht invoeren op de lagere school, dan heeft kanton Y het er al door. Computers in de klas met hulp van het bedrijfsleven mag een heet hangijzer zijn, waarvoor de landelijke vergadering zelfs federale toestemming nodig heeft, in sommige kantons staan ze er allang. Vooral in regio's waar de vestigingen van het internationaal bedrijfsleven de grond uit schieten, zoals Zürich, gaan de provinciale politici voortvarend te werk.

De meest spraakmakende directeur onderwijs van Zwitserland zit dan ook in Zürich. Onder het bewind van deze Ernst Buschor, alumnus van de Economische Hogeschool in Sankt Gallen, wordt de ene vernieuwing na de andere ingevoerd. Dat Buschor op de Sekundarschulen directies wil aanstellen, wordt in het algemeen positief beoordeeld. Elke collega die een aantal uren kan worden vrijgesteld voor managementstaken, is meegenomen. Ook wordt een reorganisatie waarbij vakleraren de plaats innemen van klasseleraren die het hele pakket onderwijzen, over het algemeen met instemming begroet.

Bij de leraren is Buschor omstreden, en volgens velen gaat hij te ver in zijn vernieuwingsdrift. Nauwelijks is het laatste taboe omver gegooid (de invoering van het Engels als tweede taal op de lagere school, in plaats van de landstalen Frans of Duits) of het volgende dient zich alweer aan. Terwijl de taalstrijd tussen Franstalig en Duitstalig onderwijsland weer in alle hevigheid is opgelaaid, is Buschor volop bezig een prestatieloon voor leraren in Zürich in te voeren. Visitatiecommissies worden langs de klassen gestuurd, maar de leraren worden ook uitgenodigd een zelfbeoordeling in te dienen. Op basis van deze instrumenten zal het salaris worden vastgesteld. In de eerste jaren van een lerarenloopbaan stijgt het salaris automatisch, maar in de middenfase hangt de stijging af van de vierjaarlijkse beoordeling.

Schulblatt

Wie denkt na vijftien, twintig jaar op zijn lauweren te kunnen gaan rusten, heeft buiten Buschor gerekend. Voor zeer ervaren leraren heeft hij slechts een salarisverhoging in petto als er uitzonderlijk goed wordt gepresteerd. Eind november kwam het ambtelijke Schulblatt van kanton Zürich met de mededeling, dat leraren in relevante vakken (lees wiskunde, economie) voor extra taken twee keer zoveel compensatieuren zullen krijgen als de leraren in softe pakketten als talen. Het systeem zal, zo wordt gevreesd, leiden tot een hardere sfeer in de lerarenkamer. Dat wordt op de koop toe genomen. Sterker nog: dat het zou leiden tot een grotere concurrentie tussen de scholen, zou de provinciale onderwijsdirecteur alleen maar toejuichen. Een volgende stap wordt het uitloven van prijzen voor de beste scholen.

Of dit door Amerika geïnspireerde model de aangewezen weg is voor het Zwitserse onderwijs, moet worden afgewacht. De indruk overheerst dat de overgang uit het kantonale systeem duidelijk een `brug te ver' is. De onmacht en onvrede groeien onder de Zwitserse leraren, die steeds verder zijn weg geraakt van hun kerntaak: het onderwijzen van opgroeiende kinderen. ``Mijn core-business'', zegt een lerares ironisch, ``is niet het opstellen van zelf-evaluaties. Meer dan ooit is het voor leerlingen nodig uit te groeien tot uitgebalanceerde volwassenen. Maar daarvoor is steeds minder tijd beschikbaar.''