FOETALE HERSENCELLEN MOGELIJKE BASIS VOOR HUNTINGTON-THERAPIE

Implantatie van foetale hersencellen bij vijf mensen met de ziekte van Huntington heeft bij drie van hen tot geleid tot een verbetering van de toestand. In psychiatrisch en neurologisch opzicht waren zij er één jaar na de transplantatie beter aan toe dan ervóór. De toestand van de twee andere behandelde patiënten en van 22 niet-behandelde patiënten verslechterde in dezelfde periode gestaag. Dat blijkt uit een artikel van een team van Franse neurologen, neurochirurgen en psychiaters (The Lancet 9 dec).

De ziekte van Huntington is een dominant erfelijke dodelijk verlopende aandoening: kinderen van een patiënt hebben 50 procent kans op de ziekte. De meeste patiënten zijn tussen 40 en 60 jaar als de ziekte begint, in een deel van de hersenen dat striatum heet. Het gemuteerde gen veroorzaakt een afwijking in het eiwit huntingtine, waardoor allerlei soms essentiële eiwitten aan de huntingtinemoleculen blijven plakken. Uiteindelijk gaan de striatumcellen hieraan te gronde. De patiënten krijgen last van chorea (snelle spiercontracties op wisselende plaatsen in de ledematen of romp) en worden dement. Uit onderzoek bij ratten en apen is echter bekend dat verdwenen striatumcellen kunnen worden vervangen door cellen uit het gebied in de foetale hersenen waaruit later het striatum zou zijn ontstaan.

De Franse onderzoekers selecteerden vijf Huntington-patiënten die al enkele jaren symptomen van de ziekte vertoonden en brachten hersenweefsel van ongeveer acht weken oude foetussen in het striatum. Dat gebeurde in twee stappen: eerst in de rechter hersenhelft, en een jaar later links. Weer een jaar later werd met behulp van Positron Emissie Tomografie (PET) de opname van radioactief gelabeld glucose in het striatum bepaald. Die glucose-opname is een maat voor het energieverbruik, en dus van de activiteit, in een weefsel. Bij drie van de vijf patiënten was de activiteit in het striatum na de transplantaties gelijk gebleven of toegenomen. Bovendien waren er binnen het striatum plaatsen met een sterk verhoogd energieverbruik. Daarnaast scoorden de drie duidelijk beter dan vóór de ingreep bij een groot aantal neurologische en (neuro)psychologische tests. De andere patiënten gingen in alle gemeten opzichten achteruit.

Twee commentatoren van The Lancet zijn gematigd positief over de uitkomsten. Goed nieuws vinden zij dat de gevolgde behandelstrategie lijkt te werken. Tegelijkertijd stellen zij vast dat het aantal succesvol behandelde patiënten nog erg klein is. Daarnaast is het nog de vraag of het transplantaat de afbraak van de hersencellen ook op langere termijn kan compenseren. Tenslotte wijzen zij erop dat voor een volledig herstel alle verloren striatumcellen moeten worden vervangen. Het is allerminst zeker of dit ook gebeurt.