Erik, beken!

Erik Gerets in de week van de waarheid: ,,Ik heb geen advocaat nodig.'' De PSV-coach lost zijn zaakjes zelf wel op. En als dat niet lukt, wil hij naar eigen zeggen liever doodvallen.

Mannentaal.

Doodvallen is in sommige gevallen de enig juiste oplossing, maar het verbaast mij zeer dat Erik Gerets daar ook zo over denkt. Ik ken namelijk een andere Gerets: een Bourgondiër, een man gehecht aan leven en bezit. Aan dure wijnen, aan zogenaamde kunst, aan zijn middeleeuwse hoeve, aan retorisch succes bij de vrouwen, aan status in het algemeen, ja zelfs aan carnaval. De hang naar het hiernamaals lijkt mij iets te precair voor deze slokop in gulzige, soms schunnige gezelligheid.

Doodsverlangen als pantomime. Het laatste is de spécialité de la maison van PSV. De toneelstukjes die de voorbije jaren in de Herdgang en omstreken zijn opgevoerd, zijn ontelbaar. Nooit is iets waar, nooit is iets klaar bij de Provinciale Sport Vereniging. Het bestuur, de technische staf, de spelers, de kantinejuffrouw, het hele PSV is een opeenstapeling van FIFA-houdinkjes. Tuthola-gedoe rond het product voetbal. Met in het achterhoofd altijd: de koorts van geld, geld en nog eens geld.

Erik Gerets heeft een kans gemist. In plaats van te dreigen met doodvallen had hij ook kunnen zeggen: `Dames en heren, in mijn wereld is het ontvangen van een envelopje, bij het vallen van de avond ergens langs de snelweg, usance'. Als je dan toch in een louche wereld wilt leven, kom er dan ook voor uit. De hele PSV-aanhang zou vertederd in een applausje zijn ontstoken. Want in Eindhoven wordt de echo van geritsel van generatie op generatie doorgegeven. Zoveel voor Kezman, zoveel voor mij: niets aan de hand. De oude troubadour wist het twintig jaar geleden al: we zijn toch mensen met elkaar.

Maar nee, Gerets ging de toer op van het puritanisme. Hij wilde zweren op het hoofd van zijn kinderen. Hij zou de wereld eens laten zien dat er nog Belgen zijn die hun leven uitzingen zonder boter op het hoofd. Hij suggereerde heiliger te zijn dan de Paus. Gerets zocht en vond het masker van de lijkbidder.

Dan ga je af.

Zeker als er, in grote omarming, mannen om je heen staan van het slag Harry van Raaij en Frank Arnesen. De eerste is de uitvinder van de hypocrisie, de tweede lacht zich een ongeluk nu zijn vriendje Sören Lerby zowat de primus inter pares onder de makelaars in Nederland is geworden. Het trio Van Raaij-Arnesen-Gerets hoort gebeiteld te zijn in de triomfboog van een kathedraal: als je hun gezichten ziet, is de zaligverklaring nooit ver weg. Maar reken maar dat ze een weelderig buitenhuis hebben waar het licht van de civil society nog nooit is doorgedrongen.

Erik Gerets heeft het beproefde procédé toegepast van la fuite en avant, de vlucht vooruit: `Ik, Erik Gerets, zal de mesthoop van Club Brugge ontleden en ontmaskeren. Zonder advocaat.' Waarop wacht-ie eigenlijk? Waarom laat hij zijn gewezen assistent, René Verheyen, bungelen aan het touwtje van de gevreesde Stojic? In tegenstelling tot Gerets is Verheyen geboren met de ziel van de knecht: Vlaams, braaf, slaafs, traag. René Verheyen zou de zomerflat van Harry van Raaij, aan de Belgische kust, niet eens durven te betreden zonder eerst een paar wodka's on the rocks te hebben ingenomen. Zoveel inherente verlegenheid is er in het zelfbeeld van Gerets niet aanwezig.

De PSV-coach claimt het voordeel van de twijfel. Dat deed-ie achttien jaar geleden ook al toen hij werd ontmaskerd als spil in het omkoopschandaal van Standard Luik. Omdat ik hem niet wil zien doodvallen, zou ik tegen Gerets willen zeggen: Kom op man, wees voor één keer genereus in het zelfbeklag. Niemand neemt het je kwalijk. Iedereen weet: voetbal=zwartgeld; voetbal=witteboordencriminaliteit.

Alleen Diego Maradona houdt het beschaafd: hij ging na de verkiezing van de voetballer van de eeuw linea recta Fidel Castro groeten. En wat zei Maradona in Havana? Hij zei: ,,Zoals ik het voetbal heb gediend, zo heeft Fidel zijn volk gediend.'' Harry Mulisch is in prima gezelschap in de galerij der gelovigen.