Een El Nino boven de Geldstroom

Eens in de vijf tot zeven jaar verandert de golfstroom in de Stille Oceaan, en als gevolg van dat El Nino-effect regent het op plekken waar het doorgaans droog is en schijnt de zon in regengebieden.

Geldt dat ook voor de financiële Golfstroom over de Atlantische Oceaan? De laatste jaren stroomde het kapitaal uit Europa naar de Verenigde Staten, waar de productiviteit hoger was, de winstvooruitzichten beter waren en de economische boom werd gefinancierd met buitenlands geld. Het gevolg: een ijzersterke dollar, een ondanks vergaande krapte verhoudingsgewijs lage kerninflatie, stijgende beurskoersen en een gezonde obligatiemarkt. De Amerikaanse consumptie- en investeringsdrift redde de wereldeconomie van de Azië-crisis in 1998, door te fungeren als afnemer van iedereen die zich uit de moeilijkheden moest exporteren. En ook Europa heeft, ondanks het geweeklaag over de zieke eurokoers, via de export juist de economische impuls gekregen die het nodig had.

Alles goed, zolang het buitenland wel bereid was de Amerikaanse droom te financieren, wat resulteerde in een sterk oplopend tekort op de Amerikaanse betalingsbalans. Een tekort, zo bleek donderdag, dat (op jaarbasis) in het derde kwartaal verder boven de vier procent van het bruto binnenlands product is gestegen. Een nieuw record.

Maar de Amerikanen moeten wel het superieure rendement blijven leveren waar de buitenlandse financiers op uit zijn. En daar dreigt nu de klad in te komen: de balans begint langzamerhand door te slaan in het nadeel van de VS. Het aantal winstwaarschuwingen zwelde deze week aan tot een crescendo, met fusiebanken Chase Manhattan en J.P Morgan, computerfondsen Compaq en Microsoft en autofabrikant General Motors als prima donna's.

Zoals een hypochonder vaak zijn eigen kwalen waant bij de mensen om hem heen, zo projecteerden de overheersend Angelsaksische zakenbanken de Amerikaanse groei-angst op de rest van de wereldeconomie. Vandaar de schok die president Duisenberg van de Europese centrale Bank donderdag veroorzaakte door ijskoud te stellen dat de euro-economie twee uitstekende jaren voor de boeg heeft. De Europese economische groei bedroeg, zo bleek dinsdag, 3,4 procent op jaarbasis in het derde kwartaal van dit jaar, en dat is maar een geringe vertraging vergeleken bij de groei-afname die de Amerikanen zelf vrezen.

Consequentie van Duisenbergs uitspraken is dat de verwachte renteverlaging door de Federal Reserve in de eerste helft van 2001, die voor het gemak ook al was ingetekend voor de ECB zelf, er op de korte termijn misschien enkel in de VS zelf van komt. En dat bleek donderdag en gisteren zeer heilzaam voor de euro, die voor het eerst sinds eind augustus de 0,90 dollar raakte.

De rest van het scenario is bekend: om het gat op de betalingsbalans gefinancierd te krijgen moet(en) óf de dollar óf de aandelen- en obligatiekoersen goedkoper worden om ze aantrekkelijker te maken. Of het gat moet worden gedicht door meer besparingen in de VS zelf, wat ten koste gaat van de economische groei.

In zo'n ongewisse klimaatsverandering is het goed om een thermometer te hebben. En traditioneel de beste thermometer is de bancaire sector. Daar komen alle problemen van het bedrijfsleven samen.

Of die problemen nu inwerken op een mogelijke verslechtering van de kredietportefeuilles, leiden tot minder activiteit op de kapitaalmarkt of een afkalving van het onderpand tot gevolg hebben – banken zijn hét windvaantje van de financiële conjunctuur.

Dat geldt niet alleen voor de Amerikaanse banken zelf. De sector is zó geïnternationaliseerd, dat ook de grotere Europese banken kunnen lijden onder een eventuele Amerikaanse malaise. Voor Nederland is ABN Amro het meest kwetsbaar. Niet alleen bouwde die bank zijn Amerikaanse activiteit de laatste twintig jaar uit tot een tweede imperium naast het Nederlandse bedrijf, de bank is ook actief in internationale leningen. En als er een liquiditeitsprobleem komt in de VS, zijn Europese financiële markten en hun bespelers daar geenszins immuun voor.

Dat vraagt het nodige van ABN Amro, dat juist in augustus aankondigde in te zetten op een verdubbeling van de aandelenkoers in vier jaar en zich voortaan te gaan meten met een zelf aangestelde peer group van internationale topbanken waarvan het tot de top vijf wil gaan behoren.

Op het eerste gezicht zit het topman Groenink niet mee. Op 16 augustus, de dag voordat ABN Amro zijn strategie uiteenzette, noteerde het aandeel een slot van 28,20 euro, destijds een recordkoers. Na een wilde rit op en neer in de volgende maanden flirtte het aandeel gisteren met een ondergrens van 24 euro, vooaral nadat het een tik meekreeg van de winstwaarschuwing van Chase en Morgan.

Voor Groenink is dat een voordeel. De strategie gaat pas 1 januari in, en het is prettig om vanaf een lage koers te beginnen. De bank is natuurlijk niet alleen – dat is het prettige van een peer group. Als de financiële oceaanstroming draait en het stortregenen begint, zal blijken dat ook alle peers van de bank hun paraplu zijn vergeten.

    • Maarten Schinkel