Dieven van het water

Water is geld in de Egyptische Nijldelta. Nederlanders helpen waterschappen oprichten zodat ieder zijn deel en zijn oogst krijgt. `De duivel is altijd aanwezig.'

We slaan ze in elkaar!'', zeggen Ahmud Ma'ruf en Mahmud Hamid Gulaidi lachend over collega's die ondanks alle samenwerking in het waterschap toch nog worden betrapt op waterdiefstal. Maar, vervolgen ze serieus, ,,daarna beleggen we een spoedzitting en dan praten we erover''. Ali en Mahmud wonen in de Fayoem, een duizenden jaren oude oase met zo'n drie miljoen inwoners twee uur rijden ten zuiden van de hoofdstad Kairo. Per jaar betaalt Nederland hieraan 7,5 miljoen gulden mee, wat vooral opgaat aan salarissen, transport, kleine infrastructurele hulp zoals muurtjes en sluizen. In totaal ontvangt Egypte (bruto nationaal product: 250 miljard gulden) zo'n vijfenveertig miljoen gulden per jaar uit Nederland voor schuldenverlichting, hulp bij landbouw en gezondheidszorg en bij projecten om vrouwen meer zeggenschap en controle over hun eigen leven te geven, `empowerment'.

Het project in de Fayoem is een `successtory'. Ali en Mahmud, trotse kerels van eind dertig, gebruind en gespierd door het werk op het land, zijn zeer te spreken over de Nederlandse inmenging. Ze verbouwen van kindsbeen af katoen en rijst. Totdat met Nederlandse hulp in 1995 waterschappen werden opgezet, hadden ze als eenvoudige boer hun spieren niet alleen nodig voor het ploegen, maar ook om hun waterportie te verdedigen. Het regent hooguit een paar keer per jaar in de Fayoem, en al het water voor irrigatie komt via een kanaal uit de Nijl. Die kanalen vertakken zich steeds fijner, en brengen zo volgens een vaste verdeelsleutel water bij iedere boer.

Als alles goed gaat tenminste, want de Egyptenaren zeggen niet voor niets: Shaytan mawgud, de duivel is altijd aanwezig. Ze bedoelen dat niet ieder mens altijd de verleiding kan weerstaan te zondigen, in dit geval water te stelen uit een van de honderden irrigatiekanalen. Meer water betekent een grotere oogst, betekent meer geld. Andersom geldt hetzelfde, het land van Ahmed Ma'ruf en Mahmud Hamid Gulaidi ligt helemaal benedenstrooms. Als boeren bovenin water inpikken waar ze geen recht op hebben, liggen hun akkertjes braak.

De Fayoem ligt onder de zeespiegel en wordt geïrrigeerd met zwaartekracht – water stroomt van boven naar beneden. Op de hoofdkanalen staan lager gelegen zijtakken, waarin via sluisjes 24 uur per dag een vaste hoeveelheid water stroomt. Wie kwaad wil, hakt een bredere doorgang in de sluisjes, of wat slimmer: monteert onder de waterspiegel een pijp die extra water naar binnen zuigt. ,,De breedte van die sluisjes wordt door de autoriteiten tot op de centimeter nauwkeurig vastgesteld'', weet de Nederlandse waterdeskundige Koen Overkamp, die nu ruim twee jaar in de Fayoem werkt. ,,De boeren staan er bovenop. Ze weten precies hoe cruciaal die breedte is.''

Ruzies over water hebben altijd bestaan, maar die werden erger – soms met dodelijke afloop – na de ingebruikname van de Aswandam in 1971. Voorheen liep de Fayoem gewoon eens per jaar onder water, en daarmee moesten de boeren het doen. Door de dam kon het hele jaar door worden geïrrigeerd en driemaal in plaats van eens per jaar geoogst, mits iedereen samenwerkt.

Maar daar schortte het aan. Kanalen raakten verstopt en vervuild doordat boeren bovenstrooms hun vuilnis, bestrijdingsmiddelen en afvalwater erin dumpten, terwijl hun buffels de slootkanten vertrapten. De autoriteiten waren laks met onkruidbestrijding. De snelgroeiende boerenbevolking schakelde bovendien in toenemende mate over op de waterintensieve rijstbouw. Elders verziltte de bodem of lagen grote stukken land bij gebrek aan irrigatie braak. Er ontstond een ernstig waterprobleem in de Fayoem, terwijl de explosieve bevolkingsgroei in Egypte een steeds hogere landbouwproductie noodzakelijk maakte.

Hoe los je dat op? Het antwoord van Nederlandse ontwikkelingswerkers was boeren zelf te betrekken bij het onderhoud en beheer van hun kanalen. Nu deden ingenieurs van het ministerie van water en irrigatie dit, en die waren vaak laks, arrogant en ter plaatse ondeskundig. Ook was er maar één ingenieur voor 25.000 boeren.

Net als honderden jaren terug in Nederland gebeurde, zette men in de Fayoem waterschappen op, waar boeren zelf taken uitvoeren en kwesties bespreken. Decentralisatie en bewustwording dus. Ahmud Ma'ruf en Mahmud Hamid Gulaidi zijn er zeer over te spreken: ,,Voor de waterschappen kwamen, lag 's zomers zeventig procent van mijn land braak. Nu nog dertig'', zegt waterschapsvoorzitter Gulaidi. Bij toerbeurt bewaken ze dag en nacht de kanalen. En gesprekken met boeren bovenstrooms vergroten het onderlinge begrip.

Er zijn inmiddels tien waterschappen in de Fayoem, en er loopt een onderzoek naar de mogelijkheid om het concept elders in Egypte toe te passen. Daar is haast bij want in december 2004 gaat de ontwikkelingskraan naar Egypte dicht. Vroeger waren hulprelaties gebaseerd op politieke motieven, en gaf Nederland grote sommen geld aan Egypte, als beloning voor de vrede met Israël van Camp David. Nu gelden er andere criteria en is het land niet arm genoeg in vergelijking met andere ontwikkelingslanden.

Hoe het met de projecten zal gaan als de Nederlanders zich terugtrekken, weet niemand. Voor die tijd hopen in ieder geval Gulaidi en Ma'ruf hun eigen zaken op orde te hebben. Want nog steeds stelen sommige boeren water, nu met slangetjes. En er is nog altijd geen wet die de waterschappen een formele status geeft. Dat ze contributie zouden heffen, is helemaal taboe.

,,Het afstaan van macht ligt bijzonder gevoelig'', verwoordt projectleider Robert Roostee de kern van het probleem. De dictatuur Egypte wordt met harde hand geregeerd en is niet gediend van mondige burgers. De Nederlandse ontwikkelingswerkers zijn nu druk aan het lobbyen om de waterschappen een juridische basis te geven. Als dat lukt, kunnen de boeren zich straks zelf bedruipen. Maar als de waterschappen niet wettelijk verankerd worden, kunnen alle verworvenheden zo weer worden teruggedraaid door machtshongerige of corrupte bureaucraten van het ministerie van Irrigratie.

Bij deze poging tot `institutionele hervorming' is het volgens Roostee een groot voordeel dat hij een Nederlandse uitgezonden kracht is. ,,Als buitenlander kun je makkelijker een beetje buiten de paden treden. Zij weten dat jij de codes niet allemaal kent, en verwachten dus ook niet dat je ze gehoorzaamt.'' Formeel valt Roostee onder een Egyptische ambtenaar op het ministerie. Die was zowel toezichthouder als hoofduitvoerder van het project. ,,We zijn toen gaan praten met nog hogere ambtenaren op het ministerie om die bevoegdheden te scheiden'', legt Roostee uit. ,,Van een Egyptenaar was zo'n actie nooit geaccepteerd.''