De laatste trein uit Tsjernobyl

De rampcentrale in Tsjernobyl is gisteren definitief gesloten. Duizenden mensen raken hun baan kwijt, alleen dankzij de bezorgdheid van het Westen komt er nog hulpgeld binnen. Een loden sarcofaag als sterfhuis.

Nog leef je, ons lieve omaatje

Onze moeder, ons brood, ons Tsjernobyl

Straks, veel te snel, ben je een koude hut

Niet langer warm, geen kerncentrale meer

De dame die op de bank tegenover ons de hele reis nerveus in haar zakbijbel bladerde, drukt ons plots het gedicht `Requiem voor Tsjernobyl' in handen. We zijn maar bij haar gaan zitten, elders vingen we bot. ,,Sorry, hier zitten onze vrienden altijd.'' ,,Excuus, deze bank is bezet.''

In de laatste trein uit Tsjernobyl liggen de plaatsen zo vast als in een schoolklas. De meeste leden van de dagploeg forensen al een jaar of tien tussen de kerncentrale en modelstad Slavoetitsj, net buiten de besmette zone. Ze weten dat het de komende tijd stil zal worden in hun coupé. President Koetsjma van de Oekraïne komt morgen, donderdag, de werkers verzekeren dat de wereld ze niet zal vergeten. Vanuit Kiev geeft de president een dag later, vrijdag, bevel om blok nummer 3 te sluiten, de enige nog werkende kernreactor. Voor dit symbolische gebaar moet nummer 3 eerst worden opgestart, want hij is sinds een stoomlek op 6 december buiten bedrijf. Vorige maand viel nummer 3 ook al uit, toen na een stroomstoring.

Van de 5.700 werknemers van Tsjernobyl behouden slechts 1.500 hun baan. In de kerncentrale wordt het een kwestie van stervensbegeleiding. Het afkoelen van reactor 3 – een langdurig proces – en de bouw van een nieuwe sarcofaag van beton en lood over de resten van de ontplofte reactor nummer 4.

Twee dagen tot uur nul. Om half vijf 's middags stromen honderden arbeiders, ingenieurs en managers in blauwe windjacks de kerncentrale uit. Buiten, onder de waakzame blik van Lenin, staan de bussen klaar om de dagploeg naar het station te rijden. Daar volgt de veiligheidsroutine. Eén voor één plaatsen de werkers hun handen en voeten tegen metalen roosters. Schoon of besmet, rekent de geigerteller uit. Dan volgt een doolhof van kleedkamers, waar een zilte zweetgeur hangt en harige mannen in onderbroek elkaar op de schouders slaan. De uniformen gaan in de kledingkastjes, de burgerkleding komt eruit en als individuen loopt de menigte even later door een gang van koperkleurig golfplaat richting perron. Daar worden ze opnieuw opgemeten.

De trein zet zich in beweging. Buiten glijdt de evacuatiezone voorbij, het nucleaire oerbos rond de centrale waar alleen nog wat bejaarde boertjes, zwervers en wolven wonen. Dames leggen een kaartje of breien een trui, mannen lossen kruiswoordpuzzels op. Een groepje praat op gedempte toon over de sluiting, maar dit is geen moment voor opruiende taal. Tot de vrouw tegenover ons haar bijbel terzijde legt en ons het gedicht in handen drukt. `Nee, wij marcheren niet als mijnwerkers / Te bang, te veel te verliezen', lezen we.

,,We zijn hier naar toe gelokt met de belofte van werk tot het jaar 2012'', fluistert de dame. ,,Het is een schande wat de regering ons aandoet. Ze zagen deze sluiting al heel lang aankomen, waarom hebben ze hier geen vervangende industrie gevestigd?'' Niet alle realiteiten van het post-communistische tijdperk zijn kennelijk tot haar doorgedrongen, maar sommige wel. Zo weet ze wat er met Russische steden gebeurt als de `stadsvormende fabriek' failliet gaat. ,,De beste mensen trekken weg, de ouderen blijven. Niemand heeft werk en iedereen wordt somber. Huizen komen leeg te staan. De vaders drinken, de jeugd gaat aan de drugs.''

Nu al ziet ze de tekenen aan de wand. Bomzji, zwervers die eerder al in de verlaten boerderijen van de besmette zone trokken, dringen steeds dichter op naar de stad. Ze wonen in kuilen in de naaldbossen, bedelen en stelen overdag in Slavoetitsj. Danger at the edge of town. ,,We hebben medelijden met ze en zijn bang voor ze'', zegt de dame. ,,Over tien jaar zijn wij misschien net als zij.''

Sovjet-idylle

Op de kerncentrale zagen we foto's van Slavoetitsj hangen. Een Sovjet-idylle. Lommerrijke parken, fruitbomen in volle bloesem, lachende kinderen in klederdracht. Net buiten de besmette zone werd twee jaar na de ramp de toplaag van de grond geschept en werd in recordtempo een modelstad voor de werknemers van kerncentrale Tsjernobyl uit de grond gestampt. Zes sovjetrepublieken stuurden geld en personeel, uit dankbaarheid werden de stadsdelen Moskou, Minsk, Vilnius of Tbilisi gedoopt.

Het project slaagde wonderwel. Slavoetitsj, 27.000 inwoners, is een lichte plek in een zee van naaldbossen. Het heeft een centrum van vrolijk betegelde, lage flatjes met daaromheen landhuisjes en bungalows. Er is een kleine winkelpromenade en een voetbalstadion met kunstverlichting, er zijn cultuurcentra, speeltuinen, overdekte hangplekken. De stadsverwarming en riolering werken, geen vanzelfsprekendheid in de Oekraïne. Maar Slavoetitsj is dan ook geen doorsnee fabrieksstadje. ,,Ver boven standaard, een oase, onvergelijkbaar'', buldert burgemeester Oedovintsjenko, die hier sinds 1990 regeert, eerst als partijbaas, daarna als democratisch gekozen functionaris van de vrije Oekraïne. ,,U begrijpt dat Slavoetitsj iets bijzonders moest worden. Na de ramp in 1986 had deze streek een slechte naam, toch moesten we specialisten trekken om de kerncentrale draaiende te houden.''

Oedowintsjenko heeft het druk. Met een stem die ramen doet trillen, geeft hij bevelen en kaffert hij ondergeschikten uit. Morgen komt de president, een grote dag. ,,Maar ook een treurige dag, een dag van persoonlijk noodlot.'' Daarna zal iedereen Slavoetitsj vergeten, zo vreest hij. De burgemeester heeft grondig studie gemaakt van het verval van `mono-industriële steden', zowel in Rusland als in het Westen. Zijn collectie souvenirs uit alle windstreken getuigt daarvan: vlaggen, poppen, beeldjes, mokken met opschrift. Hij heeft alles in het werk gesteld voor een spoedige heropleving van Slavoetitsj na de sluiting van de kerncentrale. Een raad voor ontwikkeling, een vrije economische zone, business incubators, micro-kredieten voor startende ondernemers. Economische diversificatie, daar draait het om.

Het heeft tot dusver 246 banen opgeleverd, terwijl volgend jaar 2.900 werknemers van Tsjernobyl op straat staan. Geld ontbreekt, en daar ligt in zijn ogen een taak voor de westerse media. ,,Wij vragen tien jaar kredieten, 400 miljoen dollar, om ons op de been te helpen. De werkers van Tsjernobyl verdienen het eenvoudigweg.''

Pripjat, dat was de naam van de voorganger van Slavoetitsj. Op 28 april werd dit stadje ontruimd nadat de verwoeste reactor nummer 4 van Tsjernobyl anderhalf etmaal een radioactieve wolk van casium, jodium, plutonium en uranium over de bewoners had mogen uitbraken. Nu is het een Sovjet-monument in glorieus verval. Gras groeit tussen de kieren in het asfalt, boomwortels breken door het beton, wilde honden zwerven tussen de appartementen. Een vervagende slogan op het lokale ziekenhuis: `De gezondheid van het volk is de rijkdom van de Oekraïne'.

Tijdens de chaos die volgde op de val van de Sovjet-Unie hebben plunderaars danig huisgehouden in Pripjat: menig Oekraiens en Wit-Russisch gezin ontbijt waarschijnlijk op een radioactief keukenstel. Tussen glasscherven, schimmelige poppen en kapotgeslagen bedjes in kleuterschool `het Wilgje' ligt een stapel kleurplaten: `Het land waarin wij leven'. Het was een land van soldaten in ganzenpas, lachende kosmonauten, goudgeel graan en blinkende turbines.

Pripjat is een pijnlijke herinnering voor de bewoners van Slavoetitsj die de ramp van 1986 hebben meegemaakt. Zij willen er meestal niet over praten. ,,Daaraan terugdenken brengt ongeluk'', zegt ploegleider Sergej Sjarsjin. ,,Pripjat had zijn charmes'', zegt een andere veteraan schouderophalend. ,,De mensen die gingen nadenken over wat hen daar is overkomen, zijn nu allemaal dood. Slechts wilskracht kan radioactiviteit overwinnen'', weet Joeri Andrejev, in 1986 hoofdingenieur bij reactor 2.

Modelstad Slavoetitsj werd indertijd ook zo genereus door de Sovjet-autoriteiten bedeeld om aan te tonen dat er rond Tsjernobyl nog prima viel te leven; dat de Sovjet-Unie heus het beste met zijn burgers voorhad. Dat besef was in april 1986 danig aan het wankelen gebracht. De kernramp in Tsjernobyl stond model voor alles wat niet deugde aan de Sovjet-Unie: slonzigheid, bureaucratische inertie, minachting voor mensenlevens, een cultuur van leugens. Op zaterdagochtend 26 april, 1.23 uur, explodeerde reactor nummer 4 na een slordig uitgevoerde test. De opengescheurde centrale braakte binnen enkele weken honderdmaal de radioactieve lading uit van de atoombommen van Hiroshima en Nagasaki gecombineerd. Zeven procent van de Oekraïne, 23 procent van Wit-Rusland raakte radioactief besmet.

Krater

Hoofdingenieur Joeri Andrejev was om een uur 's nachts thuisgekomen en als een blok in slaap gevallen. De volgende ochtend ging hij uit wandelen met zijn dochtertje van twee. ,,Ik zag de rookpluim, een collega vertelde me dat de ventilatieschacht in brand was gevlogen. Dat wekte mijn nieuwsgierigheid. Vanaf de rand van het bos zag ik dat de ventilatiebuis overeind stond, maar dat centrale nummer vier een krater was. Toen greep ik mijn dochter onder één arm en haar fietsje onder de ander en rende terug naar huis.''

Andrejev vroeg zijn gezin de ramen te sluiten en koffers te pakken. Daarna reed hij naar de centrale. ,,Toen ik het terrein opreed, zag ik wat geen mens ooit mag zien: de binnenkant van de reactor. Afgebroken water- en stoombuizen van het koelsysteem vormden perverse boeketten van metaal. Een wiel van de waterpomp lag op straat, zo groot als een woonkamer. Er stonden metalen bakken klaar om onze schoenen te wassen, met roze ontsmettingsmiddel. Er liepen roze voetstappen over het beton naar een stapel kleren die de nachtploeg had achtergelaten. Ik stapte eroverheen en had het gevoel dat ik over een stapel lijken stapte. Dat was op een of andere manier het meest sinistere.''

In het daaropvolgende etmaal werkte Andrejev koortsachtig aan het afsluiten van reactor 2. Er was onvoldoende stroom om de kern te koelen; een tweede meltdown dreigde. De directie smeekte vanuit hun bunker om een plan. Binnen twee uur kwamen de ingenieurs met een voorstel om het koelwater via een gesloten systeem rond te pompen. Andrejev: ,,Ze gaven het bevel het uit te voeren, maar lieten dat bevel niet registreren. Was het misgelopen, dan hadden wij de schuld gekregen. Mensen ontdoken hun verantwoordelijkheid, maar er was meer paniek dan kwaadaardigheid. De leiding van de centrale, bazen uit Kiev, gezanten uit Moskou: ze renden allemaal door elkaar heen. Er was een neiging om zoveel mogelijk mensen naar Tsjernobyl te sturen, om te laten zien dat men niet stilzat.''

In het stadje Pripjat gebeurde die zaterdag juist heel weinig. De fall-out dwarrelde neer, voetbalclubs speelden hun wedstrijden, kinderen kregen gymnastiek in de open lucht. De zaak was in handen van Moskou en het wachten was op Boris Tjerbinski, hoofd van een door het Politburo benoemde rampcommissie. Het lokale partijkader besloot tot zijn komst niets te ondernemen en niets te zeggen, want dat gaf maar paniek. Wel werden de eigen kinderen met stille trom naar vakantiekampen afgevoerd. De man uit Moskou kwam 36 uur na de ramp aan en beval een algemene evacuatie. Het zou voor drie dagen zijn, kregen de bewoners te horen. ,,Ik wist dat het voor altijd was'', zegt Andrejev. ,,Maar ook ik had niet het hart mijn vrouw dat te vertellen.''

Het Kremlin stond toen al onder zware druk van Zweedse diplomaten, die een verklaring eisten voor de nucleaire wolk die op hun grondgebied neerdaalde. Maar het zwijgen hield nog even aan. Op 29 april was er voor het eerst een achtregelig berichtje op de binnenpagina van Oekraiense kranten, waaruit ervaren Kremlin-watchers konden opmaken dat er iets niet pluis was in Tsjernobyl. Toch ging in Kiev de 1 mei-parade gewoon door, juist toen de wind naar het noorden ruimde en de stad de volle laag kreeg. Een dag later brak de dam en begon een paniekerige uittocht.

Partijleider Gorbatsjov, bekend van de glasnost, zweeg nog twee weken. Daarna opende hij verontwaardigd de aanval op de `opeenstapeling van leugens' vanuit het Westen over de kernramp.

Liquidators

Begin mei arriveerden de `liquidators' bij de centrale, de mannen die het radioactieve puin mochten ruimen. `Zaklantaarntjes' werden ze later genoemd. Het was een militaire operatie waarbij zeshonderdduizend mensen werden ingezet, veelal rekruten van achttien, negentien jaar. ,,We zagen ze puin ruimen met blote handen, kinderen die zelf nog kinderen moesten krijgen'', zegt Andrejev. ,,Toen hebben we geëist dat alleen mannen van dertig tot vijftig jaar werden ingezet, want studies uit Japan hebben aangetoond dat die minder gevoelig zijn voor straling.'' De officieren bleken echter niet genegen het werk van de manschappen over te nemen. Uiteindelijk werd het puin met waterkanonnen de krater van centrale nummer 4 ingespoten.

In juli moest het puin van het dak van de centrale de krater in worden geschoven. Andrejev: ,,We hadden waterkanonnen het dak op moeten hijsen, maar dat was duur en moeilijk. En waarom eigenlijk, dacht de leiding, kijk eens hoeveel soldaten we hier hebben, duizenden! De jongens kregen te horen dat ze vier of vijf keer het dak op moesten om puin te scheppen, slechts negentig seconden per keer. Daarna mochten ze naar huis. Er waren meer vrijwilligers dan we nodig hadden.'' We hebben ze even tevoren op een oude video gezien, de `zaklantaarntjes'. Vrolijke dienstplichtigen die elkaar ezelsoren geven als de camera op hen wordt gericht. Even later zijn ze op het dak met een schep in de weer, beschermd door een gasmasker, handschoenen en een strak dichtgetrokken capuchon.

Hoeveel liquidators door straling zijn omgekomen is onbekend: de autoriteiten verboden artsen expliciet dat als doodsoorzaak op overlijdensaktes te zetten. De meest gangbare schatting is vierduizend doden en zeventigduizend invaliden.

Hoofdingenieur Joeri Andrejev nam deel aan het gehele `liquidatieproces'. Centrale 4 werd in november door een doos van beton en lood omhuld: de sarcofaag. Mijnwerkers groeven gangen onder de reactor om een betonnen fundament te leggen. Besmette apparatuur werd afgevoerd, dorpen werden met bulldozers verwoest en ondergeploegd. In 1989 nam Andrejev ontslag. ,,We hadden een huis in Kiev, mijn vrouw wilde niet in Slavoetitsj wonen. Hoe kun je onze dochters opnieuw aan straling blootstellen?, vroeg ze, en ik had geen antwoord. Zelf had ik ook zorgen: ik viel twee keer zomaar flauw op mijn werk. En de wijze waarop de directie van de kerncentrale ons chanteerde, beviel me niet. `Als je niet naar Slavoetitsj gaat, zorgen we dat je nergens meer aan de slag komt', dat was de toon.''

In 1990 werd Andrejev president van de `Unie van liquidators'. Ze protesteren periodiek in Moskou en Kiev tegen de niet nagekomen beloftes, werpen dan hun sovjetmedailles demonstratief op straat. Andrejev: ,,We praten over Tsjernobyl als een oorlog met een succesvolle afloop, maar het was erger. Een oud oorlogsliedje zegt: `Ik stond op wacht, maar zag de vijand nooit'. Zoiets was in deze oorlog onmogelijk. Iedereen die deelnam, is gewond geraakt.''

Bijna vijftien jaar na dato draait het leven van hoofdingenieur Joeri Andrejev nog steeds rond de ramp. Eigenlijk geldt dat ook voor de collega's die wel op de centrale bleven en voor de specialisten die na de ramp naar modelstad Slavoetitsj werden gedirigeerd. De nieuwe reactors nummer 5 en 6 van Tsjernobyl werden nooit afgebouwd – ze staan nog altijd in een niemandsland, de roestige bouwkranen in dezelfde positie als ze voor het weekend in april 1986 werden achtergelaten. Maar de bestaande centrale moest openblijven. Een kwestie van prestige.

Na de val van de Sovjet-Unie kon de onafhankelijke Oekraïne niet zonder de stroom van Tsjernobyl. Pas in 1995 gaf het land schoorvoetend gehoor aan de Westerse druk tot sluiting, in ruil voor 2,3 miljard dollar aan investeringen in de energiesector. Een wijze keus, want op eigen kracht kon men de centrale niet openhouden. Toen blok nummer 1 in 1991 door brand werd verwoest, was er geen geld voor reparaties. Reactor nummer 2 sloot in 1996, toen zijn levenscyclus ten einde kwam. Nummer 3, de laatstwerkende reactor, was zonder 300 miljoen dollar aan buitenlandse investeringen geen lang leven beschoren geweest.

Lucratieve onderneming

Voor Anatoli Nosovski was Tsjernobyl ,,de interessantste plek op aarde''. In 1986 trok de specialist in nucleaire veiligheid naar de gehavende centrale. Hij werd er onderdirecteur, maar verliet tien jaar later het zinkende schip om in Slavoetitsj een laboratorium te leiden. Daar doen 120 wetenschappers met Amerikaans hulpgeld onderzoek naar de sluiting van de centrale en de ecologische gevolgen van de ramp. Nosovski begreep tijdig dat alles voortaan draait om het opmeten en elimineren van de gevolgen van de ramp.

De professor is een spin in het web bij de verdeling van Westerse hulpgelden. De glimmende meubels, state of the art conferentiezalen, secretaresses achter slanke lcd-schermen: hier is Tsjernobyl nog lang een lucratieve onderneming. In het belendende pand is `hotel Europa' gevestigd, waar alle bezoekende ingenieurs en kerngeleerden slapen. Een groep beschonken Russische technici klaagt in de bar luidkeels over de koppigheid van Oekraiense ingenieurs en tapt Tsjernobyl-moppen. ,,Na 1986 zijn er maar twee joden blijven wonen rond de kerncentrale, weet je wie? Isa en Isotoop.''

,,Mijn taak is de nucleaire specialisten in deze regio te houden en de ontwikkeling van een Iraanse atoombom te vertragen'', grapt Nosovski. Hij is een leerling van de professor Aleksandrov, de vader van de Russische kernonderzeeër en de ontwerper van de eerste generatie RBMK-kernreactors. Dat ontwerp bevatte een fatale fout, zo bleek in Tsjernobyl. Tegenover Nosovski's bureau hangt een schilderij van `de oude man'. ,,Aleksandrov had een enorm schuldgevoel over Tsjernobyl en is op eigen verzoek begraven op hetzelfde kerkhof waar de slachtoffers liggen'', zegt Nosovski. ,,Overigens is hij half zijn leven blootgesteld aan hoge doseringen straling en werd hij bijna honderd. Zijn assistent Dalizjal is op 120-jarige leeftijd overleden. Ik geloof persoonlijk dat radioactiviteit in lage doseringen zeer gezond is voor de mens.''

Nosovski ziet het niet al te somber in voor de werknemers van de kerncentrale. ,,We kunnen hier nog jaren leven van de uitschakeling van de centrale en de gevolgen van de ramp.'' Het grootste project is de sarcofaag, de overkapping die in november 1986 rond de verwoeste reactor nummer 4 werd gebouwd. Voor gasten is een luxe bezoekersruimte gebouwd met uitzicht op deze enorme loden kist rond 160 ton nucleaire brandstof, lava en puin. De sarcofaag lijkt op een tempel van een sinistere cultus: een loden doos van oplopende terrassen, met bovenop een soort zuilengalerij. Buiten waait het 122 microröntgen per uur.

De sarcofaag is gevaarlijk instabiel, vertelt een pr-medewerker van de centrale routineus. Van afstand bestuurde kranen zetten vanaf november 1986 de wanden neer en stortten beton. Omdat het voor mensen onmogelijk was dichtbij te komen, was de afwerking slordig. Tussen de wanddelen gapen lange scheuren, waarlangs regenwater naar binnen stroomt. Een deel van het water kan doorlekken naar het grondwater. Het dak leunt op de ruïne van de centrale en is instabiel. Een nieuwe overkapping kost naar schatting 760 miljoen dollar, en dat geld is al toegezegd. Experts twisten nog over de details: moet de nucleaire brandstof worden afgevoerd, en wat is de beste constructie van het nieuwe omhulsel, een dome, arch of frame? In elk geval levert het tot 2007 duizenden banen op. Nog is Slavoetitsj niet verloren.

In de controlekamer van blok nummer 3 is de stemming niettemin bedrukt. Achter panelen vol antieke lampjes, schakelaars en knoppen observeert de dagploeg de reactor in ruste. Vier operators in witte jassen, een dwerg die aan een telefoon sleutelt. Televisieploegen lopen af en aan voor een laatste beeld vanuit de gedoemde centrale. Veel werk is er niet, men houdt de schijn ook niet op. Een ingenieur leest een romannetje, een ander drukt zijn peuk uit in een asbak tussen de gele en rode lichtjes. Op vragen geven ze korte en cynische antwoorden.

Reactor 3 wordt voor het laatst opgestart, zodat president Koetsjma hem vanuit Kiev voor altijd kan sluiten. Dan drukken ze hier de knop met het label AZ-5 in, dezelfde knop die in de contolekamer van reactor 4 werd ingedrukt bij de noodlottige test van 26 april 1986.

,,Ik ben niet bang voor mijn baan, ze hebben me nog nodig'', zegt Sergej Sjarsjin. ,,Maar nu ben ik ploegleider van een krachtcentrale en volgende week ben ik een nachtwaker. Het voelt als moord.''