Chinees kabinet

Jean Theodore Royer verzamelde in de achttiende eeuw betrouwbare kennis over China. Zijn talenknobbel was daarbij een grote steun.

`Dit karakter betekent `hemel', zoals je ook uit de afbeelding kunt opmaken.' Jan van Campen wijst naar een opengeslagen boek in een vitrine. Het boek is één van de voorwerpen van de speciale tentoonstelling die het Rijksmuseum tot maart 2001 wijdt aan de amateur-sinoloog Jean Theodore Royer en zijn verzameling Chinese voorwerpen. ``In de achttiende eeuw werd er heel wat over dat begrip geschreven'', vervolgt Van Campen. ``Royer vroeg zich dan ook af wat `hemel' voor de Chinezen betekende. Hij verzette zich tegen de interpretaties door missionarissen van de Chinese cultuur, hij wilde terug naar de Chinese bronnen en besloot daarom zelf de taal te leren. Als eerste stap wilde hij een woordenboek samenstellen.''

Van Campen promoveerde onlangs aan de Universiteit Leiden op leven en werken van Royer en werd daarna tijdelijk conservator van de afdeling Aziatische Kunst in het Rijksmuseum. Een van zijn eerste activiteiten daar was het samenstellen van een speciale kleine tentoonstelling over die opmerkelijke pionier van de sinologie. ``In de tweede helft van de achttiende eeuw kwam het verzamelen van informatie over verre vreemde volkeren in zwang, maar betrouwbare, controleerbare kennis over China bleef achter. Royer besloot rond 1760 deze arbeid zelf dan maar ter hand te nemen. Vermoedelijk was het een uit de hand gelopen hobby, die zijn oorsprong vond in Royers talenknobbel. Daarbij kon hij nog de illusie koesteren, dat hij als eerste in Europa een Chinees woordenboek zou samenstellen.''

Royer was een welgesteld man. Hij werkte als griffier bij het Hof van Holland, een soort beroepscollege voor de rechtspraak. Daarbij had hij goede contacten bij de VOC, die via een post in Kanton met de Chinezen handelde. Buitenlanders mochten het land niet in, alleen voor priesters werd een uitzondering gemaakt. De handelaren woonden in een enclave die werd omringd door kraampjes van Chinese kooplieden. Van Campen: ``Eén van Royers belangrijkste contacten was een Chinese man die acht jaar lang in Napels een priesteropleiding gevolgd had en dus goed Latijn sprak. Gebruik makend van de schepen van de VOC voorzag hij Royer van voorwerpen en beantwoordde tevens diens taalkundige vragen. In ruil daarvoor hoopte hij via Royer contacten thee te kunnen afzetten bij de VOC, maar zo ver reikte Royers invloed niet. Daardoor bloedde dit contact na een jaar of vier dood.''

Uiteindelijk verzamelde Royer een grote collectie voorwerpen, afbeeldingen, kleding, poppen en porselein. Zo zijn op de tentoonstelling onder andere een Chinees scheermes met bijbehorend doosje, verschillende penseelhouders, de kleding van een ambtenaar negende klasse en Chinese schoolboekjes te zien. Dat zijn boekjes met schematische afbeeldingen en de bijbehorende karakters. Van Campen: ``Die karakters nam Royer met hun Latijnse vertaling over in het aantekenboek dat de basis voor zijn woordenboek moest vormen. Daarbij voorzag hij, gesteund door zijn informatie uit de andere bronnen, de begrippen van commentaar. Door meer bronnen te gebruiken wilde hij betrouwbare kennis verzamelen.'' Om een indruk te geven van de grootte van de verzameling: Royer bezat ongeveer drieduizend afbeeldingen, zo'n negenhonderd gebruiksvoorwerpen en hij had een speciale kamer ingericht met twaalf tafels met porselein. Uiteindelijk lukte het toch niet een sluitend classificatiesysteem voor die reusachtige verzameling te ontwerpen.

Het is niet toevallig, dat het Rijksmuseum aandacht besteedt aan Royer. Een deel van diens collectie vormde het oudste bestand van de afdeling Aziatische Kunst. Van Campen: ``Mijn onderzoek had ten doel te inventariseren welke stukken precies afkomstig zijn uit de collectie-Royer. Daarnaast onderzocht ik diens achterliggende ideeën en methoden. Het bleek moeilijk hem in een traditie te plaatsen. Hij was uniek als verzamelaar.''

Het hoogtepunt uit Royers studie was het bezoek van de Chinese persoonlijke bediende van een hoge VOC-ambtenaar. Deze Tan Assoy sprak Portugees en een beetje Nederlands. Twee weken lang hielp hij Royer bij het werk aan het woordenboek en bij het verklaren van de betekenis van de verzamelde voorwerpen.

Uiteindelijk zag Royer in dat hij te veel hooi op zijn vork had genomen. De studie van het Chinees ``is een tak van wetenschap die ik sinds twintig jaar niet meer beoefen'', schrijft Royer in 1800 in een brief. Van Campen: ``Dat wil niet zeggen dat hij dan ook al twintig jaar niet meer verzamelt. Mogelijk is de verzameling al doende een doel op zichzelf geworden.''

Bij zijn pogingen betrouwbare kennis te verzamelen was Royer aangewezen op producten die verkrijgbaar waren binnen de handelsmissie in Kanton. Zo hangen op de tentoonstelling een paar prachtige geëmailleerde koperen plaques, waaronder een huiselijk tafereeltje waar Royer vermoedelijk veel informatie uit haalde. Die platen zijn van perspectief voorzien, onder andere door middel van reliëf in het koper en `doorkijkjes' – op papier geschilderde landschapjes die achter uit de koperplaten gezaagde gaten zijn geplakt. `'Daaraan zie je dat deze afbeeldingen speciaal voor de export vervaardigd zijn'', stelt Van Campen. `'De Chinezen gebruikten voor zichzelf geen perspectief. Vermoedelijk zijn ook andere onderdelen van de voorstellingen aangepast aan de westerse smaak. Niets wijst er op dat Royer zich van die valstrik bewust was.''

Royers Chinese kabinet. Rijksmuseum Amsterdam. Tot 11 maart 2000.