Bush zal haat moeten temmen

De 43ste president van de Verenigde Staten, George W. Bush, moet zijn beweerde talenten als bruggenbouwer waarmaken. Hij zal vooraleerst zijn grootste vijand moeten bestrijden: het Republikeinse haatsyndroom. Anders wordt de vermeende winnaar de echte verliezer, meent Marc Chavannes.

Washington gonst sinds dinsdag van het woord `bipartisanship', het hier weinig vertrouwde idee van samenwerking tussen de twee grote partijen. Na een scherp uitgevochten verkiezings- en natel-campagne heeft Amerika even behoefte aan vriendelijkheid. Het komt in dit verband goed uit dat de nieuwe president George W. Bush al tijdens zijn verkiezingsreizen door het land veel sprak over `het veranderen van de toon in Washington'.

Het is de mode van de week om een ongekende mate van samenwerking te vragen. Om de realiteitswaarde van die oproep te beoordelen, is het nodig stil te staan bij een van de pijnlijkste kenmerken van de voorbije periode. Dat is de aan haat grenzende woede van de Republikeinen jegens de Democraten. Die bestond nauwelijks andersom.

Het gaat om de vraag waarom de Republikeinen er tijdens de campagne, en vooral tijdens die 36 dagen durende uitputtingsslag in Florida, alles aan hebben gedaan om de Democraten te denigreren. Onder aanvoering van de oud-minister van Buitenlandse Zaken van president Bush senior, James Baker III, werden aan de lopende band laatdunkende uitspraken gedaan over Gore en zijn wens alle stemmen geteld te krijgen. Ook al hield hij zich schuil in Austin, Texas, en op zijn ranch, tijdens al die weken en maanden was George W. Bush hun vlaggendrager.

Met een onbegrensd geloof in de rechtmatigheid van de eigen overwinning werden zowel de rechterlijke macht als het beroep daarop zwart gemaakt. Totdat het Florida-team van Bush zelf aanleiding zag de rechter in te schakelen. Dat was iedere keer wanneer het er van dreigde te komen dat de niet-getelde stemmen alsnog geteld zouden worden. Uiteindelijk moest het federale Supreme Court in Washington er aan te pas komen om dat zelfde doel te bereiken: het niet tellen van de als `blanco' terzijde geworpen stemmen in gebieden waar verouderde en slecht onderhouden prikkaartmachines worden gebruikt.

Dat zijn meestal arme, zwarte wijken, waar veel Democratische stemmen zijn te verwachten. De Democraten zijn nog steeds het eerste politieke adres voor armen en zwarten die aan het politieke proces gaan meedoen. In wijken met die oude machines kwamen drie à vier keer zoveel `blanco'-stemmen voor als in wijken met modernere apparatuur. Gore vroeg natuurlijk handmatige hertelling in die reservoirs van machinaal onleesbare stemmen omdat hij wilde winnen, maar op grond van werkelijk uitgebrachte stemmen.

De Washington Post-rubriek van Michael Kelly, die donderdag op deze pagina werd afgedrukt, is een goed voorbeeld van het soort totale minachting dat in Republikeinse kring gemeengoed is voor zover het andersdenkenden betreft. Onder de bescheiden kop `De Democratie Gered' legt hij de dwalenden uit dat het Supreme Court het slechte voorbeeld van Al Gore net op tijd heeft afgestraft. De man wilde winnen door de stemmen te laten tellen in wijken met veel Democraten.

Inderdaad, omdat in het gedecentraliseerde Florida van gouverneur Jeb Bush het aan de alleramsten wordt overgelaten in hun eigen kiesdistrict hun eigen stemmachines te kopen. Daar is dus geen geld voor flitsende stemmethodes met touch-screens en optische scanners. Met veel bombarie leggen de Michael Kelly's van Amerika uit dat de criteria voor het beoordelen van de stembiljetten van kiesdistrict tot kiesdistrict verschilden. Schande. Leve het grondwettelijk recht op gelijke behandeling. Stop het tellen van de niet-getelde stemmen. Jammer voor de armen en de zwarten.

Dit was trouwens ook de redenering van de vijf door Nixon, Reagan en Bush sr. benoemde Supreme Court-rechters die dinsdag het presidentschap voor Bush jr. veiligstelden. Federaal ingrijpen ter bescherming van de heilige equal protection wanneer het politiek geboden is, vrijheid van staten en streken wanneer dat beter uitkomt. Voor een hof, dat met grote hardnekkigheid macht van de federatie heeft teruggerold naar de staten, was het vonnis een kranige handstand.

Veel Amerikaanse juristen hebben gewezen op het discriminerende beroep dat is gedaan op het beginsel van gelijke behandeling. Een van de duidelijkste was prof. Suzanna Sherry, verbonden aan de Vanderbilt Law School, in The New York Times van donderdag. Zij zei dat voor de conservatieven in het hof ,,de politiek en de jurisprudentie met elkaar in conflict'' waren. Deze rechters zetten de gebruikelijke terughoudendheid van het hof om in te grijpen in politieke zaken en in de interpretatie van het recht van een staat door de rechtspraak van die staat, opzij. ,,Deze uitspraak is heel moeilijk anders uit te leggen dan dat zij wilden dat Bush won'', aldus Sherry.

Het bracht Amerikaanse commentatoren ertoe vast te stellen dat nu alle Amerikaanse instituties de afgelopen jaren averij hebben opgelopen. Het rechtse Congres heeft zich sinds de Gingrich-revolutie van '94 soms meer als een sabotageploeg dan als wetgever gedragen. Het presidentschap leed onder de Watergate-wandaden van Nixon en volgens Republikeinen vooral onder het zedenbederf van Clinton. De manier waarop George W. Bush het ambt heeft verworven maakt het niet waardiger. Het Supreme Court is het laatste slachtoffer.

Desondanks gelooft niemand serieus in een constitutionele crisis. Niemand beweert dat op grote schaal fraude is gepleegd met stembiljetten. De enige staatsgreep die werd voorbereid was die van het parlement van Florida, waar de Republikeinse meerderheid een eigen ploeg kiesmannen had willen benoemen als Gore door het tellen der stemmen toch nog had gewonnen. Het werd gebracht als een grondwettelijke plicht. Amerika blijft een rechtsstaat.

Ondanks het politieke stoorvermogen van religieus rechts is men in Amerika nog steeds vrij om opruiende boeken te lezen en als de politie van de boekhandel wil weten wie zulke boeken koopt, dan wordt daar weer een rechtszaak over gevoerd. Dit is een vechtstaat. Dat kan met vuurwapens of met advocaten. Tijdens de vorige grote crisis rond de verkiezing van een president, in 1876, was de eerste methode nog niet helemaal afgezworen. Nu werd uitsluitend de tweede gebruikt.

Wat dreef de Republikeinen ertoe de democratie zo op het spel te zetten met dit diepe gebrek aan respect voor de tegenstander? De fondsenwerving was er op gebaseerd. Vrijwel alle kopstukken vulden de tv ermee. Maar ook de gewone kiezers die Bush buiten de grote steden kwamen bejubelen, waren bij wijze van spreken bereid hun geliefde vuurwapens op de Democraten te richten. Om te beginnen met Clinton. Gore heeft de afstraffing gekregen die Clinton wist te ontlopen. ,,Om te variëren op Clausewitz, dit was impeachment met andere middelen'', zegt Nelson Polsby, hoogleraar politieke wetenschappen aan de universiteit van Californië, die de verkiezingen heeft geobserveerd aan de Washingtonse vestiging van Stanford University.

Het was een optelsom van Republikeinse woede – de nederlaag van papa Bush in '92 (tegen die zelfde Clinton), de grotendeels mislukte Gingrich-periode van Republikeinse overmacht in beide huizen van het Congres, de mislukte impeachment die Clinton had moeten straffen voor zijn Monica-gedrag, de poging tot hervorming van de gezondheidszorg door Hillary Clinton, en wie weet: het onverdraaglijke succes van een babyboomer die even charismatisch is als Ronald Reagan, zonder diens vooroordelen te delen.

Het Republikeinse haatsyndroom wordt George W. Bush' grootste vijand. Hij zal nog wel eens een Engels woord verkeerd uitspreken, zijn eerste reis als volwassen man naar Europa zal vast vrolijke momenten opleveren, maar voor alle serieuze taken heeft hij helpers, hopelijk ook een groeiend aantal van na pa. Maar hij zal zelf weerstand moeten bieden aan Hard Rechts dat hem in het zadel hees. De Republikeinse voormannen in het Congres, die nu wel eens even die enorme belastingverlaging willen binnenhalen, zal hij moeten teleurstellen. De olievriendjes die nu wel eens even ruim in Alaska willen gaan boren, kan hij beter weerstaan. George W. Bush zal het rechtse blok in het Supreme Court, waar hij zo veel aan is verschuldigd, niet de nieuwe collega's moeten geven met wie zij eensgezind het befaamde pro abortus-arrest Roe vs Wade kunnen afdrijven.

Het Amerikaanse volk heeft, net als in Frankrijk, zo weinig vertrouwen in één van de partijen, dat ook hier een verplichting tot samenwerking is opgelegd. De Verenigde Staten hebben geen Europees type parlementair systeem, maar de uitslag is dermate gelijk verdeeld dat het er meer dan ooit op zal moeten lijken, wil Washington ontkomen aan de ergste gridlock in moderne tijden.

Dat Bush zelfs in het Kiescollege maar één stem te veel heeft is straks geschiedenis, net als het feit dat hij in het hele land minder stemmen kreeg dan de verliezer: 337.000. Wat blijft is dat de Republikeinen in de Senaat vijftig van de honderd zetels hebben; alleen de vice-president kan als voorzitter de doorslag geven. In het Huis van Afgevaardigden (435 zetels) hebben de Republikeinen er vijf meer. Bush zal al zijn beweerde talenten als bruggenbouwer nodig hebben. Anders wordt de vermeende winnaar de echte verliezer.

Marc Chavannes is correspondent in Washington van NRC Handelsblad.