`Arabieren willen méér dan te worden gedoogd'

De Israëlische Arabieren zijn de discriminatie door het joodse Israël beu. De Arabische psychologe Nadia Hilou ziet de toekomst somber in.

,,Ik aanvaard niet dat premier Ehud Barak over mijn hoofd kijkt alsof ik niet besta.'' Zo drukt de Arabische politica Nadia Hilou uit Jaffo haar frustratie uit over haar ervaring als lid van de Arbeidspartij van Barak. ,,Ik voelde me door de partij afgestoten als een gedoogd lid. De leiders van de Arbeidspartij zijn niet in staat ons, Israëlische Arabieren, als gelijken van de joden te zien'', zegt ze. Uit teleurstelling over de Arbeidspartij is ze overgestapt naar de kleinere socialistische partij Eén volk.

Nadia Hilou is psychologe en leidt al jaren in een ultramodern gebouw een gemeenschapshuis voor de Arabische bevolking in Jaffo. ,,De Arabische gemeenschap is volledig op Barak afgeknapt. Van zijn mooie beloften is niets terechtgekomen. Na zijn verkiezingszege in 1999, waarin de Arabische stem voor hem doorslaggevend was (95 procent van de Arabieren stemde Barak), heeft hij ons gewoon vergeten'', zegt Hilou. Het harde optreden van de politie tegen de Arabische demonstranten tijdens de onlusten die uitbraken na het bezoek van Ariel Sharon aan de Tempelberg/Al Haram al Sharif op 28 september en daarna heeft volgens haar de kloof tussen de staat Israël en de een miljoen Arabieren verdiept. Ook heeft het de Arabieren ,,agressiever gemaakt om voor gelijkberechtiging in Israël te vechten''.

Dertien Israëlische Arabieren werden in die dagen van protest in Noord-Israël door de politie gedood. ,,De eerste dag van de onlusten in de Jeffet-straat ( een verkeersader in Jaffo) ageerde de politie tegen de Arabische demonstranten alsof ze de vijand waren. Ik liep midden op straat om de gemoederen te kalmeren. Ik zag scherpschutters op de daken van de huizen. Kogels vlogen over mijn hoofd. Ik belde met mijn mobiel naar parlementsleden: Doe wat! Ik ben bang dat er doden vallen en dan verliezen we de volledige controle over de gebeurtenissen. Dan kunnen we coëxistentie waarvoor we zo hard hebben gewerkt wel vergeten'', herinnert Nadia Hilou zich die uren in Jaffo. ,,Waarom staat de politie ons het democratische recht van protest niet toe – ook al worden er stenen gegooid? De reactie van de politie tegen de demonstratie in de Jeffet-straat was niet proportioneel met het geweld van de kant van de demonstranten.''

Volgens Nadia Hilou moeten de onlusten worden gezien als een uitlaatklep voor opgekropte woede over een halve eeuw discriminatie en teleurstelling over het mislukken van het vredesproces met de Palestijnen. ,,Sharons provocatie en tv-beelden van het Palestijnse jongetje Mohammed Durra dat werd doodgeschoten naast zijn vader bij een muurtje waar ze bescherming hadden gezocht, hadden een traumatiserend effect op de Arabieren. Hoewel wij Israëlische staatsburgers zijn, hebben we in onze identiteit een sterke Palestijnse factor'', zegt Hilou. ,,Wij hebben dubbel pijn van de discriminatie in Israël en van Palestijnse doden. Wat in de bezette gebieden gebeurt, gaat ons direct aan. Iedere Arabische familie in Israël heeft familieleden op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook.''

De toch al gespannen verhouding tussen Arabieren en joden in Israël is door wat het karakter aannam van een Arabische opstand verder verziekt. Joden mijden uit angst, maar ook om de Arabieren commercieel te straffen Arabische steden en dorpen. Een Israëlische jood kijkt dezer dagen verschrikt als hij wordt uitgenodigd om in een restaurant in Jaffo verse zeevis te eten. Nog maar een paar maanden geleden stonden Israëliërs voor deze restaurants in de rij. ,,Drie weken lang werd als collectieve straf het busverkeer naar Jaffo stilgelegd. Dat is toch onaanvaardbaar.''

Het gevoel te worden gediscrimineerd is volgens haar de emotionele stimulans voor een nieuwe generatie goed opgeleide Arabieren om voor gelijke burgerrechten de barricades op te gaan. ,,Bij ons Arabieren is een gezegde dat iemand die afstudeert twee diploma's heeft: een academische graad en een diploma voor werkloosheid'', zegt Hilou. ,,Onze nieuwe elite legt zich er niet meer bij neer dat de overheid haar deuren slechts op een kier voor haar heeft open staan. Arabieren die vroeger zwegen verheffen nu hun stem. Er ontstaat een Arabische solidariteit die we niet eerder hebben gezien. Er moet een Arabisch politiek blok komen. De tijd is er rijp voor.''

,,We willen niet meer worden gedoogd. We moeten invloed hebben op de inhoud van de schoolboeken zodat de Arabische leerlingen ook onze schrijvers en onze Arabische cultuur beter leren kennen'', zegt ze. ,,We moeten ook een van de staat Israël onafhankelijk Arabisch radio- en tv-station hebben. We zijn geen doetjes meer die niet gezien en gehoord worden. We zijn door de gebeurtenissen bewuster geworden. We eisen verandering.''

Nadia Hilou zegt het gevecht voor gelijkheid van de Arabieren in Israël te zullen volhouden. ,,Maar het is zo frustrerend. Vooral als je het verschil ziet in de gemengde steden tussen de levensstandaard van joden en Arabieren. Gewoon niet te vergelijken.''De toekomst ziet ze als het gaat om de verhouding tussen joden en Arabieren in Israël somber in. ,,Ik ben erg pessimistisch door die drukkende atmosfeer dezer dagen.''