ALS JE MAAR DICHT BIJ HET VAK STAAT

Astrid van Steenbergen, Anne Chin ASen en Leona Vermeulen zijn drie studenten aan de pabo van de Ichthus Hogeschool in Rotterdam. Alle drie voelen ze zich nog niet voldoende toegerust om voor de klas te staan. Toch staan ze er, onbevoegd, zij het dat Vermeulen op eigen verzoek is aangesteld als klassenassistent. Als zij-instromer volgen zij een opleiding waarin werken en leren worden gecombineerd. In augustus 2001 hopen zij hun bevoegdheid te halen.

Het is dinsdagavond half zeven. In een groot lokaal in het spiksplinternieuwe gebouw van de Ichthus Hogeschool staan de drie studenten, met acht collega-studenten gearmd een Duitse schlager te zingen. Tot kwart voor acht hebben ze muziekles en aansluitend gymles. Twee avonden per week hebben de zij-instromers les. De studielast bedraagt minimaal veertig uur. En dan is er nog een vierdaagse werkweek en een dag stagelopen op een andere school.

De stageplek moeten studenten zelf regelen en dat blijkt lastig. ``Docenten willen wel maar hebben het te druk met het `coachen' van lio's (leraar in opleiding), onderwijsassistenten en alle anderen die de school mede draaiende te houden, om er ook nog eens een pabo-student bij te nemen'', zegt Francis Meester, programma-manager van de locatie Rotterdam. Een lichtpuntje voor de zij-instromers is dat de schoolbesturen en het Ministerie van Onderwijs gezamenlijk de studiekosten voor hun rekening nemen.

Ter bestrijding van het lerarentekort werd afgelopen zomer de (interim)wet op de zij-instroom aangenomen. Hbo-ers en wo-ers die geen pabo of lerarenopleiding hebben gevolgd, maar wel, zoals de wet het omschrijft, `dicht bij het vak staan', kunnen als docent aan de slag en tegelijk in sneltreinvaart hun onderwijsbevoegdheid halen. Begin november is voor de vier grote steden 8,5 miljoen gulden beschikbaar gesteld om nog dit schooljaar 200 zij-instromers op te leiden en aan te stellen. Belangstelling is er zeker. Bij de onlangs door het Ministerie aangewezen organisaties die vraag en aanbod moeten bundelen hebben zich honderden kandidaten aangemeld.

Potentiële zij-instromers moeten dus `dicht bij het vak' staan. Deze vage kwalificatie biedt volop ruimte voor interpretatie. Van Steenbergen (37) werkte als groepleidster op een internaat voor moeilijk opvoedbare jongeren, Chin ASen werkte als maatschappelijk werkster twintig jaar in de thuiszorg en Vermeulen ging na de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening aan de slag als klassenassistent in het speciaal onderwijs. Potentiële zij-instromers moeten kwalificaties bezitten als `kennis en ervaring met werken met groepsprocessen' en `bekwaamheid in het kunnen reflecteren'. Mensen die in aanmerking komen, kunnen werkzaam zijn op een kinderdagverblijf of pedagogische ervaring hebben opgedaan in bijvoorbeeld vakantiekampen of jeugdorganisaties. Dat betekent dat in theorie een akela met een willekeurige hbo-opleiding zij-instromer kan worden en onbevoegd voor de klas gaan staan. Is dat geen gevaarlijke ontwikkeling? Meester geeft toe dat het lastig werken is met deze criteria, ``maar leuk met kinderen om kunnen gaan is niet voldoende. Je moet in staat zijn om een leeromgeving te creëren. Niet alleen deze criteria geven de doorslag. Het assessment dat iedere kandidaat moet doen is zeker zo belangrijk.''

Het assessment is een persoonlijk onderzoek volgens landelijk geldende criteria. Een dag lang vinden er gesprekken plaats met kandidaten, moeten ze rollenspellen spelen en dictees en rekenwerkjes nakijken. Ook geven ze op een voor hen onbekende school een proefles. Hieruit volgt een geschikheidsverklaring met een persoonlijk advies in welke vakken iemand worden bijgeschoold en welke hij of zij voldoende beheerst. Hiervoor kunnen vrijstelling verkregen kan worden.

Het ideaal van de zij-instroomopleiding is een opleiding-op-maat. Dat ideaal is nog niet meer dan een ideaal, zo blijkt. Wilma, die liever niet met achternaam in de krant wil, werkte jarenlang in het basisonderwijs als vakleerkracht lichamelijke opvoeding. Omdat zij graag op een ZMOK-school wilde werken, wilde zij een pabo-diploma. Uit het assessment bleek dat het haar alleen ontbrak aan methoden en technieken. Tot haar grote woede werd dat advies echter terzijde gelegd en moest zij het volledige programma volgen. `Vrijstellingen? Die moet u met de individuele docenten regelen.' Hetzelfde geldt voor Nicole Veraart (28), die met een diploma sportacademie op zak in eerste instantie niet eens vrijstelling kreeg voor bewegingsleer en dit pas na eindeloos bakkeleien voor elkaar kreeg. Volgens Meester is het vooralsnog ook financieel gezien niet mogelijkheid maatwerk te leveren. ``Lesgeven aan groepen is goedkoper dan privé-les en de toegezegde budgetten staan dat laatste niet toe. De overheid draagt bij in vijftig procent van de kosten, met een maximum van 3.000 gulden voor scholing en 2.000 gulden voor begeleiding in de school. De schoolbesturen betalen de andere helft. Een budget van 6.000 gulden per student is voldoende voor ongeveer een half jaar studie. Of dat half jaar genoeg is, is de vraag. Het geeft wel aan dat wij maar een beperkt scholingstraject kunnen bieden.''

In een jaar of korter iemand van buiten het onderwijs opleiden tot leraar basisonderwijs, kan dat? ``Er zitten risico's aan, maar we gaan het proberen'', antwoordt Meester. ``Het curriculum van de pabo is zo breed, dat kunnen wij niet allemaal in een jaar proppen. Maar je mag bij deze mensen een bepaald kennis- en denkniveau veronderstellen. Daarom leggen wij de nadruk op de eigenschappen die nodig zijn om van deze mensen bekwame leraren te maken. Dat zijn vooral zaken als klassenmanagement, inrichting van het lokaal, inzet van moderne technieken en extra materialen. Het gaat er niet om dat je weet wanneer de Slag bij Nieuwpoort was, maar dat je beseft wat nodig is om kinderen die kennis bij te brengen en dat je de slag kunt maken om kinderen zelf te laten leren.''

Meester is van mening dat, gezien de beperktheid van de opleiding, goede begeleiding op de scholen essentieel is. ``Pas dan krijgen zij-instromers de kans uit te groeien tot goede leraren.'' Tegelijk geeft zij aan dat die begeleiding geregeld te wensen overlaat. ``Dat soort geluiden hoor ik van studenten.'' Vermeulen en Chin ASen herkennen dit. Vermeulen: ``Mijn school doet moeilijk over mijn stage. Ik ga maar een dag in de twee weken, elke week lukt niet.'' Chin ASen: ``Ik krijg van collega's opmerkingen te horen in de trant van `'hoe kunnen jullie in een jaar nou net zo veel leren als wij in vier jaar.'' ``Tja'', reageert Meester. ``Voltijds pabo-studenten hebben de hele breedte gezien, deze studenten niet. Maar aan de andere kant vind ik het ook heel waardevol dat mensen met andere werk- en levenservaring de school binnenkomen.''

Meer informatie op www.deonderwijsbv.nl en www.wordleraar.nl