Wolf at Judith (4 jaar)

Wolven eten kinderen, weet kinderboekenschrijver Ton van Reen.

Twee weken geleden zag ik een wolfachtig dier de weg oversteken. Het was op woensdag 29 november. Ik reed naar Hulst in Zeeuws-Vlaanderen. Op de Klingedijk, bij de buurtschap Het Kalf, stak het dier plotseling de weg over. Het beest leek op een wolf, maar er was geen tijd om me daarvan te overtuigen want het was al weg. Ik wist bijna zeker dat het geen wolf kon zijn, maar toch, nu de Europese wolf zich weer meer en meer laat zien, bleef ik erover twijfelen. (Vorige week is een `wolf' in het Zeeuwse Walsoorden gesignaleerd, schreef de Kinderpagina op 8 december). Kortom, ik dacht dat het misschien een wolfsachtige hond was geweest, misschien een Pool- of sledehond, bijvoorbeeld de Alaskan Malamute, zoals die in Limburg tegenwoordig veel wordt gehouden, ook in de buurtschap waar ik woon. Dus ik zie ze vaak en hoor er wel eens wat over. Deze sledehond heeft nog veel wolvenbloed in zijn aderen en is moeilijk tot huisdier te maken. Wanneer hij ontsnapt, komt hij niet graag terug naar zijn baasje. Ik ben geen honden- of wolvenkenner, maar ik kan wel lezen. Daardoor weet ik dat in de Limburgse archieven stukken voorkomen over moorddadige en verscheurende wolven. Ook hoorde ik als kind van mijn grootmoeder over wolven die ze zelf nog had gezien. In de twee daarop volgende dagen gaf ik lezingen aan kinderen van de groepen 8 van de basisscholen uit Hulst en de verre omgeving. Zij kwamen naar de bibliotheken van Hulst, Vogelwaarde en Kloosterzande. Op het idee gebracht door de bijna-wolf die ik de dag daarvoor had gezien, vertelde ik aan de kinderen de verhalen die ik in mijn jeugd van mijn grootmoeder over wolven had gehoord en die ik later heb opgeschreven in mijn jeugdboek Het Wolfsvel en andere weerwolfverhalen.

Kinderen horen zulke verhalen graag. Wie schetst mijn verbazing toen ik na thuiskomst in de kranten las dat in de omgeving van Hulst en juist in de dorpen waar de kinderen woonden die mijn lezingen hadden bezocht, een wolf was gezien. In een programma op de Vlaamse tv zag ik de film die een mevrouw van deze wolf had gemaakt, een beest hollend door het veld. Ik geloof niet dat het een wolf was. Ik denk dat het een dier was met een wolf-achtig uiterlijk, een hond dus die op een wolf lijkt. Maar goed: er zijn zoveel soorten hondachtigen, waaronder wolven, coyotes en vossen en zoveel soorten honden die wolfsachtige trekken hebben, dat het dier op de home-movie van alles kan zijn geweest. Misschien ook wel een wolf. Wat me echter het meest verbaasde in de krantenartikelen was dat de zogenaamde wolvenkenners beweren dat wolven niet gevaarlijk zijn, niet gevaarlijker dan honden, dat ze bang zijn van mensen en zeker geen mensen aanvallen (zoals Theo van Hilst op de Kinderpagina.) Dit vind ik levensgevaarlijke uitspraken van mensen die niet weten waarover ze het hebben.

Eerstens: waarom zouden wolven minder gevaarlijk zijn dan de honden en vechthonden die ook heden ten dage mensen en kinderen vermoorden, zoals onlangs nog in Duitsland? In wezen kan elk lid van de canis-familie waartoe honden en wolven behoren, levensgevaarlijk zijn. Tweedens: deze wolvendeskundigen baseren hun wijsheid op hun kennis over gedomesticeerde (`tam' gemaakte) en gefokte wolven, op dieren die in gevangenschap zijn geboren. Ze kunnen hun kennis niet toetsen aan de wilde wolven zoals de dieren die tot ver in de negentiende eeuw in onze streken actief waren. Een in gevangenschap levende circusleeuw is ook minder gevaarlijk dan een in Afrika in het wild levende leeuw.

Dat wolven levensgevaarlijke dieren zijn, ook voor mensen, bewijzen de archieven. In het archief van de gemeente Helden, kan men stukken vinden, (genummerd 447 en 2135) mede geschreven door de burgemeester in 1810, over een `vleeschvraetige wolf' die de vierjarige Judith Geraerts uit Panningen naar de Peel heeft gesleept en daar heeft opgegeten. Zelf heeft hij de wolf nog gezien, een week na het verdwijnen van het meisje, met haar hoofd in zijn muil. Dat hebben ze de wolf afhandig weten te maken. Te laat voor Judith. In 1811 zijn er alleen al in het arrondissement Roermond dertien jongens en meisjes door wolven verscheurd en verslonden. Ook vielen de wolven paarden aan en sprongen hen naar de keel. Haammakers ontwierpen een speciaal keeltuig met scherpe pinnen dat het paard een beetje kon beschermen.

Dat er veel wolven in deze gebieden huisden blijkt uit het feit dat alleen al in het gebied rond Geldern in het jaar 1819 elfhonderd wolven zijn afgemaakt. Wie de archiefstukken leest, kan alleen maar tot de conclusie komen dat wolven levensgevaarlijk zijn. Het zou te flauw zijn om te veronderstellen dat allen die in vorige eeuwen over hun ervaringen met wolven schreven fantasten waren. Alle mensen die beweren dat wolven ongevaarlijk zijn, ook de mensen die de wolven terug willen brengen in de Peel en op de Veluwe, zijn zelf wolven in schaapsvachten. Mensenlijke wolven. Weerwolven dus.

(Eigen nieuws, Ton van Reen, 59, Maasbree)