WILDSPIESJES

Deze heerlijke spiesjes zijn ideaal als hoofdgerecht voor het kerstdiner. Serveer ze bijvoorbeeld met spätzle met paddestoelensaus (recept morgen). Snijd zowel de hertenfilet als haasfilet in 6 even grote blokken. Snijd elke duivenborst in tweeën. Snijd zowel de eendenborsten als de struisvogelfilet in 6 even grote stukken. Wikkel elk stuk wild in een plakje bacon.

Rijg de stukken herten- en haasfilet om en om aan 2 lange satéstokjes. Rijg nu de stukjes vederwild om en om aan 3 stokjes. Leg de spiesjes naast elkaar in een schaal en bestrooi ze met wat zout en peper. Sprenkel er wat olijfolie over en stop er de kruiden tussen. Dek de schaal af en laat een paar uur op een koele plek staan.

Verwarm de oven voor op 220° C. Verhit 2 eetlepels olijfolie en de boter in een grote koekenpan op een middelhoog vuur. Bak er de spiesjes in porties aan beide kanten in circa 1 minuut goudbruin in. Neem ze uit de pan en leg ze op een rooster in een met aluminiumfolie beklede bakplaat. Leg de takjes kruiden rond de spiesjes. Bak de rest van de spiesjes op dezelfde manier en leg ze ook op het rooster. Zet de bakplaat 5 minuten in de oven. Draai de spiesjes om en zet nog circa 5 minuten in de oven. Controleer of het vlees gaar is door een stuk vlees in te snijden. Het vlees moet rood tot rosé zijn. Leg de spiesjes op een voorverwarmde dienschaal en dek af met aluminiumfolie.

Maak intussen de saus in de koekenpan. Giet het overtollige vet uit de pan en blus die af met de wijn. Laat op een hoog vuur tot een siroop inkoken. Giet er de glace de viande bij en laat alles weer tot een siroop inkoken. Neem de pan van het vuur en roer er de stukjes ijskoude boter door tot u een gebonden saus hebt. Doe de saus in een schenkkan en serveer apart bij de spiesjes.