Vrienden in de verwoesting

Rond Helmut Kohl barstte twee jaar geleden een politiek schandaal los dat de CDU aan de rand van de afgrond bracht en Wolfgang Schäuble noopte tot aftreden als partijleider. Beiden hebben hun herinneringen aan de turbulente periode gepubliceerd. Het komt niet meer goed tussen de twee.

Jarenlang waren Helmut Kohl en Wolfgang Schäuble een ijzeren duo in de Duitse politiek. Kohl stond als CDU-partijvoorzitter en bondskanselier in het volle licht op het toneel. Schäuble was de strateeg op de achtergrond. Hij dekte de Chef in de rug, als leider van diens bondskanselarij en later als voorzitter van de CDU/CSU-fractie in de Bondsdag. Schouder aan schouder stonden ze in talloze verkiezingscampagnes, zodra in de partij een opstandje dreigde, en als makelaars van de hereniging. Verrichtte Kohl na de val van de Muur het internationale diplomatieke trapezewerk, de jurist Schäuble was als minister van Binnenlandse Zaken de architect van het verenigingsverdrag.

De aanslag op Schäuble op 12 oktober 1990, waarbij hij levensgevaarlijk gewond werd zodat hij in een rolstoel terecht kwam, was voor Kohl dan ook een zware slag. Toen hij Schäuble op de intensive care bezocht kon Kohl zijn tranen niet bedwingen, schreef hij in zijn boek over de Duitse eenwording. De latere foto waarbij Kohl in zijn gebreide vest en Schäuble in een sportieve trui in 1997 gebroederlijk naast elkaar in de kanselarij zitten is beroemd. De koning en zijn kroonprins. Natuurlijk kon Kohl zich voorstellen dat Schäuble ooit de scepter van hem zou overnemen – als partijvoorzitter en als kanselier.

Maar de harmonie op de foto was bedrieglijk. Ruim drie jaar later weten we hoe het is afgelopen. Schäuble bleef de eeuwige kroonprins omdat Kohl maar geen geschikt moment kon vinden afscheid van de macht te nemen. Als Schäuble op 18 januari 2000 de kamer van Bondsdagafgevaardigde Kohl opgewonden verlaat roept hij uit: `In dit kantoor zal ik mijn leven lang niet meer komen', noteert de oud-kanselier geschokt in zijn dagboeknotities Mein Tagebuch 1998-2000. `Met de zin dat ik al teveel van mijn kostbare tijd met hem heb doorgebracht, beëindig ik het gesprek', schrijft Schäuble op zijn beurt over de breuk met Kohl in zijn herinneringen Mitten im Leben.

Turbulente jaren

Schäuble en Kohl hebben allebei een boek geschreven over twee turbulente jaren in de CDU: over de verkiezingsnederlaag en vooral over de zwartgeldaffaire, die hun politieke carrière hard beëindigde, hun kameraadschap bedierf en de CDU in de diepste crisis van haar bestaan stortte.

De boeken blijken voor beiden een vorm van zelftherapie te zijn geweest. Zowel Kohl als Schäuble moest door het financiële schandaal zijn prominente plek in de politieke arena plotsklaps ruimen en dat doet pijn. Kohl was gedwongen zijn ere-voorzitterschap van de CDU eraan te geven toen uitlekte dat hij er jarenlang een netwerk van geheime rekeningen op na had gehouden. Hij weigerde evenwel zijn Bondsdagmandaat neer te leggen. Zeker zo erg was voor Kohl het isolement waarin hij terecht kwam. Na zijn verkiezingsnederlaag zag hij als `ereburger van Europa' nog een prominente rol voor zichzelf weggelegd in het (inter)nationale lezingencircuit. Nu ontweek men hem als ware hij een crimineel. `Ik lijk soms op een melaatse', merkt Kohl teleurgesteld op. Omdat hij niet dadenloos wilde toezien hoe zijn politieke levenswerk door `criminalisering en leugens wordt vernietigd', klom hij in de pen. Om te laten zien hoe `de mens Helmut Kohl' de campagne tegen hem heeft beleefd.

Schäuble is in feite het enige werkelijke slachtoffer geworden van Kohls financiële misstap. Als partijleider zag hij zich in februari genoodzaakt op te stappen, aangezien de CDU steeds dieper in het moeras weggleed en Kohl hardnekkig bleef weigeren zelf de gevolgen van zijn handelen te dragen.

Schäuble beschrijft de affaire en de gevolgen voor de partij analytischer dan Kohl. Hij is minder emotioneel, maar niet minder uitvoerig. Vooral de verbluffende wederzijdse ontnuchtering van de vroegere Männerfreunde geeft in beide boeken de toon aan. De financiële affaire maakte in één klap duidelijk dat wat de een als vriendschap ervoer, voor de ander een belasting bleek. Schäuble voelde zich door Kohl in de steek gelaten in zijn ijver opheldering te krijgen over het netwerk van zwarte rekeningen bij de CDU. Toen hij op 18 januari van dit jaar in Kohls kantoor zei dat het `zo niet langer door kon gaan', stuitte hij bij de oud-kanselier op dovemansoren. Enkele dagen tevoren was het nieuws over zwarte rekeningen, die bij de CDU in Hessen waren ontdekt, als een bom ingeslagen. De lokale CDU had in de jaren tachtig en negentig zeker 17 miljoen op zwarte rekeningen in Zwitserland gezet en later als zogenaamde erfenissen van omgekomen joden naar Duitsland teruggehaald.

Schäuble hield Kohl voor dat de CDU door dit nieuws in een bestaanscrisis was geraakt. Er moest iets gebeuren. Kohl kon niet eenvoudigweg verklaren de politieke verantwoordelijkheid op zich te zullen nemen, vond Schäuble, zonder daar persoonlijke consequenties aan te verbinden. Hij moest de namen van de donateurs bekend maken en zijn Bondsdagmandaat neerleggen. `Toen zei ik, dat ik anders zou aftreden, omdat ik de partij niet uit de crisis kon halen, die hij [...] had veroorzaakt', schrijft Schäuble. Het gesprek werd `buitengewoon heftig', noteert Kohl. Hij bleef echter weigeren en Schäuble vertrok met de mededeling dat hij zou aftreden (`Dat zul je niet doen!', riep Kohl hem nog vergeefs na). Maar de deur viel in het slot.

`Deze scène telt tot de ergste ervaringen in mijn leven', schrijft de oud-kanselier over die 18de januari. Het deed hem pijn te moeten erkennen, dat een `belangrijke relatie, een jarenlange vriendschap volkomen kapot is'. Bovenop de breuk met zijn partij, kwam nu ook nog de breuk met Wolfgang Schäuble. Daarbij werd Kohl overvallen door een `ongewone eenzaamheid', omdat tal van oude kameraden zich van hem af keren.

Frustratie

Hoe diep de frustatie van Schäuble over Kohl zat bleek uit de reactie van zijn broer Thomas, minister van Binnenlandse Zaken in Baden-Württemberg voor de CDU. `Ik verafschuw Kohl. En ik kan dat namens de hele familie zeggen', zei Thomas Schäuble openlijk een dag na het aftreden van zijn broer. Zonder zijn broer had Kohl geen 16 jaar kanselier kunnen zijn, verklaarde hij. En bij de zogenaamde vriendschap van zijn broer met Kohl, die de oud-kanselier zo openlijk beleed, plaatste hij ook vraagtekens. De tranen die Kohl geplengd had, leken hem krokodillentranen. Het was alom bekend dat Kohl zijn tranen nogal snel de vrije loop liet, merkte hij wrang op.

Het was een ongewone verklaring. Uit de bittere woorden van Thomas Schäuble bleek hoe zwaar het thema-Kohl de Schäubles op de maag lag. Blijkbaar stond Kohl Schäuble al veel langer in de weg. Drie jaar eerder had Kohl opnieuw de kanselierskandidatuur voor zich opgeëist, terwijl Schäuble een jaar eerder had laten doorschemeren de `verleiding' niet te kunnen weerstaan. Twee jaar eerder bleef Kohl na de verkiezingsnederlaag, tot ergernis van de kersverse partijleider, als erevoorzitter nadrukkelijk aanwezig in de openbaarheid en in partijgremia. En tenslotte stond Kohl Schäuble een jaar geleden opnieuw in de weg door zijn weigering zijn Bondsdagmandaat neer te leggen om nu eens Schäuble middenin een crisis in de rug te dekken.

Kohl heeft het behoud van de eigen macht `altijd absolute voorrang gegeven', merkt Schäuble op. En niet geheel ontevreden stelt hij aan het eind van zijn relaas over de affaire vast, dat nu `de scheiding van het tijdperk-Kohl is voltrokken'. Zelf bekent Schäuble steeds sceptisch te hebben gestaan tegenover de personalisatie van politieke structuren – beter bekend als het `systeem-Kohl', waarin de grote partriarch wikte en beschikte. Schuldbewust merkt Kohl in zijn dagboek op dat hij, zonder het te willen, fouten heeft gemaakt – vooral in psychologisch opzicht. `Misschien was ook louter mijn bestaan voor Wolfgang Schäuble een belasting'.

Bij de perspresentatie van zijn dagboek deed Kohl alweer een handreiking naar Schäuble om het goed te maken. Maar voor Schäuble is de politieke vriendschap beëindigd, liet hij recent resoluut weten. De breuk met de jarenlange peetvader van de CDU moet voor Schäuble in zekere zin een opluchting zijn geweest – hoe overtuigd hij ook is dat er in de Schreiber-affaire sprake was `intriges' tegen hem met criminele elementen.

Na behandeling van de affaire gaat Schäuble over tot de orde van de dag en geeft hij politieke richtlijnen voor de CDU, wier toekomst hij bij zijn opvolgster Angela Merkel in goede handen ziet. Het boek is geen afscheid van de politiek. Met de titel Mitten im Leben maakt hij duidelijk niet met de handen in de schoot te zullen gaan zitten. In het slothoofdstuk `waarom de CDU nodig blijft' bewijst Schäuble opnieuw zijn politieke engagement.

Hoe anders is de atmosfeer die uit Kohls dagboek spreekt, dat geen werkelijk dagboek is, gezien de vele gedachteflarden over latere gebeurtenissen die erin zijn opgenomen. Kohls boek is het relaas van een verbitterd politicus, die verongelijkt is over de onmatige wijze waarop hij publiekelijk wordt gestraft. De oud-kanselier heeft weliswaar een betreurenswaardige fout gemaakt, maar deze valt in het niet bij zijn verdiensten voor Europa en voor de Duitse hereniging. Uit zijn talrijke bezoeken aan Bill Clinton, zijn Nederlandse vriend Wim Kok (die hij systematisch Wim Koek noemt), en aan Warschau – en overal wordt hij beloond met eredoctoraten, prijzen en lintjes – blijkt dat de internationale gemeenschap zijn prestaties op waarde weet te schatten, terwijl hij thuis onterecht door het slijk wordt gehaald.

Het is het relaas van iemand die hardnekkig aan zijn gelijk blijft vasthouden en zijn erewoord dat hij de namen van de donateurs nooit zal verklappen. `Wie zijn woord breekt, verliest zijn geloofwaardigheid', schrijft Kohl. Wie de wet overtreedt óók – alleen dat wil Kohl maar niet begrijpen.

Helmut Kohl: Mein Tagebuch 1998-2000. Droemer, 352 blz. ƒ62,95

Wolfgang Schäuble: Mitten im Leben. Bertelsmann, 344 blz. ƒ58,80