Procederen

Wat de zo wonderlijk verlopen presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten zo fascinerend heeft gemaakt, was voor mij het juridische steekspel eromheen – het procederen. Amerika wordt hier enigszins neerbuigend een eldorado voor rechters en advocaten genoemd, maar ik ben ervan overtuigd dat Europa in dit opzicht niet lang zal achterblijven. De politieke en financiële belangen worden steeds groter, bedrijven zullen eindeloos door blijven procederen en de mondig geworden burger zal het er niet bij laten zitten als hij (of zij) zich onrechtvaardig behandeld voelt. Om u vast wat te laten wennen aan de nieuwe situatie, heb ik een paar kleine wetten opgesteld die op het procederen van toepassing zijn.

Procederen werkt in hoge mate verslavend. Ben je eenmaal verwikkeld in een proces, dan is het bijna onmogelijk er halverwege mee op te houden. De walging over alles wat er gebeurt en over alles wat je overkomt kan heel groot worden, maar het rechtvaardigheidsgevoel houdt je op de been tot het volgend hoger beroep. Stoppen is bovendien een teken van zwakte en slecht voor het eergevoel. Al die Amerikanisten beweerden wel dat de Amerikanen moe zouden zijn van de hele affaire in Florida, maar ik had eerder de indruk dat men teleurgesteld was over de plotselinge afloop. Om mij heen – bij de gewone intellectueel in de straat, zal ik maar zeggen – hoorde ik vooral de opvatting dat Gore zelfs na de uitspraak van het Hooggerechtshof moet doorgaan met tegensputteren. Eindelijk zou hij de woorden fraude en corruptie moeten uitspreken. Verder boe! roepen en met je rug naar de nieuwe president gaan staan als hij straks wordt ingezworen.

Wij komen nu bij een oude, maar opnieuw geldig gebleken wet, namelijk dat recht en rechtvaardigheid maar weinig met elkaar te maken hebben. Het zou zonder meer rechtvaardig zijn geweest wanneer alle stemmen waren herteld en de winnaar pas was uitgeroepen als wij de juiste uitslag hadden geweten. In wezen is het natuurlijk helemaal niet zo moeilijk om een uniforme afspraak te maken over welke stemmen geldig zijn en welke niet. Maar bij al dat procederen ging het niet om de rechtvaardigheid, maar om de macht.

In de rechtbanken van Florida is vooral gebleken dat obstructie loont. De zaak vertragen en nog eens vertragen, alles nodeloos ingewikkeld maken, dreigen met hoger beroep, beweren dat de kwestie eigenlijk te gecompliceerd is om door een rechter op een zo korte termijn begrepen te worden en suggereren dat je bereid bent te onderhandelen maar ondertussen elke overeenkomst afwijzen. Wat het ook altijd goed doet, is het schetsen van een ondergangsscenario als de tegenstander zijn zin zou krijgen: het is slecht voor de democratie, de waardigheid van de staat is in het geding, de continuïteit van het bedrijf wordt aangetast, dat soort loze beweringen. Een rechter kan de juistheid daarvan helemaal niet overzien, maar in ieder geval wil hij niet op zijn geweten hebben dat door zijn uitspraak anarchie en chaos ontstaat, of dat een heel bedrijf moet worden opgedoekt.

De obstructiepleger heeft daarbij het grote voordeel dat een zorgvuldige rechtsgang tijd nodig heeft. Die tijd tikte dan ook geduldig voort en toen het Hooggerechtshof aan het eind van al dat procederen er echt niet meer onderuit kon om een beslissing te nemen, luidde het oordeel: `Te laat'. Dat die tijd was opgebruikt door de rechtsgang zelf, doet mij denken aan de paradox van de spreker die zijn toespraak begint met de opmerking: `Mijnheer de voorzitter, ik zal het kort houden'. Meestal ben je dan ook al weer twintig minuten verder.

Te laat klinkt heel objectief, alsof er ergens iets te meten valt, maar in feite gaat het om een zuiver subjectief criterium, dat met alles, maar in ieder geval niets met de rechtvaardigheid te maken heeft. Het komt erop neer dat de rechters zelf die beslissing niet durfden te nemen en daarom een deus ex machina hebben gezocht om alle verantwoordelijkheid op af te wentelen. Te laat.

De affaire in Florida laat zien dat er bij belangrijke controverses nauwelijks iets is om je aan vast te klampen. Er was politiek, er was macht en er was drijfzand. Toen kwam Gore en voor de hele natie legde hij zich bij de gang van zaken neer met een beroep op De Wet. Wij zwegen stil en knikten geïmponeerd. Wat een staatsman, wat een sukkel.