Pleidooi voor mij

Eindelijk is het dan zover. Wim van Krimpen is directeur van een groot museum geworden. Geen galerie meer, geen Kunsthal of museum in de provincie, maar het Haags Gemeentemuseum! En terecht. Want Wim van Krimpen is al jaren een ziener, die een nieuwe stijl van museumbestuur predikt. Dercon, Fuchs – in zichzelf gekeerde prutsers, met minachting voor hun publiek. Ze moesten eens in zijn Kunsthal komen kijken. Honderdduizenden bezoekers, en dat zonder eigen collectie! En had hij Förg niet ooit ontdekt, en Scholte? Maar niemand luisterde. En daarom begon Van Krimpen te provoceren. Te jennen en te stoken. Want dan kreeg hij aandacht. En kijk waar dat hem heeft gebracht. Victory Boogie Woogie!

Onlangs ging eindelijk Van Krimpens eerste Haagse proeve van bekwaamheid open: Pleidooi voor intuïtie. Toen ik er op een zaterdag binnenliep schrok ik. Dit leek wel een slechte tentoonstelling! Sterker nog: dit is een kleine ramp. De kunstwerken zijn liefdeloos opgehangen. De combinaties zijn onbegrijpelijk en in het geheel valt geen enkele artistieke lijn te bespeuren. Het zou toch niet zo zijn dat Van Krimpen na al die jaren niets te melden heeft? Onvoorstelbaar.

Dus keek ik nog eens – en ineens begreep ik het. Dit was een statement! Neem het zaaltje met Bruce Naumans Carrousel. Een pijnlijke draaimolen, waarin beelden van beesten en een mens trage rondjes slepen, een spoor van hun eigen aluminium op de vloer achterlatend. Daar had Van Krimpen een interessante variant op bedacht: hij zette Carrousel in een zaaltje dat zo klein is dat de beelden af en toe met een luide klap tegen de verwarmingsradiator slaan. Daarmee wilde hij natuurlijk laten zien hoe benauwd de situatie van de hedendaagse kunst in het Haags Gemeentemuseum was. En dat was vast ook de reden waarom dat grote beeld van Carl Andre, een werk over ruimtelijkheid, in zo'n klein zaaltje staat dat je er nauwelijks omheen kunt lopen. Slim, daar zouden vast wel boze reacties op komen – helemaal Van Krimpen.

Zo werd er meer begrijpelijk. Dat er bij alle werken uit Van Krimpens eigen huiskamer `privécollectie Rotterdam' stond is natuurlijk omdat Van Krimpen wil laten zien dat hij echt wel bescheidenheid kent. En dat er bij sommige werken een bordje hangt met de mededeling dat ze ooit waren gekocht bij galerie Van Krimpen, is natuurlijk om te laten zien dat hij wel degelijk een echte visie heeft.

En toen begreep ik ook waarom Pleidooi voor intuïtie zo'n puinhoop is. Het is Van Krimpens ultieme provocatie, waarmee hij wil zeggen dat er in zijn museum nog veel moet gebeuren. Dat hij, Wim van Krimpen, de juiste man is op de juiste plaats. En het geeft meteen Van Krimpens visie: dat bij de museumdirecteur nieuwe stijl de kunst er niet toe doet, maar in dienst staat van de directeur en zijn machinaties.

Wat je ook kunt zeggen: die visie stáát, na deze tentoonstelling. Maar toch, nog een klein punt van kritiek. Die titel, had die niet beter Pleidooi voor Wim van Krimpen kunnen luiden?