Parlando overstemd door vreemde tonen

`Ieder gedicht is een gedicht in opdracht,' stelt Ad Zuiderent in het nawoord van zijn nieuwe bundel. Veel verzen in die bundel zijn inderdaad in opdracht geschreven. Wie de opdrachtgever is, aldus Zuiderent, maakt niet uit. Het gaat erom dat de dichter zich losschrijft van de aanleiding tot het vers. Dan ontstaat, al dan niet in opdracht, een goed gedicht.

In theorie klopt dit wel, maar lezend in Jij als geen ander bekroop mij de nare gedachte dat het drijfwerk van Zuiderents poëzie in deze bundel eerder nijverheid dan hartstocht is. Neem een gedicht als `Panamarenko in Watou'. De titel schept plastische verwachtingen, beelden van fantasiemachines – dubbeldekkers en zeppelins – in een poëziedorp. Zuiderent zet Belgisch in, als was hij Van Ostayen zelf:

Meikever vliegt

boven de hop

hop, uit de mond

van verbazing

zweeft de sigaar

Dat is een beeldend begin, maar het blijkt een loze belofte, want in de volgende regels slaat de camera op hol:

stijgende brand

van de voeten de schoenen

de zakdoek de broekriem

gedichten van bamboe

liedjes van fiber

vliegjes met kleine pedalen

een donkere wolk

maar de hagel gevleugeld

de sterren te boven

het beeld van Raveel

het huis en de hoeve

op wieken, Watou,

zeg maar hop,

doe hem

een hommel

toe

De tekst zingt zich niet los van de aanleiding. Ook bij herlezing krijg ik geen beeld voor ogen. Het gedicht lijkt niet meer dan een vlijtig notitielijstje, en die gedachte wekken ook veel andere verzen in Jij als geen ander. Er is gestapeld, maar zonder cement. En erger – want een doodzonde voor dichters – concentratie ontbreekt.

Dat niet hartstocht maar vlijt de motor lijkt is extra opmerkelijk omdat veel gedichten in deze nieuwe bundel de liefde betreffen. Die verzen vind ik boeiender dan de overige, maar ook in het amoureuze toont Zuiderent zich meer maker dan minnaar. Zijn zevenluik `Steeds heviger bezweken' is bij vlagen virtuoos, maar daardoor eerder be- dan gedreven.

Keer in mij om, o kom, kwam zij, mijn

zoete, lieve, bolle paardheid half,

dat ik je koe, je kalf, je haver, je grit

of je gort en jij dan mijn smullende

stapel, god van mijn trog, bijna mensen-

geslacht, hol vanbinnen, buiten vol

als een gijs, keer toch de hele mik

om, kom, kom, kom, o kom haastiglik.

Dat is mooi rederijkerswerk, maar ook niet meer dan dat. Maniërisme, zij het vaardig en dus minder storend dan het vierde vers van de reeks, dat slechts één flauweversregel beslaat: `Gekruisigde, kruisig me, fluisterde ze.'

Zoals in zijn eerdere bundels is Ad Zuiderent ook in Jij als geen ander op z'n best wanneer hij dicht bij huis blijft en zich tot het anekdotische beperkt. Het nadrukkelijkst doet hij dat in de afdeling `Voice mail', waarin hij vijf verzen lang zijn moeder tracht over te halen tot het gebruik van de antwoordservice van KPN. Zuiderent is niet de eerste dichter die een telefoonmonoloog op papier zet; Robert Anker deed het eerder (en krachtiger) in zijn cyclus `Open lijn'. Maar in tegenstelling tot te veel verzen in Jij als geen ander zijn de `Voice mail'-gedichten geen maakwerk, want authentiek van inhoud en toon.

Vooral `Telefoon uit een thuisland' redt wat mij betreft de bundel. In achtentwintig terzinen plus een slotregel bouwt Zuiderent een vergelijking op tussen Zuid-Afrika en het gereformeerde Holland. De toon wordt in de eerste terzinen al klinkklaar gezet:

Ma, met mij, de stem van je zoon,

we zijn er nu niet, want we zijn even weg,

niet zo lang, ma, twee maanden, niet meer,

en als je vindt dat de zomer te nat is,

moet je maar denken dat wij opnieuw

in de winter zitten, zo is het nu eenmaal,

al zie je dat nooit op de

zendingskalender,

want dun zijn de jurkjes daar, wit als de velden

de overhemden, stropdassen weinig,

en waar zelfs de voorganger niet

in het zwart hoeft, moet het wel gaan

om een stuk paradijs dat nu pas ontdekt is

Hier klinkt de stem die in Zuiderents vorige bundel, Op de hoogte van Icarus, excelleerde in een consequent parlando. In Jij als geen ander wordt dat parlando overstemd door vreemde tonen en registers. Dat is geen winst.

Ad Zuiderent: Jij als geen ander. Querido, 64 blz. ƒ32,95