Onthoofd door een cellosnaar

Nu Israëlische romanschrijvers vaak geen zin meer hebben om zich met maatschappelijke vraagstukken bezig te houden, lijkt de rol van chroniqueur van de samenleving overgenomen te worden door de thrillerschrijvers. De enige wier werk tot nu toe in het Nederlands vertaald is, is Batya Gur (1947), naast auteur al jaren literatuurcriticus bij het dagblad Ha'aretz. In elk van haar `literaire thrillers' neemt ze een respectabele maatschappelijke groep onder de loep. Door de gepleegde misdaad komt aan het licht hoeveel haat en nijd er binnen de groep heerst en hoe rigide de groepscultuur kan zijn. Subtiel stelt Gur de arrogantie aan de kaak van degenen die het in de Israëlische maatschappij voor het zeggen menen te hebben. Haar eersteling Moord op sabbat is gesitueerd in een maatschap van psychoanalytici, Literaire moord speelt zich af in de vakgroep literatuur van de Jeruzalemse universiteit, en in Moord in de kibboets toont Gur het verval van de idealen van het voormalige zionistische paradepaardje. In Muzikale moord draait het om een van oorsprong Nederlandse familie van musici.

Gurs vaste speurder is Michaël Ochayon, in de veertig, gescheiden, van Noord-Afrikaanse afkomst, charmant, intelligent en gevoelig. Na zijn studie geschiedenis kwam hij min of meer toevallig bij de Jeruzalemse politie terecht. De combinatie van zijn afkomst en zijn opleiding maken het hem mogelijk met enige distantie naar de nog steeds door Europeanen gedomineerde instituties te kijken. Hij probeert zich altijd in te leven in de wereld van slachtoffers en verdachten en de scheidslijn tussen beroepsmatige interesse en persoonlijke betrokkenheid is soms gevaarlijk dun.

In Muzikale moord krijgt Michaël het wel erg zwaar te verduren. Op een avond ontdekt hij in de kelder van zijn flatgebouw een baby. Noodgedwongen roept hij de hulp van zijn bovenbuurvrouw in, de celliste Nita van Gelden, zelf een alleenstaande moeder met een baby. Michaëls vaderlijke instincten zijn snel gewekt, en tegen beter weten in hoopt hij dat hij het vondelingetje kan houden. Ten behoeve van de baby's vormt hij samen met zijn buurvrouw een `gezinnetje', maar de `ouders' gaan ook steeds meer voor elkaar voelen.

De idylle wordt verstoord als Nita's vader, de bekende muziekhandelaar Van Gelden, bij een roofoverval in zijn huis gedood wordt. Kort daarna wordt haar broer, de homoseksuele violist Gabi, vermoord gevonden in het Jeruzalemse concertgebouw. Zijn hoofd is vrijwel van de romp gescheiden door een cellosnaar. Gur bespaart de lezer de bloederige details niet. Met vaardige hand weeft ze een gecompliceerde plot rond de familie Van Gelden, na de oorlog uit Nederland geëmigreerd. Gabi, eerste violist in het orkest van zijn broer Theo, streefde naar een authentieke uitvoering van barokmuziek en was doende met de oprichting van een eigen ensemble, Theo, de dirigent, is uit op roem en vrouwen.

Beiden hebben hun aanhangers en vijanden onder de orkestleden, om hun muzikale opvattingen, maar ook wegens banale zaken als salariëring en arbeidsomstandigheden. De talentvolle Nita is onzeker en in de war, en vreest dat zij zelf haar broer heeft vermoord. Michaël wordt verscheurd tussen zijn persoonlijke gevoelens en zijn beroepsopvatting. Hij weigert de zaak uit handen te geven, al dreigt hij daardoor zowel Nita als de baby kwijt te raken. De sleutel blijkt te liggen in een pas ontdekt requiem van Vivaldi. Er is een connectie met een antiekhandel in Delft, maar Hollandse couleur locale ontbreekt. Gur is nog nooit in Delft geweest, vertelde ze in een interview, en heeft er ook geen speciale interesse voor.

Muzikale moord is spannend, de personages zijn goed uitgewerkt, de plot zit ingenieus in elkaar, en je steekt er wat van op. Iets te veel misschien wel. Theo's betoog over barokmuziek, volgens het colofon ontleend aan een echte lezing, is interessant voor de liefhebbers, maar haalt de vaart er een beetje uit. Ook zonder deze geleerdheid heeft het boek voldoende diepgang om voor literaire thriller te kunnen doorgaan.

Batya Gur: Muzikale moord. Literaire thriller. Vertaald uit het Engels door Jeannet Dekker en Marie-Christine Ruijs.

Arena, 384 blz. ƒ45,-