`Nabokov leerde me empathisch schrijven'

`White Teeth' van debutante Zadie Smith werd door de New York Times uitgeroepen tot een van de beste boeken van het afgelopen jaar.

Elf uur 's morgens blijkt te vroeg voor de vierentwintigjarige Zadie Smith, schrijfster van de zeer lovend ontvangen debuutroman Witte tanden. Pas een uur later is ze ertoe te bewegen haar bed in een Amsterdams hotel te verlaten: ze is de avond ervoor uit geweest met Dave Eggers `and the lot' – allemaal beginnende schrijvers die elkaar kennen via het literaire tijdschrift MacSweeneys, waarin Smith in de toekomst ook gaat publiceren. Na een flinke wandeling langs de Amsterdamse grachten en een ontbijt met veel sterke koffie, gaan de enorme bruine ogen van Zadie Smith langzaam helder staan. Nee, ze hoeft niet over haar roman te praten.

Die werd in Engeland een hype, al was het maar vanwege de enorme voorschotten die uitgevers bereid bleken toe te zeggen aan de debuterende, Brits-Jamaïcaanse studente van Cambridge's Kings College. De prominent op de cover gedrukte aanbeveling van Salman Rushdie (`an astonishingly assured début..it has bite') deed de rest. Eén van de kwaliteiten van Zadie Smith, zo vonden veel lovende critici, was haar uitzonderlijke vermogen zich in haar personages in te leven. Dat leerde ze van Vladimir Nabokov.

,,Je kunt geen schrijver zijn zonder empathie, dat is het eerste dat ik van Nabokov leerde'', zegt Smith. ,,Ik heb Pninn zo'n twaalf keer gelezen en ik begrijp nog steeds niet wie de verteller is. Met die trucs van het perspectief kan Nabokov je je laten inleven in ieder personage. Dat is zijn genie. Zelfs als hij mensen veracht – psychiaters, socialisten, snobs – legt hij veel empathie in de manier waarop hij ze beschrijft. Perspectief is alles, dat is het tweede dat ik van Nabokov leerde. Neem Pninn. Op iedere school, op ieder kantoor, in ieder bedrijf is wel iemand die verschrikkelijk onhandig is of lelijk, iemand die door de anderen voor schut wordt gezet. Nabokov laat je zien hoe het is om zo iemand te zijn. Hij doet dat niet op een sentimentele manier. Pninn is niet ongelukkig, al heeft hij wel ellendige momenten. Hij probeert erg hard zijn zelfrespect te bewaren, terwijl hij overal een immigrant is, out of place. Op een gegeven moment zoekt Pninn zijn Russische vrienden op, in een kamp buiten de stad. Daar zie je Pninn in zijn element; daar is hij niet onhandig, daar vindt iedereen hem aardig, met zijn valse tanden en zijn kale kop, daar wordt hij bewonderd als een schrijver en een wetenschapper. Dat is een enorme verandering van perspectief, amazing!''

Smith ontdekte Nabokov toen ze eenentwintig was en verliefd. ,,Er kwam een knappe Arabisch-Amerikaanse jongen bij mij in de collegezaal, een kruising tussen Omar Sharif en Tony Curtis. Hij zat altijd in Lolita te lezen. Ik leende het boek van hem en was er kapot van. Nabokov maakte je aan het lachen, zelfs als de situatie verschrikkelijk was. Dat was het soort schrijven dat ik voor ogen had: komisch maar met diepte. Toen ik het boek uit had, schreef ik een verhaal voor die knappe student met de titel `picknick, lightning', ontleend aan de passage waarin Nabokov schrijft over de dood van zijn moeder. Ik beschreef hoe het voelt als iemand verliefd op je is en je achterna loopt – ik draaide de zaak om. Het was geen goed verhaal. Ik ben een confident type of person en denk bij de meeste schrijvers die ik lees, dat ik dat ook wel kan of het op zijn minst kan nadoen. Er zijn er maar een paar die ik niet kan imiteren, één daarvan is Nabokov. Hij heeft zoveel stijlen, het is gewoon te moeilijk. Niemand kan een pastiche maken van het eind van Lolita, met die spiraalvormige structuur. Je begrijpt niet hoe hij dat heeft gedaan. Nabokov is wat ik noem the real article. Maar dat hoef ik niemand niet te vertellen: Nabokov zelf geloofde nog het meest in zijn eigen genie. Hij vond van zichzelf dat hij de grootste nog levende schrijver was. Hij had gelijk, dat is nog het ergste. Zelfs een slecht boek van Nabokov steekt nog met kop en schouders uit boven al het andere. Ik heb mezelf opgelegd om al zijn romans te lezen.''

Wat was daarvan het resultaat? ``Hij bepaalde de manier waarop ik schrijf. Eerst was ik een Dickens-fan. Dickens maakt flat characters: ze zijn tweedimensionaal, maar ze vibreren erg snel. Mijn personages zijn ook flat, het zijn karikaturen. Die van Nabokov zijn round, ze zijn ongelofelijk grappig en daarbij zijn het ook nog eens types en symbolen. De interpretatie van Lolita waar Nabokov het minst mee op had was die van het oude Europa die het jonge Amerika verleidt. Dat haatte hij, maar feit is dat daar het boek over gaat.

,,Hij zei dat zijn inspiratiebron voor Lolita een berichtje was in de krant, waarin stond dat wetenschappers wilden uitvinden of een aap kon tekenen. Ze sloten de aap jarenlang op in een kooi, maar het enige dat hij wilde tekenen waren zijn eigen tralies. Dat is nu typische Nabokovian bullshit. Natuurlijk gaat Lolita over een man die zijn eigen gevangenis schept. Maar Nabokov had zo'n afkeer van Freud, die hij `die Weense witchdoctor' noemde, dat hij allergisch was voor iedere symbolische interpretatie van zijn werk.

``Hij ontkende ook voortdurend dat hij zelf iets had met pedofilie, hoewel Lolita zijn favoriete boek was. Iedere Nabokov-fan wordt verschrikkelijk boos als je suggereert dat Nabokov zelf pedofiele gevoelens koesterde. Ik zeg niet dat hij crimineel was, maar feit is wel dat er overal steeds weer, op de vreemdste plaatsen, kleine meisjes in zijn werk opduiken. Als je dat eenmaal opvalt, concludeer je dat Nabokov toch niet het pure genie is dat hij pretendeert te zijn. Dat is dan toch weer een opluchting. Stel je voor dat hij werkelijk in staat zou zijn zich in het hoofd van Humbert in te leven zonder de minste persoonlijke neiging daartoe!''

Smith ziet Nabokov als haar persoonlijke leermeester. Op de screensaver van haar computer heeft ze een uitspraak van Nabokov aangebracht: `Als getalenteerde mensen zich met hun hele wezen aan literatuur wijden, kan het resultaat alleen maar interessant zijn.'

,,Dat geloofde hij echt'', zegt ze vol overtuiging. ,,Talent is één, maar werken is twee. Nabokov stond iedere dag om acht uur op en werkte zes uur lang. Zijn middagen bracht hij door met vlinders vangen en ze te catalogiseren. Ook op wetenschappelijk terrein was zijn werk revolutionair. Nabokov was een man die geen vrienden had, die niet naar feesten ging, niet in andere schrijvers geïnteresseerd was en in hotels woonde. Hij wijdde zijn leven aan de literatuur.''

En Smith zelf?

,,Ach, iemand als Dave Eggers zit in een groep van schrijvers, die elkaar steunen en samenwerken. Ik vond het erg leuk hen te ontmoeten, maar iedereen heeft gescheiden agenda's. Nabokov verachtte het groepsgebeuren. Dat komt omdat hij de Russische revolutie moest ontvluchten. Hij wilde zelfs geen lid worden van een zwemclub. Dat vind ik wel extreem. Zelf voel ik meer voor iets ertussenin.''

Nabokov: Pninn. Penguin, ƒ25,95 (pbk)