Magisch realisme in Rwanda

In de film De Noorderlingen van Alex van Warmerdam werd de onafhankelijkheidsoorlog van Belgisch Congo op de voet gevolgd via de radio. In de contekst van een Hollandse nieuwbouwwijk in de jaren zestig kregen de radioberichten over Lumumba en Hutu's en Tutsi's een absurde lading. Twee jaar na deze film brak in Rwanda (voormalig Belgisch Congo) een bloedige burgeroorlog uit. Aangemoedigd door een radiostation besloot de ene helft van de bevolking de andere een kopje kleiner te maken. Opeens waren Hutu's en Tutsi's geen abstracte woorden meer, waar je je fantasie op los kon laten zoals het jongetje uit De Noorderlingen deed. Die genocide leverde afschuwelijke beelden op, die de hele wereld geschokt achterlieten.

De Belgische tekenaar Jean-Philippe Stassen verbleef in 1996 een half jaar in Rwanda. In 1999 bezocht hij de Rwandese vluchtelingenkampen nog een keer. De ervaringen die hij daar opdeed gebruikte hij voor het boek Deogratias, waaraan vorige week de prestigieuze Prix Goscinny 2001 voor het beste scenario werd toegekend. Aan de hand van de hoofdpersoon Deogratias vertelt Stassen hoe de bevolking na de moordpartijen met elkaar omgaat. De oorlog is weliswaar voorbij, maar geenszins vergeten. Men begroet elkaar met `Leef jij nog?' en drinkt alleen bier uit flesjes die zelf geopend worden. Alleen zo weet je zeker dat er geen gif in zit. De Hutu-jongen Deogratias heeft extra veel moeite de slachtpartijen waaraan hij tegen zijn wil deelnam te verdringen. Om zijn nachtmerries te onderdrukken is hij verslaafd geraakt aan het lokale bananenbier `Urwagwa'. Zonder geld dwaalt hij eenzaam en wanhopig rond in het dorp, niet in staat zijn verleden te vergeten.

Zijn herinneringen worden verteld als flashbacks en laten de aanloop naar de oorlog zien. Aanvankelijk is zijn leven dat van een normale puber. Hij is verliefd op het Tutsi-meisje Appolinaire, maar die beantwoordt zijn liefde niet. Haar zus, Benigne, ziet Deogratias echter wel zitten. Opportunist als Deogratias is, geeft hij het cadeau dat hij voor Appolinaire had gekocht, dan maar aan Benigne, terwijl hij zonder blikken of blozen zegt dat hij van haar houdt. Zo gaat het leven in het dorp zijn gangetje, en maken we kennis met nog een paar bewoners zoals een blanke pater en de prostituee Vedette. Op de achtergrond gaat de anti-Tutsipropaganda van `radio RTLM' gewoon door: `Misschien moeten die Tutsi-kakkerlakken wat vaker dansen op die goeie muziek uit Kinshasa! Dan gaan ze er misschien weer wat vrolijker uitzien, want voorlopig heb je toch alleen zin om ze in de Akagera te gooien. Dan kunnen ze terugzwemmen naar Ethiopië.'

Weer terug naar het heden. Deogratias loopt in zijn gescheurde kleren (in de flashbacks zijn ze nog smetteloos) en met wijd opengesperde ogen door de straten. Als hij door geldgebrek geen bananenbier kan kopen, verandert Deogratias plotseling in een hond. De omstanders lachen hem uit en bekogelen hem met stenen. Ondertussen gaat zijn gruwelijke monologue interieur gewoon door: `Mijn hoofd vervliegt... De gewette messen dringen het geslacht van de vrouwen binnen.' In Rwanda is er geen psychiatrische hulp voor getraumatiseerde oorlogsslachtoffers.

In Deogratias worden historische gebeurtenissen vermengd met magisch-realistische elementen. De momenten dat de hoofdpersoon in een hond veranderd, zijn geen hallucinatie of een droom, maar worden ook door andere personages waargenomen en zijn in de fictieve wereld van het boek dus `waar'. Op die manier slaagt tekenaar/scenarist Stassen erin om de waanzin en schaamte van de dader te verbeelden. En dat werkt in dit geval erg goed. Stassen experimenteerde in zijn vorige boek Thérèse, over een paranormaal begaafd meisje, al eerder met die mengvorm. In dat boek zorgden onverklaarbare gebeurtenissen echter voor een rommelig en ongeloofwaardig verhaal.

Dat Stassen mooi kan tekenen staat buiten twijfel. Hij heeft een geheel eigen stijl ontwikkeld, die door de robuuste lijnvoering en felle inkleuring doet denken aan klassieke Afrikaanse kunst. Zijn vakmanschap blijkt ook uit de in het boek afgedrukte schilderijen die hij in Afrika maakte.

In Deogratias is het gelukt om die prachtige tekenstijl te koppelen aan een goed en evenwichtig verhaal. Net als Joe Sacco in Safe Area Gorazde liet Stassen zich voor zijn strip inspireren door belangrijke historische gebeurtenissen. Stassen is, net als Sacco, ook zelf op onderzoek uitgegaan maar hij gebruikt niet dezelfde indringende reportagestijl. Het fictieve kader van Deogratias heeft echter dezelfde verpletterende uitwerking.

Jean-Philippe Stassen: Deogratias. Dupuis, 80 blz. ƒ26,50