Leven is zinloos, toneel niet

Jappe Claes speelt in het stuk `Manfred' het onaangename personage Joris. Dat moet een acteur kunnen, vindt hij.

Joris in de voorstelling Manfred is geen prettig ventje. ,,Op je knieën'', beveelt hij zijn oude moeder. ,,Armen omhoog. En nu: vergiffenis vragen. Omdat jij mij op deze wereld hebt gezet en omdat ik het hier niet leuk vind.'' Pats! Daar schopt hij haar recht in haar maag. Even later zit hij in zijn zetel alsof er niets gebeurd is. De neuzen van zijn schoenen naar elkaar toegedraaid, het hoofd tussen de schouders gedoken. Acteur Jappe Claes maakt van Joris meer dan de zoveelste rotzak. Tijdens een repetitie in het Amsterdamse Trusttheater poot hij een ouwelijke puber op de bühne neer, een jongetje dat klem zit tussen rebellie en bittere berusting, een man die lijdt en die een uitweg zoekt.

De Trust kondigt Manfred aan als `een toneelsoap' en inderdaad bevat de tekst van Peter de Graef soapy ingrediënten. Werkloosheid, liefdespech, enge ziekten: niets blijft de mensen in Manfred bespaard. Ze zijn gestrand in het gehucht Beughelwaart, waar ze in benauwde kamertjes hokken en elkaar op de zenuwen werken. De Graef, die tevens regie voert, kijkt er stilletjes naar. Met gekruiste benen zit hij op een matje: een in meditatie verzonken oosterling die uit België komt. Ook Jappe Claes komt uit België en Manfred, ofschoon in Nederland gesitueerd, vindt hij `een erg Vlaams stuk'. ,,`t Doet me aan het Vlaamse expressionisme denken'', zegt hij na het repeteren. ,,De schilderijen van Van de Woestijne en Permeke. Een boer, een boerin, een tafel, één kom soep, de boerin eet, de boer zwijgt: zulke simpele beelden waar een heel leven achter verscholen zit heb je in Manfred ook. De Nederlander is voor mij iemand die praat en praat en praat. De Vlaming praat niet graag. De Vlaming heeft eeuwenlang alleen maar onderdrukking gekend. Door de Spanjaarden, de Engelsen, de Fransen. Wij hebben geleerd te zwijgen, maar onderhuids broeit het, daar zit een stille kracht.''

Sinds 1995 is Claes als acteur in dienst bij het gezelschap dat nu nog De Trust heet en dat binnenkort, na de fusie met Art & Pro, De Theatercompagnie gaat heten. Vóór zijn komst naar De Trust leidde hij een eigen toneelgroep. Met die groep, Theaterteater uit Mechelen, maakte hij in 1993 de voorstelling Celibaat. Eveneens zeer Vlaams, vol nederigheid en wreedheid in een zompig huisje op het platteland. Duister fluisterend à la het boek van Gerard Walschap, gedempt bewerkt door Tom Lanoye en briljant verkrampt gespeeld door vooral Herman Gilis. Jappe Claes vindt het zijn beste regie tot nu toe. ,,Al het Vlaams-archetypische kon ik erin kwijt, de geborneerdheid, de klok die de verveling wegtikt, het ratelen van de zilveren lepels over de porseleinen soepborden: dingen uit mijn jeugd.'' Die bracht Claes door in Tienen, een stadje niet ver van Leuven. ,,M'n vader werkte op het gemeentehuis, hij heeft iedere Tienenaar voorzien van een identiteitskaart en een rijbewijs. En m'n moeder was een modiste, zij maakte hoeden voor de ganse bourgeoisie. Totdat die hoeden uit de mode raakten.''

Poppenkast

Jappe Claes, achtenveertig, kijkt met gemengde gevoelens op Tienen terug. ,,Ik was enig kind en mijn ouders waren dolblij met mij, met als gevolg dat de omarming iets te strak was. Ik kreeg bijvoorbeeld geen fiets, omdat m'n vader bang was dat ik ergens tegenop zou rijden. Terwijl mijn vriendjes wèl een fiets hadden.'' Maar zijn grootvader bood compensatie. ,,Hij was geschiedenisleraar en in zijn vrije tijd acteur en regisseur. Bij De Heidebloem. Met een jaartje of twaalf, dertien mocht ik al mee naar voorstellingen en sommige zag ik wel tien keer achter mekaar, ik was er niet weg te slaan. Alles trok me aan. De geur van schmink, het licht, de mensen die keken en de mensen die rollen verbeeldden: die hele levende poppenkast. Diep in mij wist ik dat ik bij het toneel wilde.'' En nu staat hij dan in Manfred. Houdt hij van zijn personage Joris?

,,Ik kan compassie voor hem opbrengen. Hij smeekt om aandacht – van zijn afwezige vader. Hij krijgt te veel aandacht – van zijn aanwezige moeder. Hij moet een harttransplantatie ondergaan en is bang om te sterven. En hij is in `t stuk de bommenlegger! Maar belangrijker dan `t plotje is de sfeer. De gemoedsgesteldheid van waaruit men zwijgt of praat. Als we contact willen moeten we praten, waarover, dat doet er niet toe. En niemand luistert want iedereen is met zichzelf bezig. En zo verknoeien we onze tijd.'' Nee, acteurs hóeven niet van hun personage te houden: ,,Stel dat ik Hitler moet spelen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat ik hem lief ga hebben. Toch moet ik proberen in zijn denkwereld te komen. Acteren is soms een schizofrene bezigheid. Ben je het oneens met de argumentatie van jouw personage of met zijn levenshouding, dan is de innerlijk stap die je moet nemen groot. Maar gek genoeg leidt een grote stap tot de interessantste rollen. Omdat je dan die spanning voelt tussen acteur en personage.''

Afstand en betrokkenheid: in de juiste dosering daarvan schuilt volgens Claes het geheim. ,,Ook in het leven trouwens. In relaties, in werk. Een acteur moet enorm betrokken zijn bij wie en wat hij speelt, en tegelijk moet hij afstand bewaren. Want zo'n gewrocht dat helemaal van hemzelf is, diep doorleefd, daar kan het publiek niet bij. Je moet het publiek net genoeg ruimte laten on het zelf in te vullen. Ik ga heel analytisch te werk. Eerst zet ik alle onderdelen van een rol naast elkaar en dan pas kijk ik of ik er chocola van kan maken.'' Een mooie rol van Jappe Claes bij De Trust was die van Firs, de stokoude bediende in Tsjechovs Kersentuin. ,,Die opa heb ik in m'n armen gekoesterd. Hij was wel een beetje fout, want met zijn toewijding aan de adel ondersteunde hij het feodale stelsel, maar och, wat ging hij op in zijn herinneringen, wat liep hij lief in zichzelf te mompelen en te lachen.'' Dierbaar is hem ook Rouwklacht. In dat stuk van Wallace Shawn speelde hij Jack, een pseudo-intellectueel die heen en weer geslingerd wordt tussen sympathie en angst voor het klootjesvolk.

,,Bij Firs zocht ik om te beginnen naar een bepaalde motoriek. Je maakt jouw ouwe man en hoe hij kijkt, ademt, loopt, zit en staat, daar plaats je dan je tekst op. Bij Jack ging het andersom: ik begon bij de tekst en plakte daar met minieme middeltjes een personage op. Het kostte me samen met regisseur Theu Boermans vier weken om die paginalange volzinnen uit m'n bek te krijgen. De figuren van Wallace Shawn – en ook die van andere Boermans-favorieten als Werner Schwab en Rainald Goetz – ZIJN taal. Dan ben je dus eindeloos met hogeschoolspreken bezig.'' Hij zegt: ,,Theu Boermans zoekt vooral in die talige stukken een betekenismelodie achter zinnen. Daar gaat hij erg ver in. Hij is een keffer die in je gat bijt en hij laat je pas los als hij zeker weet dat alles in orde komt. Je moet zo'n tekst helemaal hebben verworven. En dan komt er een zee van vrijheid. De neuzen staan dan dezelfde kant op. Je snapt niet alleen het stuk maar ook de plaatsing in zijn tijd en in het totale repertoire.''

Haring

Moet een acteur veel lezen? ,,Boeken prikkelen meer dan wat ook de fantasie. Boeken vergeet je nooit. Ik weet nog precies wat mijn grootmoeder mij voorlas toen ik klein was. Een verhaaltje over een man die naar de kermis ging. Hij had veel lol, hij was een beetje dronken en toen moest-ie naar huis. Hij had een beetje honger en kocht aan een kraampje een haring. In een krant gewikkeld, onder z'n arm, en hij waggelde voort en hij viel in de vaart en de haring, die zwom terug. Daar startte mijn verbeelding.'' Wat een toneelspeler verder moet doen? ,,Z'n zintuigen opentrekken. Hij moet naar tentoonstellingen gaan maar ook weleens naar het voetbal. Een toneelspeler moet goed léven. Dat is: alles ervaren en nergens bang voor zijn.'' Jappe Claes vertelt: ,,Zeven jaar geleden heb ik daar in Mechelen een flinke klap gekregen. Dag in dag uit had ik met die mensen van Theaterteater geleefd, acht jaar lang, en van de ene dag op de andere is dat in benarde en ruzieachtige omstandigheden geëindigd. Sindsdien weet ik dat je moet leren loslaten. Je moet de dingen niet krampachtig willen vasthouden of ze hardnekkig najagen, want daarmee bereik je meestal het tegenovergestelde van wat je eigenlijk wilt. Ik geloof dat de dingen vanzelf op je afkomen in het leven. Je moet wel in de buurt zijn en je armen open houden als ze uit de lucht vallen.''

Jappe Claes is net vader geworden. ,,Ons zoontje is vijf maanden oud. Geboorte is een mirakel. Er vindt een conceptie plaats, dat is een kleine ontploffing, opeens gaat er iets tikken. En dat gemiddeld zeventig, tachtig jaar. Als het lichaam sterft gaat die energie niet verloren. Ze verdwijnt in een andere vorm en daar plukken wij af en toe een stukje uit. Alles in het heelal wordt gerecycleerd.'' Zo ook blijkbaar het regisseren: voor de Theatercompagnie vat Claes zijn oude vak weer op. Hij bereidt zich voor op zijn eigen enscenering van Ionesco's drama De koning is stervende.

,,Tussen je veertigste en je vijftigste realiseer je je dat je innerlijke tijdsbeleving absoluut niet strookt met de werkelijke tijd. Als je jong bent heb je de eeuwigheid voor je, je bent onsterfelijk. En nu lijken decennia in een vingerknip voorbijgegaan. Voor mij was dat een onthutsende constatering. Ik werd erg bang om te sterven. Ionesco zegt: mijn stuk gaat over sterven maar als het goed is leert het je te leven. Als ik veel tijd heb voor mezelf, aan zee, op vakantie, dan word ik weleens depressief. Dan denk ik: `nóu wat doen, want zo gaat het ook niet.' Maar dat is dus verkrampt. Want kijk: is het bestaan zinloos? Ja. Is dat een probleem? Nee. Niet als je het kunt aanvaarden.''

Hoe zinloos is toneel? ,,Ik heb bij De Trust voorstellingen meegemaakt die iets teweegbrengen. Met onze Faust wierpen we vragen op waar het publiek de hele avond verhit over doordiscussieerde. Met Rouwklacht idem dito. Wat was de kern van Rouwklacht? Wat er gebeurd is met Picasso. Hem werd een keer gevraagd: als het Louvre in brand staat, welk schilderij haal jij er dan uit? En Picasso zei: `Nou, dat net achter de deur'. De belangrijkste schilder van de twintigste eeuw zegt dus in wezen: die schilderijen kunnen mij gestolen worden, ik zorg dat ik niet verbrand. En dat is het dilemma van Rouwklacht. Blijf je staan zoals die vlieg wanneer de mensenhand eraankomt om hem dood te kloppen? Met je filosofie onder je arm en je hand geheven voor je ideaal, met het risico dat je vermoord wordt? Of maak je dat je wegkomt? Als theater dergelijke thema's kan aansnijden, op een wezenlijke manier omdat het voor je neus gebeurt en niet op een televisiescherm, als mensen dan even daarover hun gedachten laten dwalen, dan vind ik dat niet zinloos.''

`Manfred' is t/m 21 dec en van 9 jan t/m 10 feb (aanvang 20u) in het Trusttheater te zien. Inl 020-5205320.