Kamer stemt niet in met contract NS

. De Tweede Kamer gaat voorlopig niet akkoord met een `overgangscontract' dat de rijksoverheid deze week sloot met de Nederlandse Spoorwegen. Het overgangscontract gaat op 1 januari in.

Het contract moet de tijd overbruggen tot 1 juli, wanneer een zogenoemd `prestatiecontract' van kracht wordt. In dit laatste contract worden eisen vastgelegd waaraan de NS moet voldoen, bijvoorbeeld met betrekking tot het aantal beschikbare zitplaatsen, de frequentie van verbindingen en punctualiteit waarmee de dienstregeling wordt uitgevoerd.

De Kamer zegt in een brief aan minister Netelenbos (Verkeer) onvoldoende tijd te hebben gehad om het overgangscontract te bestuderen. Het debat erover had alleen gisteren nog plaats kunnen hebben, op de laatste dag voor het kerstreces. Bedoeling is nu er in januari over te praten.

In het definitieve prestatiecontract wordt ook geregeld dat als de Nederlandse Spoorwegen niet aan de eisen voldoen, boeteclausules in werking kunnen treden. De precieze inhoud van het contract is overigens nog niet vastgesteld.

Prestatiecontracten tussen overheden en vervoermaatschappijen zijn niets nieuws. Ze bestaan in veel landen, en sinds kort ook in Nederland. Het bekendste voorbeeld is het contract tussen de provincies Groningen en Friesland en NoordNed. NoordNed verzorgt het vervoer op de regionale spoorlijnen in het noorden van het land. In het contract heeft NoordNed onder meer een aantal zitplaatsen gegarandeerd. Omdat het bedrijf deze garantie ook na aanmaning niet nakwam, en reizigers klaagden over bomvolle treinen, legde de provincie Groningen NoordNed deze zomer een boete op van 350.000 gulden. Sinds september bieden de treinen in het noorden wel voldoende zitplaatsen.

De reizigers zelf zijn geen partij in dit contract. Dat neemt niet weg dat zo'n contract bepalingen kán bevatten die reizigers recht geven op compensatie bij vertragingen. Reizigers die (ernstige) vertraging oplopen een vergoeding betalen is geen primeur. De Thalys geeft sinds jaar en dag reizigers die met meer dan dertig minuten vertraging aankomen op hun bestemming een deel van de prijs van hun kaartje terug. De regeling van de Thalys vloeit echter niet voort uit een contract met de overheid, maar maakt deel uit van de vervoersvoorwaarden.

Een pleidooi van het Kamerlid Van Gijzel (PvdA) om gedupeerde treinreizigers al vanaf 1 januari financiële compensatie te geven, werd door de minister afgedaan als te complex en fraudegevoelig. Netelenbos zag ook niets in de suggestie om de jaarlijkse prijsverhoging van de kaartjes deze keer achterwege te laten.

Vergoeding betalen aan reizigers is nu eenmaal lastig bij een treindienst waarbij vele reizigers een abonnement hebben en daardoor geen bewijs dat ze daadwerkelijk in een vertraagde trein zaten. Het effect van boetes en restituties zou overigens hetzelfde moeten zijn: vertragingen kosten de vervoerder geld, daarom zal die zijn best doen om ze te voorkomen.