`Ik zet de donkere tinten graag zwaar aan'

Juan Manuel de Prada geldt als de productiefste Spaanse schrijver van zijn generatie.

Nu is een vertaling verschenen van zijn scabreuze debuut.

,,Vooral de eerste maanden kochten veel mensen het boek om de verkeerde redenen. Afgaande op de titel dachten ze dat het een pornografische of tenminste een erotische roman was, een boek dat je met één hand leest. Uiteindelijk heeft het zijn ware lezers wel gevonden.'' In de vijf jaar sinds het verschijnen van zijn debuut Coños (Kut) heeft Juan Manuel de Prada (1970) met zeven boeken naam gemaakt als in ieder geval de productiefste Spaanse schrijver van zijn generatie.

Twee jaar geleden werd De Prada's in 1997 met de belangrijke Premio Planeta bekroonde roman La Tempestad als Noodweer in het Nederlands vertaald en onlangs volgde zijn eersteling uit 1995, waarvan de oorspronkelijke titel Coños overigens de meervoudsvorm is. Het boek bestaat uit een vijftigtal hoofdstukken van twee à drie pagina's waarin De Prada zijn verbeelding loslaat op de geslachtsorganen van verschillende vrouwen of – zoals in het openingsverhaal `De voorportalen van de kut' – juist op hun oksels. Ze dragen titels als `De kut van de celliste', `De kut van tante Lorette', en vervolgens die van de travestiet, de verdronken vrouwen, de kolonelsvrouw of de engelen, en ontlenen hun kracht inderdaad niet aan hun erotische zeggingskracht, maar eerder aan de originele manier waarop De Prada de lezer juist van de erotiek wegleidt. Vaak gebeurt dat met een absurdistische wending, zoals in een verhaal over de kolonelsvrouw, waarvan de hoofdpersoon er groot genoegen in schept met de decoraties van haar echtgenoot aan haar schaamhaar opgehangen door de kamer te paraderen. Andere verhalen, zoals één waarin een zeester een prominente rol vervult – worden gesmoord in een wat melige voorspelbaarheid.

,,De titel heeft natuurlijk geholpen om de aandacht te trekken'', zegt De Prada op het kantoor van zijn Nederlandse uitgever Arena. ,,Dat is belangrijk voor een jonge schrijver in een tijd waarin iedere maand twintig boeken van jonge auteurs verschijnen. Maar ik had eigenlijk niet verwacht deze verhalen te zullen publiceren. Ik schreef tien Coños in het laatste jaar van mijn studie, als een hommage aan Ramón Gómez de la Serna, die aan het begin van de vorige eeuw de bundel Senos (Borsten) maakte. Ik verspreidde het in fotokopie onder mijn vrienden, waarna het via via bij een kleine uitgeverij belandde. Die wilde dat ik het zo snel mogelijk uitbreidde tot een heel boek, zodat het nog voor de jaarlijkse boekenbeurs van Madrid gepubliceerd kon worden. Het grootste deel van de verhalen heb ik in een week geschreven.''

Snelheid

In die snelheid ligt volgens De Prada de voornaamste kracht van het boek. ,,Ik schreef het op mijn 24-ste. Het is dus een onrijp werk, maar het is wel een spontaan boek, vrijwel automatisch geschreven. Een plan zat er niet achter. De kracht ervan zit in de spontaniteit, maar het is niet echt representatief voor mijn werk. Mijn persoonlijke obsessies vind je er niet in terug.''

Die obsessies komen vooral naar voren in de andere boeken van De Prada, zoals Las Máscaras del héroe (`De maskers van de held', een ontmythologiserende historische roman over de Spaanse helden uit de eerste helft van de twintigste eeuw, zoals Dalí, García Lorca en Buñuel) en Las esquinas del aire (`De hoeken van de lucht') die aanmerkelijk dikker en minder lichtvoetig zijn dan zijn debuut. ,,De belangrijkste thema's uit mijn werk vind ik zelf de relatie tussen de kunst en het echte leven en de literaire of artistieke roeping. Seksualiteit komt voornamelijk aan de orde in verband met duisternis en zonde. Mijn werk is pessimistisch. Ik heb een sombere kijk op het leven. Er kan humor in mijn boeken zitten, maar dat is altijd sarcastische humor, humor die pijn doet. Ik zet de donkere tinten graag wat extra aan, zoals Spanjaarden dat eigenlijk altijd hebben gedaan. Bij mensen als Goya, Buñuel en Francisco de Quevedo heeft dat grote kunst opgeleverd.''

Eruditie

Het pessimisme van De Prada komt duidelijk naar voren in Noodweer, een boek dat twee jaar geleden al in het Nederlands werd vertaald. Daarin reist Alejandro Ballesteros, een met academische kunsttheorie beladen jonge kunsthistoricus, af naar een donker en mistig Venetië. Daar is hij getuige van een moord, wordt hopeloos verliefd op de verkeerde vrouw, belandt in een milieu van decadente kunstliefhebbers, waarna hij gedesillusioneerd terugkeert naar Spanje om carrière te maken aan de universiteit. Wel heeft hij dan een les geleerd: `de kunst is een religie van het gevoel, al verzwijg ik dat voor mijn studenten.'

Uiteindelijk is de ontdekking van Ballesteros De Prada's eigen opvatting over hoe kunst moet zijn. ,,Een van de problemen van de creatie is dat de kunst in onze tijd steeds academischer wordt, steeds meer leunt op de techniek en steeds minder op de emotie. Het is steeds moeilijker om een kunstenaar te vinden die werkelijk heel slecht is. We belanden in een tijdperk waarin de technische vaardigheden in de plaats komen van de improvisatie, terwijl de genialiteit vaak juist uit de spontaniteit komt.'' Die laatste overtuiging zat er bij De Prada al jong in: hoewel hij ervan overtuigd was dat de literatuur zijn bestemming was, besloot hij rechten te studeren. Kennis van literaire theorie zou het hem onmogelijk maken te schrijven, meende hij.

Paradoxaal genoeg is De Prada in de praktijk een schrijver die een enorme eruditie tentoonspreidt – vooral op literair en kunsthistorisch terrein – en een voorliefde aan de dag legt voor het spel met verschillende literaire genres. Zo ook in Noodweer, waarin hij het genre van de politieroman verkent. Dat deed hij ter ontspanning, zegt hij. ,,Noodweer heb ik geschreven om mezelf te amuseren nadat ik uitgeput was geraakt door het schrijven van Las Máscaras del héroe, mijn meest ambitieuze boek. Noodweer is juist mijn minst ambitieuze boek, maar wel het boek dat verreweg het meeste succes heeft gehad.''

De Prada publiceert sinds zijn debuut een paar honderd bladzijden per jaar. ,,Zeker voor een jonge schrijver is continuïteit belangrijk. Als je vier jaar na je debuut met een tegenvallend tweede boek komt, dan is iedereen je weer vergeten. Als ik aan een boek werk, sta ik iedere dag om dezelfde tijd op en ga ik op dezelfde tijd naar bed. Dat heb ik nodig, anders zou ik de hele dag in bed liggen. Het succes heb ik voornamelijk te danken aan die discipline. Hard werken is mijn voornaamste deugd.''

Van Juan Manuel de Prada verschenen bij uitgeverij Arena: `Noodweer', vertaald door Aline Glastra van Loon, 316 blz. ƒ42,95 en `Kut', vertaald door Helena A. Erwich, 157 blz. ƒ29,50