Ideale Gedicht stemt tot nadenken

Het `Ideale Gedicht' stemt tot nadenken, gaat over het raadsel van het bestaan en is geschreven in rijmende vrije verzen. Dat vinden de circa 3.200 poëzielezers die meededen aan een landelijke enquête die in oktober in onder meer deze krant is gepubliceerd.

Het onderzoek naar de poëzievoorkeuren van de Nederlanders maakte verder duidelijk dat het Ideale Gedicht tijdloos en meerduidig is, weemoedig, grappig én ontroerend; het is geschreven in de ik-vorm en speelt zich af in een niet nader aangeduid seizoen. In het Ideale Gedicht is niets verboden.

Op basis van deze profielschets heeft medeorganisator Poetry International elf dichters gevraagd hun versie van het Ideale Gedicht schrijven. De Ideale gedichten van Paul Claes, Anna Enquist, Ingmar Heytze, Rutger Kopland, Ilja Leonard Pfeijffer, Simon Vinkenoog, Elly de Waard, Jan Wolkers en Dichter des Vaderlands Gerrit Komrij beleven hun première op Gedichtendag, 25 januari 2001, en zullen een dag later in NRC Handelsblad worden afgedrukt.

Opvallend veel deelnemers aan de enquête zeiden dat het Ideale Gedicht niet bestond. Of dat de keuze sterk afhing van de stemming waarin men verkeerde, of het seizoen waarin het gedicht gelezen werd.

De uitslag van de enquête naar het Ideale Gedicht verschilt hemelsbreed van die van het onderzoek naar Nederlands Favoriete Gedicht, dat vorig jaar door deze krant werd gehouden. Toen bleek uit de gekozen gedichten dat de Nederlandse poëzielezers gefascineerd zijn door dood en vergankelijkheid. Uit de enquête naar het Ideale Gedicht komt naar voren dat maar 5 procent van de inzenders de dood als belangrijkste thema voor het Ideale Gedicht ziet.

De belangrijkste functie van het Ideale Gedicht blijkt bovendien wezenlijk anders dan die van de meeste favoriete gedichten. Bleek een jaar geleden naar aanleiding van de Top-15 van favorieten dat de poëzielezer vooral troost zoekt, nu komt naar voren dat het Ideale Gedicht tot nadenken stemt.

CULTUREEL SUPPLEMENTpagina 23