Het dagblad

Op deze historische dertiende december van het jaar 2000 zag ik op de televisie een stuk of tien mannen over het grasveld voor het Amerikaanse Hooggerechtshof rennen. In deze zin is meer postmoderne problematiek verborgen dan u bij eerste lezing misschien ontdekt zult hebben.

U weet wat er gebeurd was. Het Hooggerechtshof had zich zodanig over het hertellen van de stemmen in Florida uitgesproken dat het daarmee feitelijk George W. Bush tot president had gemaakt. Deze mannen waren journalisten, personeel van de schrijvende pers. Ze renden naar hun redactie om daar, weliswaar op de modernste machines, deze gebeurtenis onder woorden te brengen, woorden die bestemd waren om te worden gelezen. Waarom hadden ze zo'n haast, dit laatste nieuws in de laatste editie te krijgen, van een krant die pas over een paar uur op straat zou zijn, terwijl de hele wereld dan allang op de hoogte was? Rennende reporters op de televisie, is dat niet het allerzieligste wat je je kunt voorstellen – mensen die niet alleen over hun eigen schaduw proberen te springen, maar ook nog denken dat het ze gelukt is?

Ik keek naar CNN. Ze hebben het daar de afgelopen vijf weken weer goed gedaan, met hun rechtsgeleerden, politici en panels. Het liet eigenlijk niets te wensen over. En nu: de kogel door de kerk! Ik wist alles. Toen toch nog even op het web gekeken, naar wat de New York Post ervan had gemaakt. De krant van de Clinton-haters, van de meest reactionaire demagogie, in de vetste letters, het rijkst aan drukinkt. De krant you love to hate most. Op dat uur viel het een beetje tegen; ze moesten nog van hun geluk bekomen, denk ik. Maar intussen had ik het tegendeel gedaan van een paar minuten eerder, namelijk op mijn computer een krant gelezen. Dit rennen van de verslaggevers was toch niet vergeefs geweest.

De ochtend van de veertiende, in de tram op weg naar de redactie, met de Volkskrant en de Herald Tribune, min of meer als een ezel tussen zijn berg hooi en zijn emmer water. IT'S BUSH, riep de Tribune. De Volkskrant, de column van Jan Mulder: `Terwijl de Europese lidstaten na de top van Nice hun zakken natellen (Nederland 1 knikker winst), brengt een of andere ordinaire God de wereld op orde. We worden de komende jaren geregeerd door deze drie knakkers. Bush, Poetin en Netanyahu. Het nachtclubeigenaartype.' Enz. In minder dan zestig regels een mooie samenvatting van de wereldpolitiek op deze gedenkwaardige ochtend. Mijn buurman in de tram las De Telegraaf. Terwijl hij probeerde bij mij te lezen waarom ik zo had gelachen, probeerde ik bij hem te lezen. `Peper mag weer solliciteren,' en daaronder WEG VRIJ. Hij had zijn krant op z'n Amerikaans gevouwen, overlangs, zoals ze in de subway doen. We bleven bij elkaar afkijken. Misschien wel uit vriendelijkheid sloeg hij een pagina om. `Soep verraadt uw karakter' las ik.

Waarom dit alles in een krant opgeschreven? Omdat het wel duidelijk is dat hier de krant het wint. Eerst staat de televisie met 1-0 voor, dan wordt de IT ondergeschikt gemaakt aan het lezen van een krant (1-1), en het eindigt met twee mensen die elkaars krant begeren (1-3). Bij de komst van de televisie, een halve eeuw geleden, maakte een legertje profeten zijn opwachting, om te verkondigen dat het met de dagbladen binnenkort gedaan zou zijn. De kranten hebben hun ups en downs – wie niet – maar voorzover ze het hebben overleefd zijn ze heel wat groter dan toen. Internet verscheen: van hetzelfde laken een pak. Dat er mensen zijn die in spannende tijden op het web kranten lezen, dat je er een interessante publicatie als SALON kun vinden, wil niet zeggen dat het binnenkort met de drukpers voor het dagblad gedaan is. Je neemt je laptop niet mee in de tram, sluit hem met je gsm aan op het web, zit naast iemand die hetzelfde heeft gedaan, en gaat dan bij hem naar zijn site kijken, terwijl hij naar die van jou zit te gluren.

Dit is meteen de kern van de superioriteit van het dagblad. Het is een unieke combinatie van fysieke en immateriële factoren. Iedere dagbladpagina geeft een totaal van verbijzonderingen, en de krant in zijn geheel een veelvoud daarvan dat je in je zak kunt stoppen. Iedere website, hoe vernuftig ook in elkaar gezet, ontbreekt het aan dit totaal in één oogopslag. Bovendien moet je op zijn minst anderhalve kilo meedragen, en na twee uur zijn de batterijen op. Dat om te beginnen.

Achter het papier bevindt zich onzichtbaar een familie van min of meer gelijkgezinden, de redactie, die driehonderd maal per jaar haar best doet om u en een paar honderdduizend anderen met het laatste nieuws te bedienen, en bovendien dit naar beste weten uitpluist, meningen geeft, die zo mooi mogelijk opschrijft en ten slotte anderen toelaat die het met die meningen gloeiend oneens zijn. Het is een nieuwsbron, een register, een pamflet, een roman in afleveringen, de weergaloze comédie humaine. Ieder dagblad is op zijn manier de baaierd van het leven in de hele wereld, waarvan iedereen tot op de onwaarschijnlijkste plaatsen rustig kennis kan nemen. Meer in woorden is niet mogelijk.

Dat is de afgelopen weken weer eens gebleken. Ten slotte: het ruikt naar papier en drukinkt, de beste geuren van de beschaving.