Hardleerse koppen en harten

Niet alleen Darwin, ook de bijbel wordt weer vertaald. Twee jaar geleden ontstond enige commotie omdat God in deel één toch `de Heer' was gebleven. In deel twee is hij van almachtig nu ontzagwekkend geworden.

Een complexe tekst als de bijbel is op duizenden plaatsen op véle manieren te interpreteren. En voor vertalers is het natuurlijk onmogelijk om overal rekening te houden met alle mogelijkheden die de grondtekst biedt. Bij de bijbel geldt die onmogelijkheid des te sterker omdat zoveel mensen een opvatting over die tekst hebben. De uitgangspunten van de Nieuwe Bijbelvertaling, het reusachtige vertaalproject (à 50 miljoen gulden) van de protestantse en katholieke bijbelgenootschappen in Nederland en Vlaanderen zijn de best mogelijke: brontekstgetrouw en doeltaalgericht. Oftewel: betrouwbaar en leesbaar. De vertaling moet kloppen, maar de eigenaardigheden van het Hebreeuws en het Grieks van de grondtekst mogen niet doorklinken in deze nieuwe `cultuur- en kerkbijbel' die in 2004 af moet zijn.

De pas verschenen tweede deeluitgave omvat als belangrijkste boeken Genesis, 31 Psalmen, Markus, de Eerste Brief aan de Korintiërs en Openbaring. De eerste deeluitgave verscheen in 1998 en baarde vooral opzien omdat het `ijdelheid der ijdelheden' uit Prediker was vervangen door de frase `lucht en leegte'. En sommige feministische kringen waren verontwaardigd dat de Hebreeuwse godsnaam `JWHW' nog altijd met het patriarchale `HEER' (geheel kapitaal) wordt vertaald.

Uit deze tweede deeluitgave blijkt opnieuw: het vertaalproject is op de goede weg, al zijn er natuurlijk nog genoeg fouten en vreemde wendingen in te ontdekken. Over het geheel genomen is het een uitstekende vertaling. De tekst is helder en leest goed door. Je blijft niet haken bij archaïsche uitdrukkingen en vreemde zinswendingen zoals in de Statenvertaling (1637) of de NBG-vertaling uit 1951. De Groot-Nieuwsbijbel (in de `omgangstaal') leest ook makkelijk en wordt ook veel in de kerken gebruikt, maar is vaak niet betrouwbaar in de weergave van gecompliceerde zaken. De prioriteit ligt daar weer te véél bij de leesbaarheid. Het initiatief voor een nieuwe bijbelvertaling die leesbaar èn betrouwbaar is, kan daarom niet genoeg geprezen worden (al is de in 1995 herziene katholieke Willibrordvertaling óók een redelijk leesbare en betrouwbare vertaling).

God de Almachtige is nu God de Ontzagwekkende geworden (onder meer in Genesis 17:1 en 35:11) en dat lijkt me een hele verbetering, al kan ik niet helemaal beoordelen hoe sterk de rechtvaardiging daarvoor in het Hebreeuws is. En bijvoorbeeld de laffe toon van Adam als God hem vraagt waarom hij van de verboden paradijsvrucht heeft gegeten, is mooi getroffen in helder Nederlands: `De vrouw die u hebt gemaakt om mij ter zijde te staan, heeft mij de vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten' (Gen 3:12). Ook de vrolijkheid van veel van de jubelpsalmen die in deze deeluitgave staan, komt goed over. En tja, de `lampen' in Genesis 1:15 (als het gaat over de schepping van zon en maan) maken een enigszins potsierlijke indruk: `ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf'. Maar wie weet, was het wel de bedoeling van de Genesis-auteurs om zon en maan (door de buurvolken beschouwd als goden) belachelijk te maken.

Gladgestreken

Niettemin, op details kan het nog veel beter. Natuurlijk, al die hebraïsmen en graecismen maakten de vorige vertalingen moeilijk leesbaar, maar nu lijkt het soms of iedere beeldspraak gladgestreken moet worden. Waarom bijvoorbeeld begrijpen Jezus' leerlingen in Markus (6:52 en 8:17) hun leermeester niet omdat ze `hardleers' zijn? In het Grieks wordt hun onbegrip geweten aan het feit dat hun hart `versteend' cq `verhard' was (pepooroomenè, van pooróoo, dat ook nog afstompen of versuffen kan betekenen). De oude Statenvertaling heeft letterlijk `hun hart was verhard'.

Voor het begrip van het lopende verhaal is de nieuwe vertaling adequaat en niet storend, maar toch. Voor wie meer wil weten over de vraag waarom de leerlingen Jezus' ware aard niet begrijpen, suggereert `hardleersheid' vooral koppige intellectuele stupiditeit (`logisch, het waren vissers!'), terwijl het versteende hart toch veel meer een innerlijke, emotionele blokkade suggereert. De gedachte van de vertalers zal wel zijn geweest dat met het `hart' in het Grieks van die tijd gewoon `verstand' werd bedoeld, maar ik vraag me af of dat onderscheid toen al zo duidelijk werd gemaakt. Een versteend hart heeft meer inhoud dan een hardleerse kop.

Elders speelt de neiging tot verheldering echt een te grote rol. Ineens blijkt de vertaler een betweter. Bijvoorbeeld in de beroemde scène van Jakob, Esau en de linzensoep. Jakob wil dat Esau in ruil voor die soep zijn rechten als eerstgeborene opgeeft. ,,`Man, ik sterf van de honger', zei Esau, `wat moet ik met dat eerstegeboorterecht''', zo wordt Esau's motivatie voor de ruil vertaald (Genesis 25:32). Maar in het Hebreeuws is alleen even daarvóór sprake van de `honger' van Esau. In deze passage staat slechts iets als: `ik ga sterven', en zo staat het dan ook in vrijwel alle belangrijke vertalingen (met uitzondering van de Groot-Nieuwsbijbel: `Ik sterf van de honger').

Het veel algemenere `ik ga toch sterven' (NBG 1951) komt meer overeen met de grondtekst. En het biedt de mogelijkheid om Esau's onverschilligheid toe te schrijven aan een scherp bewustzijn van zijn sterfelijkheid, in het licht waarvan dat geboorterecht weinig waarde heeft. Die vaak gemaakte interpretatie van deze passage is ook veel interessanter dan alleen die toevallige honger als motief. Het eerstegeboorterecht staat hier ook voor de continuïteit van Gods opmerkelijke heilsplan met de nazaten van Abraham, de grootvader van Jakob en Esau. Esau ziet af van dat (eeuwige) heil, verblind door zijn eigen sterfelijkheid, zou je kunnen denken.

Het minste dat je mag verwachten van een officiële bijbel is dat ze op belangrijke plaatsen interpretatiemogelijkheden niet verpest door toevoeging van een of ander gemakswoordje. Het is me echt een raadsel waar die honger hier vandaan komt. De rechtvaardiging is misschien dat door de herhaling van Esau's honger het verhaal soepeler loopt. Dat zou geldig kunnen zijn voor de Groot-Nieuwsbijbel, maar voor de NBV geldt nu juist expliciet dat moeilijk te doorgronden passages niet omwille van de leesbaarheid versimpeld mogen worden. En echt moeilijk is dit verhaal niet eens.

Wazige spiegel

Zo zijn er wel meer voorbeelden. In de beroemde tekst van I Korintiërs 13:12 is ineens God zelf toegevoegd: `Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar dan zullen we oog in oog met God staan'. Dat `met God' staat niet in het Grieks en is ook in geen enkele andere belangrijke vertaling te vinden. `Jetzt schauen wir in einen Spiegel und sehen nur rätselhafte Umrisse, dann aber schauen wir von Angesicht zu Angesicht', vertaalt de Duitse Einheitsübersetzung. `Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht', vertaalt de Statenvertaling. Als je de voorafgaande passage in ogenschouw neemt, is het niet eens vanzelfsprekend dat het hier om het aanschouwen van God gaat, evengoed kan Paulus doelen op het begrijpen van de liefde (die natuurlijk weer wel als God kan worden opgevat).

Een voorbeeld van een andere, minder kwalijke betweterigheid komt bij Jakob en Esau voor, als de verschillen tussen de tweelingbroers worden geschetst. Esau was een uitstekende jager die altijd buiten was `terwijl Jakob een geregeld leven leidde en het liefst in de buurt van de tenten bleef' (Genesis 25:27). Het is wel een te rechtvaardigen vertaling, die trouwens vrijwel letterlijk ook in de Groot-Nieuwsbijbel is te vinden, maar dat `geregeld leven' komt wel erg kleinburgerlijk over. Het is meer een uitdrukking die je in politieberichten zou verwachten als het gaat over iemand met een baan en kinderen. Moest Jakob soms altijd op tijd in de tent zijn voor het eten? Zette hij de vuilnisbak op tijd buiten? In het Hebreeuws staat niet zozeer iets over de leefwijze maar iets over het karakter van Jakob: hij was een `vrome, rustige cq. huiselijke man'. A quiet man, living in tents, vertaalt de Amerikaanse New Revised Standard Version, Ein untadeliger Mann, zegt de Einheitsübersetzung. Dat is een veel sterker beeld. De ondertoon van vroomheid die het Hebreeuws oproept, vormt ook een tegenwicht voor de bedriegerijen die de door God uitverkoren Jakob verderop in het verhaal voor zijn rekening zal nemen.

Een ander verschijnsel dat in meerdere bijbelboeken (maar vooral in Markus) opduikt, is een curieuze voorliefde voor kleine tussenwerpsels, vooral in citaten. `Die vloek moet mij dan maar treffen', zegt Rachel tegen Jakob in Gen. 27:13 (als ze samen Izaak gaan bedriegen om de zegen voor Jakob te verwerven). `Er is vast niemand zo verstandig en wijs als u', zegt de farao tegen Jozef (Genesis 41:39). `Waar zijn ze nu, jullie voorouders?' (Zacharias 1:5). `s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan..' (Markus 1:32) `Een kudde van wel tweeduizend stuks '(Markus 5:13) `Maar hij zei: `Geven jullie hun maar te eten!' Ze vroegen hem: `Moeten wij voor wel tweehonderd denarie brood gaan kopen?' (Markus 6:37) `Als je voet je op de verkeerde weg brengt, hak die dan af' (Markus 9:45). `Wees er maar zeker van dat geen enkele steen op de andere zal blijven staan (Markus 13:2).

Ongetwijfeld zullen de vertalers deze woordjes er tussen hebben geworpen om het voorlezen te vergemakkelijken of de tekst `gewoner' te maken, maar ik struikel erover bij het lezen. Ze kunnen allemaal weg. En sommige beïnvloeden de betekenis op een verkeerde wijze, zoals bij die farao in Genesis 41. Door het woordje `vast' lijkt het nu alsof de farao helemaal niet zo zeker is van Jozefs verstand. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

Werk in Uitvoering 2 Deeluitgaven (Nieuwe Bijbelvertaling). Nederlands Bijbelgenootschap en Katholieke Bijbelstichting, 400 blz. ƒ29,90