Elftstedentocht

Als we nu naar buiten kijken, is het belachelijk om het over de Elfstedentocht te hebben, maar in 1933 werd deze al op 16 december verreden. Dat we het afgelopen week nog moesten doen met nachttemperaturen die moeiteloos konden concurreren met de maximumwaarden van afgelopen zomer, doet daarbij niet ter zake. Hoewel het weer snel kan omslaan, want in 1933 besloot de Elf Steden Vereniging al na drie dagen stevige vorst de schaatsers het ijs op te sturen.

Als al zo vroeg in het seizoen kan worden gereden, zijn we in ieder geval snel af van de ondraaglijke spanning die ons teistert als het kwik spectaculair daalt. Aan de andere kant had het ook zijn nadelen, want daar de winterzonnewende nog niet was geweest, was het tijdens deze editie veel minder lang licht dan eind januari of februari. Daarom besloot de organisatie later te beginnen dan normaal. De 187 wedstrijdschaatsers stapten om half zes op het ijs en de 341 toerrijders kort daarna. Daarmee was dan de vijfde editie begonnen van de Tocht der Tochten, die als noviteit had dat de radio er bovenop zat. Heel Nederland was toen in staat te volgen hoe A. de Vries uit Dronrijp na 9 uur en 5 minuten als eerste over de finish kwam, waarmee hij de recordtijd van C.C.J. de Koning uit 1917 met ruim drie kwartier verbeterde.

De Elfstedentocht is natuurlijk een typisch Nederlandse bezigheid, waar buitenlanders alleen maar verbaasd naar kunnen kijken. Als zij sinds afgelopen zomer denken dat dit land Zuid-Europees gek kan worden ten tijde van belangrijke voetbalwedstrijden, moeten ze nog maar eens terugkomen als de rayonhoofden de tijdelijke macht hebben gegrepen. In de eerste decennia deden dan ook geen buitenlanders mee aan dit ijsfestijn. De Sportencyclopedie van vijftig jaar geleden stelde zelfs dat er tot 1940 alleen maar Nederlanders hebben deelgenomen, maar dat is niet waar.

In 1929 schreef de Amerikaanse legatiesecretaris Sussdorf zich in, die werkzaam was in België. Hij kon de tocht niet uitrijden. Vier jaar later, op die zestiende december dus, was hij er weer bij en slaagde nu wel in zijn missie. Toen hij na afloop zijn Elfstedenkruisje in ontvangst mocht nemen, verklaarde hij ronduit dat hij al veel onderscheidingen had bemachtigd, maar dat hij nog nooit zo trots was geweest als op dat moment.

Ook een verslaggever van The Times was erbij. Hij schreef kort en zakelijk over het voor hem onbekende fenomeen: `In deze wedstrijd, die de grootste gebeurtenis op wintersportgebied in Nederland is, moeten de deelnemers een parcours langs elf steden in de provincie Friesland afleggen over een afstand van 205 kilometer (ruim 127 mijl). Iedereen die aankomt, krijgt een prijs', schreef hij verder. `En de eerst aankomende dame kreeg bloemen van de organisatoren.'