De kaars

Max en Vera hadden op zolder een kaars gevonden. Het was een mooie kaars.

Er zat een wit lontje in. Hij had nog nooit gebrand.

,,Zullen we hem aansteken?'' vroeg Vera aan het einde van de middag.

,,Ja natuurlijk,'' zei Max opgewonden, ,,ik ga de lucifers zoeken.''

Vera wilde nog iets zeggen, maar Max was al weg.

Het was al behoorlijk donker in huis. Ze hadden expres het licht niet aangedaan. Max haastte zich naar de keuken. De lucifers lagen in het laatje naast het fornuis. Hij moest op een krukje klimmen om er bij te kunnen. ,,Ik heb ze!'' riep hij naar Vera en hij rammelde met het doosje. Hij sprong van de kruk af en holde terug naar de kamer.

Vera had de kaars op tafel gezet. Ze was bezig de gordijnen dicht te doen. Gezellig. Het was al bijna zo donker dat je de kaars niet meer kon zien.

,,Wie mag hem aansteken?'' vroeg Max.

,,Ik,'' riep Vera meteen.

Stom van mij, dacht Max. Hij had het niet moeten vragen. Hij gaf Vera de lucifers en trok de gordijnen weer een stukje open, anders zag ze niks.

Vera streek een lucifer af. Het gaf een krassend geluid. Er kwam alleen geen vlammetje tevoorschijn. Ze deed het nog een keer. Deze keer sputterde er een paar kleine vonkjes. Maar verder kwam er niets.

,,Nou ik,'' zei Max. Hij pakte Vera de lucifers af en ging meteen aan de slag. De eerste lucifer brak toen hij hem afstreek. De tweede gaf een vlam. ,,Kijk!" riep hij meteen.

Van schrik ging het vlammetje weer uit.

Vera schoot in de lach.

Boos begon Max met de derde lucifer. Deze keer deed hij het rustig en stevig. De lucifer kraste langzaam langs het doosje, aan het einde sprong een vlammetje op. Meteen hield Max de lucifer scheef, zodat het vlammetje de ruimte kreeg om op te flakkeren. Toen het een duidelijke, rustige vlam was en boog Max zich naar de kaars. Hij hield de vlam bij het lontje.

Heel voorzichtig begon de kaars te branden. In het begin leek het wel alsof hij niet wilde, of niet durfde. Langzaam groeide hij, tot Max de lucifer uit moest maken, anders had hij zijn vingers gebrand. ,,Hij doet het,'' fluisterde Vera.

De kaars brandde inderdaad.

De vlam bewoog nog wat onrustig, maar toen Vera de gordijnen helemaal dicht had gedaan, bedaarde hij en ging hij hoog en stralend branden.

Max en Vera gingen er vlakbij zitten. Dat hoorde zo met een kaars.

Al snel keken ze allebei naar de vlam. Er gebeurde niets, maar toch was het prachtig om naar te kijken. Het lontje was niet wit meer, maar zwart. Aan

de onderkant kwam er een plasje gesmolten kaarsvet omheen te liggen. Als je daar lang naar keek, zag je in het vet de vlam weerspiegeld.

,,Mooi hè Max,'' zuchtte Vera na een tijdje.

Max knikte. Er glinsterden sterretjes in zijn ogen. Hij leek wel te dromen.

Ook Vera had een gek gevoel. Hoe langer ze naar de kaars en de statige vlam keek, hoe meer het een sprookje leek. Zij en Max in het donker rond een kaars. Samen in een hele kleine wereld, want meer dan een halve meter licht gaf de kaars niet en daarna was er niets meer, alleen maar duisternis. Ze staarde naar de vlam.

Zo zaten ze daar, Max en Vera, zomaar op een avond, naar een kaars te kijken. Af en toe hoorde ze heel zacht iets sputteren, en na een tijdje zagen ze een klein druppeltje kaarsvet langs de kaars omlaag druipen. Ze vonden het allebei zo'n mooi gezicht dat ze het niet tegen elkaar hoefden te zeggen.