Chirac: ik wist het niet

De Franse president Chirac heeft zich op tv verdedigd tegen beschuldigingen van corruptie. Hij presenteerde zich als slachtoffer.

In een interview van een uur op televisie, waar met grote spanning naar was uitgezien, heeft de Franse president Jacques Chirac gisteravond iedere betrokkenheid bij grootscheepse smeergeldpraktijken in de eerste helft van de jaren negentig resoluut van de hand gewezen. ,,Ik wist het niet [...] en kan het niet geloven'', zei de president. Hij zei zich als partijvoorzitter nooit met financieringsproblemen te hebben bemoeid – ,,net zo min als, naar ik me voorstel, andere leiders van grote politieke partijen''.

Dat er ,,hier en daar'' deals zijn gesloten met het bedrijfsleven, noemde hij ,,zeer waarschijnlijk'', maar dat er een systeem zou hebben bestaan waarbij politieke partijen ,,ik weet niet welke koek'' verdeelden, daarin zei de president ,,niet erg'' te geloven. Mocht het bewezen worden, dan zou hij ,,de eerste zijn om dat te veroordelen''.

Toegevend aan steeds grotere druk van zowel links als rechts en van de publieke opinie om te reageren op de toenemende aanwijzingen dat zijn partij een systeem van corruptie heeft georganiseerd, en wel op zijn inititatief, had Chirac alsnog een al langer lopende uitnodiging voor een interview van de zender TF1 aangenomen. Met name zijn dochter Claude, zijn belangrijkste pr-adviseur, had een optreden wijs geacht, omdat een voortgezet stilzwijgen steeds moeilijker te doorbreken zou zijn. Maar verwachtingen als zou de president à la Bill Clinton in de Lewinsky-affaire openlijk berouw tonen om vervolgens de bladzijde te kunnen omslaan, werden niet ingelost.

Integendeel, Chirac betoonde zich uiterst strijdlustig en zelfverzekerd en leek veel eerder zijn voorganger François Mitterrand als voorbeeld voor ogen te hebben dan zijn Amerikaanse ambtsgenoot. Even gewiekst als Mitterrand en bij vlagen met de allure van een groot staatsman keerde hij alle beschuldigingen en verdachtmakingen in zijn voordeel.

Zo zei hij ,,permanent slachtoffer'' te zijn en zich ,,ten diepste gekwetst'' te voelen door de aantijgingen. Niet zijn vorig jaar door de Constitutionele Raad ingestelde juridische onschendbaarheid was een probleem, maar juist het gegeven dat hij zich als staatshoofd niet verdedigen kon. Er is geen politieke en morele crisis, zoals alle media suggereren: ,,De corruptie heerst niet in Frankrijk.'' Het echte gevaar voor de democratie, de Republiek en het beeld van Frankrijk in het buitenland schuilt volgens Chirac in die voortdurende aanvallen in de media.

De ,,spektakel-rechtspraak'' van de media laat zich volgens Chirac niets gelegen liggen aan het principe van het vermoeden van onschuld tot het tegendeel bewezen is. De redelijkheid en het respect voor personen en principes zijn zoek.

Op de vraag of hij zich eventueel door onderzoeksrechters zou laten verhoren, zei Chirac vierkant ,,Nee!'' ,,Jammer genoeg'' moest hij als hoeder van de grondwet, de instituties van de Republiek en van de scheiding der machten vaststellen niet in de positie te verkeren om zich afhankelijk op te stellen ten aanzien van deze of gene door hemzelf benoemde rechter. In de rechterlijke macht, waarvan hij als staatshoofd de onafhankelijkheid moet waarborgen, zei de president ,,het volste vertrouwen'' te hebben, hoe moeilijk de rol van de rechters ook is, ,,met name wegens de toon in de media''.

Over de ,,cohabitation'' van een rechtse president met een linkse premier (Lionel Jospin), die vanwege de schandalen onder spanning staat, zei Chirac dat de kiezers die hebben gewild en dat zij beiden dus geen ruzie horen te maken. ,,De essentie is dat we beseffen dat we er zijn om de Fransen te dienen''. Van vermeende vijandschap tussen premier en president was volgens hem op de EU-top in Nice, vorige week, dan ook geen sprake geweest. Chirac schetste breeduit de vooruitgang die ,,Nice'' in zijn ogen voor de Europese integratie betekent, erop wijzend dat ,,het wenselijke'' nu eenmaal alleen bereikt wordt ,,via het mogelijke''.

De president toonde zich tegenstander van de omkering van de verkiezingskalender in 2002, een streven van premier Jospin, omdat ,,de regels van het spel'' volgens hem niet zomaar even veranderd kunnen worden.