Afwachtend paars

DE KERSTBOODSCHAP van Tweede Kamervoorzitter Van Nieuwenhoven was vroeg, maar duidelijk. In haar korte toespraak ter gelegenheid van het begin van het reces spoorde zij de leden van het kabinet aan om artikel 68 van de Grondwet eens door te lezen. In dit artikel staat dat ministers en staatssecretarissen de volksvertegenwoordiging mondeling of schriftelijk de door een of meer leden verlangde inlichtingen dient te verschaffen. Volgens Van Nieuwenhoven is er in de antwoorden aan de Kamer sprake van veel woorden, maar van weinig inlichtingen.

Haar verwijt was aan het kabinet gericht, terecht, maar een belangrijk deel van de Tweede Kamer zou zich de kritiek eveneens ter harte kunnen nemen. Want het is immers de Tweede Kamer, nog altijd het hoogste orgaan in ons bestel, die zich ook veel te vaak met de spreekwoordelijke kluit in het riet laat sturen. Het nu afgesloten begrotingsseizoen heeft daarvan weer veel voorbeelden te zien gegeven. Er is vaak om opheldering gevraagd, maar deze is slechts in beperkte mate gegeven, waarna de Kamer zich erbij neerlegde.

Als de afgelopen periode wordt overzien, hebben de belangrijke spelers in de Tweede Kamer zich meer met elkaar beziggehouden dan met het kabinet. Het resultaat was dat het kabinet ongestoord alle op prinsjesdag ingediende departementale begrotingen door de Kamer heeft weten te loodsen. De meeste begrotingsbehandelingen waren eerder `bijpraat-sessies' dan dat er werkelijk werd gedebatteerd. Nijpende keuzes lagen dan ook nauwelijks voor. De aanhoudende financiële meevallers maken scherpe afwegingen minder urgent.

Wanneer vroeger werd gesteld dat een kabinet was uitgeregeerd, dan had dat een uitgesproken negatieve betekenis. Bij het tweede paarse kabinet-Kok ligt dit anders. Hier betekent uitgeregeerd dat alle gestelde doelen reeds zijn bereikt. Maar de uiteindelijke politieke uitkomst, een bedorven verhouding tussen de coalitiepartners, kan dezelfde zijn. Wat dit betreft hebben de afgelopen weken de nodige voorbeelden te zien gegeven. De vele incidenten tussen de coalitiepartners duiden er op dat PvdA, VVD en D66 enigszins op elkaar uitgekeken raken. En juist omdat er geen grote beleidsvragen meer voorliggen, hebben de partijen ook alle tijd om zich bezig te houden met sfeertekeningen. Toch heeft het kabinet nog ruim anderhalf jaar te gaan en het zou dan ook zonde zijn als alle politieke energie nu al wordt gestoken in de mogelijke coalities na de verkiezingen van 2002.

OM DIE REDEN lijkt de voorzet die PvdA-fractievoorzitter Melkert gisteren in deze krant gaf ook interessant. Melkert wil het komend voorjaar met zijn coalitiepartners afspraken maken over een vernieuwing van het nu in grote lijnen gerealiseerde regeerakkoord. Een soortgelijke suggestie is overigens al in een veel eerder stadium door D66 gedaan. De vraag is alleen waarom Melkert hiermee tot volgend voorjaar wil wachten. Reeds het afgelopen voorjaar was duidelijk dat het paarse kabinet zonder agenda zat. De diverse begrotingsbehandelingen van de afgelopen maanden waren het moment bij uitstek geweest om op diverse terreinen nieuwe accenten te leggen, maar dat is toen verzuimd. Er zijn slechts zo nu en dan `voorschotjes' genomen op de toekomst.

Melkert wil nu dus opeens een `nieuw pact voor paars'. Niet alleen met het oog op het jaar 2002, maar ook voor een volgend regeerakkoord. In dat laatste zit tevens de beperking van het idee van Melkert. Als PvdA en VVD de afgelopen weken iets hebben duidelijk gemaakt, is het dat zij zich juist niet wensen te binden aan een mogelijke coalitie na de verkiezingen. Daarom is het `paarse pact' van Melkert in feite ook niets anders dan de opmaat voor die volgende verkiezingen.