Aangeraakt door het verleden

De Nederlandse Jutka Rona fotografeerde in Hongarije het leven dat ze had kunnen leven als ze daar was blijven wonen. Ze werd bevangen door een heimweegevoel zonder heimwee.

Er was altijd iets blijven hangen: het beeld van de ovale rondingen van een brug, een groot geel huis met torentjes, bepaalde stembuigingen en geuren. Momentopnames van een peuter in het vooroorlogse Boedapest. Lichtval, huizen, mensen en plaatsen. Ruims zestig jaar later vormen ze de basis voor een fotoboek over `een denkbeeldig leven'.

De Nederlandse fotografe Jutka Rona werd in 1934 geboren in Boedapest in een sterk geassimileerde joodse familie. Decennia lang was de Hongaarse hoofdstad het bruisend centrum geweest van culturele ontwikkeling en handel. Duizenden geassimileerde joden voelden zich meer Hongaar dan joods. In de loop van de jaren dertig veranderde de sfeer. Hongaars nationalisme groeide, antisemitisme stak de kop op. Vader Rona liet zijn gezin luthers dopen en vertrok naar Nederland. Van geassimileerde Hongaarse joden werden ze geassimileerde Amsterdamse joden.

Hongarije leek voorgoed achter de horizon verdwenen. ,,Mijn ouders zetten zich enorm in om te assimileren. Bij ons thuis leefde dat Hongaarse verleden niet. Onderling spraken ze wel Hongaars maar met ons niet.'

Toch bleven de beelden terugkeren, vertelt Jutka Rona op een herfstachtige zondagmiddag in Boedapest, kort nadat haar fotoboek ten doop is gehouden. ,,Het is zo raar dat je denkt: toch heb ik bepaalde herinneringen. Ik had nooit zoveel waarde gehecht aan mijn eigen observatie daarvan totdat iemand zei dat er niet zoveel mensen zijn die dat zo hebben.'

In 1996 besloot de fotografe het spoor terug te volgen van de steeds sterker worden beelden uit haar vroege jeugd. Ze zocht er plaatsen en mensen bij. Het werd een fotoboek rond acht hoofdpersonen. Aan de hand van hun levens laat Rona zien hoe haar eigen leven had kunnen zijn. Ze fotografeert ze thuis, op hun werk, tijdens familiefeesten, in hun buitenhuisjes en op stap. Tussen de foto's door vertelt Rona in teksten haar eigen Hongaarse verhaal en dat van de hoofdpersonen. ,,In de levens van die mensen zitten allemaal elementen die ook in mijn leven hadden kunnen spelen, als ik tenminste in leven was gebleven.'

Edit, een leeftijdgenote, voert de fotografe mee langs vervallen binnenplaatsen en afbrokkelende muren met kogelgaten. Ze is een kind van de binnenstad. Journaliste en intellectueel, kettingrokend. Ze vertelt over de oorlog waarin haar moeder het gezin uit handen van de Duitsers wist houden door zich voor te doen als Transsylvaanse, van de revolutie van 1956 waarin ze woordvoerster was van de studenten. Het had Rona's lot kunnen zijn, zij het dat Edit's wieg in de `hoeren- en zigeunerwijk' Józsefváros stond terwijl Rona in een sjieke wijk werd geboren.

De sociologe Zsuzsa woont in een appartement dat de sfeer ademt van het oude Boedapest. Het spoor lijkt rechtstreeks naar het verleden te lopen totdat het gesprek op de jaren zestig en zeventig komt, de jaren dat in Nederland alles mogelijk was. `Hier zou je je tot een heel ander iemand hebben ontwikkeld: iedereen leefde toen achter een barrière van zelfcensuur, zonder zich daarvan bewust te zijn', zegt Zsuzsa streng.

Bridgemiddagjes

Rona toont de wereld van de charmante, weinig serieuze, Laci. Het energieke, jachtige leven van de jonge Erika. De bridgemiddagjes van de vriendinnenclub van de ene Éva, het sterfbed en de begrafenis van de andere Éva. Het verhaal van Vera die haar roots terugvindt en van András die zowel in de VS als in Hongarije woont. Persoonlijke foto's naast anonieme straatbeelden: een oudere mevrouw die bij de tram staat, een man die langs de vuile sneeuwhopen op straat loopt, een vogel die boven de lelijke achterkanten van een huizenblok vliegt, een teckel die zijn poot optilt naast de ingang van een winkel.

Met Nederlandse directheid heeft Rona in haar Hongaarse achtergrond gegraven. De contrasten zijn op verschillende plaatsen zichtbaar. Niet alle Hongaren begrijpen dat. Zo vindt de familie van Laci bijvoorbeeld dat ze wel wat flatteuzer hadden kunnen worden afgebeeld.

Tijdens de presentatie van Een denkbeeldig leven in het Mai Mano fotomuseum van Boedapest, wordt de Nederlandse fotografe streng ondervraagd door de aanwezigen. Rona antwoordt in het Hongaars. Ze heeft de taal opnieuw moeten aanleren. Tot grote opluchting van de niet-Hongaarse aanwezigen maakt ze hier en daar een foutje door bijvoorbeeld te zeggen dat ze in Boedapest `gebakken' is in plaats van `geboren'. Het breekt de spanning in wat een loodzware intellectuele oefening blijkt te zijn.

Want het filosofische debat neemt een hoge vlucht. De één haalt Roland Barthes aan, een ander laat Balzac vallen en Laci, één van de hoofdpersonen in het boek, komt met Lao Tse aanzetten. In lange steeds dieper wegzakkende, monotone zinnen rijgen de Hongaarse intellectuelen hun gedachten aaneen. Jutka Rona blijft er vrolijk onder, ze probeert een grapje te maken maar moet later vaststellen dat haar daarvoor de snelheid ontbreekt in het Hongaars. Er gaapt een wereld van verschil.

Wat ze te zeggen heeft, staat in het boek, herhaalt ze nog maar eens voor alle duidelijkheid. De meest onpersoonlijk foto's vindt ze zelf de mooiste. Zij ademen een tijdloze weemoed. De een na laatste foto bijvoorbeeld, waarop een gure wintermiddag ligt vastgelegd: glimmend asfalt op de Andrássy út, natte sneeuw, onherkenbare mensen, diep weggedoken in winterjassen. Of de foto van de tuin van het badhuis: zomerlicht dat door het gebladerte van hoge bomen valt. En natuurlijk de eerste foto van het boek waarop de ovale bogen van de brug staan die Rona zich uit haar allervroegste jeugd herinnert. ,,Toen ik hiermee begon had ik het gevoel dat er iets aangeraakt werd in mijn lichaam, echt fysiek, wat nooit aangeraakt was. Alsof er in je maag iets aangeroerd wordt.' Ze omschrijft het als een heimweegevoel zonder heimwee.

Barsten

De Hongaarse samenleving is sinds de oorlog en het communisme een gespleten samenleving. Zeker in Boedapest. Rijken en armen, joden en niet-joden, ex-communisten en communistenhaters, de barsten lopen dwars door de samenleving. Rona loopt er argeloos tussendoor. Op één van de foto's is te zien hoe de schrijver Imre Kertész een prijs krijgt uit handen van burgemeester Demszky van Boedapest. De foto lijkt volkomen uit de lucht te vallen.

Kertész staat bekend als iemand die zich heeft ingegraven in de tweedeling in de samenleving. Als kind kwam hij in Auschwitz terecht, als overlevende heeft hij nooit enig begrip of enige warmte van Hongaarse zijde ondervonden. `De Hongaarse maatschappij moet mij niet en ik hoef de Hongaren niet. Ik ben hier alleen nog maar voor de taal', is zijn bitse conclusie.

Deze scherpe tonen komen niet terug in het boek van Rona. Ze weet eigenlijk niet goed waarom de foto in het boek staat. Ook niet waarom zeven van de acht hoofdpersonen jood zijn. `Het idiote is dat het eigenlijk een onderbewust thema is in dit boek: als ik in Hongarije gebleven zou zijn, zou mijn lot het lot zijn geweest van een jood'.

In het boek staat kort het verhaal van haar grootvader van moederszijde, een zeer geliefde kinderarts, die tijdens de oorlog op straat werd doodgeslagen toen hij onderweg was naar een patiënt. Zij vermeldt het met een paar woorden in de tekst. De speurtocht naar haar denkbeeldige leven raakt het thema nauwelijks aan. ,,Ik wist als kind dat ik joods was, ik heb in de oorlog een ster gedragen, maar mijn ouders hebben mij er nooit mee belast.'

In de Hongaarse maatschappij wordt onmiddellijk vastgesteld of iemand wel of niet joods is. Rona is daar nogal nuchter onder. ,,Het is gewoon een bepaling die hier vaak als antisemitisch wordt ervaren, maar zo voel ik dat helemaal niet. Eigenlijk heb ik er helemaal geen gevoel over. Ik weet nog steeds niet wat jood-zijn is, behalve in culturele en historische zin. Het is meer geschiedenis dan iets anders.'

Een denkbeeldig leven is een vaak argeloze, gevoelsmatige schets, geen antwoord op ingewikkelde vragen. Rona wilde haar `rare gevoelens' een plaats geven. Dat is gelukt. ,,Die gevoelens die je niet thuis kunt brengen zijn allemaal weg. Ik heb er iets voor gedaan. Ik heb ervoor gewerkt. Ik heb nu verdiend om me hier thuis te voelen.' Een nogal calvinistische conclusie, vindt ze zelf.

Jutka Rona: Een denkbeeldig leven, Hongaars Fotoalbum. Uitg. Thomas Rap, 192 blz. Prijs ƒ69,90.