Zwarte drab in het landschap

Jaarlijks stromen in Rusland miljoenen tonnen olie weg via verroeste oliepijpleidingen. Campagnemedewerker Martijn Lodewijkx ging dit jaar voor Greenpeace naar Rusland om de milieuschade te bekijken.

DE OLIEVELDEN BIJ HET STADJE Oesinsk in het arctische noorden van Rusland boden deze zomer een onthutsende aanblik: over het poollandschap van de republiek Komi had zich, voor zo ver het oog reikte, een stinkende zwarte drab verspreid. Volgens de plaatselijke autoriteiten was deze olie blijven liggen na de geruchtmakende olieramp in 1994, waarbij volgens schattingen van de VN bijna 500.000 ton olie uit lekkende oliepijpleidingen het Komi-gebied instroomde. De Russische autoriteiten hielden het overigens op 100.000 ton olie.

Martijn Lodewijkx van Greenpeace Nederland, die op een van zijn expedities voor de milieubeweging op de olievlek in Komi stuitte, denkt dat het om een recenter lek gaat: de olie was nog vers, zo constateerde hij ter plaatse.

In de Russische Federatie ligt men niet wakker van een olielek meer of minder, is Lodewijkx' conclusie na enkele maanden Rusland. Hij bezocht de afgelopen jaren diverse olievelden in Rusland en verbaasde zich over de zorgeloze houding van de Russen.

Lodewijkx: ,,Ruim zes jaar na de milieuramp in Komi, destijds een van de grootste olierampen in de geschiedenis, is pas veertig procent van de olie opgeruimd met geld van de Wereldbank. De resterende olie ligt er nog of is via de rivier de Pechora afgevoerd naar de Barentszzee. Lukoil – Ruslands grootste oliemaatschappij heeft in het betreffende gebied veel concessies – zegt de resterende olie nog wel op te willen ruimen, maar veel komt daar niet van terecht. Toen wij er in mei twee weken waren, gebeurde er nauwelijks iets. Alleen de laatste twee dagen van ons verblijf zagen we mannen in witte overals met lekkende waterslangen voor de vorm de olie in een meer spuiten, om het vervolgens af te dekken met zand.''

Ook de oorspronkelijke inwoners van Komi, veelal vissers, maken zich weinig druk om de olievervuiling. Een officieel visverbod wordt massaal genegeerd. De visvangst gaat gewoon door onder het mom `de vis stinkt dit jaar al minder naar olie', zo signaleerde Lodewijkx tijdens zijn reis.

Niet alleen het Komi-gebied, ook de olievelden bij de Kaspische zee en West-Siberië, waar zich het grootste oliewingebied bevindt, zijn lekkende pijpleidingen een gevolg van een sterk verouderd en slecht onderhouden leidingenstelsel. Rusland kampte vorig jaar, aldus het Russische ministerie van Energie, met maar liefst 27.000 olielekkages. Volgens de officiële schattingen lekt er jaarlijks zo'n vijftien miljoen ton olie weg uit doorgeroeste en kapotte pijpleidingen. Dat is 375 keer zoveel als de 40.000 ton olie die de tanker Exxon Valdez in 1989 in zee liet lopen, nadat het schip voor de kust van Alaska op de klippen was gelopen.

In West-Siberië, waar Greenpeace het afgelopen jaar een kamp organiseerde om olie op te ruimen, leek de vervuiling aanvankelijk nog mee te vallen. Zandwallen langs de wegen onttrokken de oliepoelen in moerassen en taiga aan het zicht, maar toen Lodewijkx even van de weg ging kon hij de enorme schade met het blote oog vaststellen.

Greenpeace heeft het Nederlandse milieu-adviesbureau Iwaco gevraagd in West-Siberië, waar tweederde van de Russische olie gewonnen wordt, monsters te nemen van rivierwater, drinkwater en vis. Via de milieu-effectrapportage die binnenkort zal verschijnen hoopt de milieuorganisatie meer inzicht te krijgen in de omvang en de gevolgen van de vervuiling door olielekken voor milieu en gezondheid.

De olie-industrie wil de feiten nog wel eens luchtig afdoen, zegt Lodewijkx. Olie is een natuurproduct en breekt vanzelf weer af, zo is de redenering. Maar volgens Lodewijkx wordt daarmee het probleem gebagatelliseerd.

,,Olie bevat giftige stoffen die als deze eenmaal in het grondwater of de voedselketen terechtkomen voor grote problemen kunnen zorgen. Het afbraakproces kan bovendien vele tientallen jaren duren, vooral in de toendra's van noordelijke deel van Rusland waar de olie ruim acht maanden onder de sneeuw ligt en lage temperaturen voor trage biologische processen zorgen.''

De trekvogels in het noorden, die de oliepoelen voor meren houden, en rendieren hebben volgens Lodewijkx veel te lijden van de olievervuiling. Hij vermoedt dat ook het grondwater schade ondervindt van de weglekkende olie. Daarnaast zijn de methodes waarmee de olie-industrie de olie hoopt op te ruimen een bron van zorg. De oliemaatschappijen steken de olie volgens Lodewijkx gewoon in brand, waardoor zwavel, roetdeeltjes en zeer giftige polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) vrijkomen.

De ernst van de problematiek deed Greenpeace dit jaar besluiten vaker in Rusland aanwezig te zijn. De Russische Federatie zou bovendien in de toekomst wel eens een belangrijke energieleverancier van Europa kunnen worden, denkt Lodewijkx.

,,De Noordzee raakt zo langzamerhand uitgeput. Europa is naarstig op zoek naar nieuwe olieleveranciers en voert al gesprekken met Rusland. Daarbij komt dat Rusland zeshonderd slapende Russisch-Westerse jointventures heeft met belangstelling voor de olie-industrie. Als straks de economische situatie in Rusland beter wordt, verwacht ik dat die ineens wakker worden. Een organisatie als Greenpeace kan er dan maar beter bij zijn, om er op toe te zien dat voor de exploitatie van de olievelden een redelijke standaard wordt gehanteerd.''