Vuur bij Bartoli en Chailly

Terwijl het oeuvre van Antonio Vivaldi (1678-1741) begin deze eeuw nauwelijks naam of faam genoot, omschreef stersopraan Cecilia Bartoli de componist vorig jaar als `de enige die de kleuren van Venetië in klanken wist te vangen'. Bartoli is in haar waardering voor Vivaldi een kind van haar tijd. Na de heruitgave van Vivaldi's instrumentale werken in 1947 verwierf zijn werk een hernieuwde populariteit, die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Het Concertgebouworkest speelde Vivaldi onder leiding van Mengelberg voor het eerst in 1909. Na Van Beinum en Haitink zet Chailly die traditie voort. Gisteravond dirigeerde hij een programma met werken die het orkest nog niet eerder speelde, en waarin ook twee concerten van Vivaldi een plaats kregen.

Chailly's visie op Vivaldi illustreerde de gevolgen van de doorbroken scheidslijn tussen barok- en symfonisch repertoire. Waar barokorkesten steeds vaker hun horizonten verbreden met klassiek- en romantisch repertoire, spelen symfonieorkesten het barokrepertoire op een manier waarin de verworvenheden van de authentieke uitvoeringspraktijk een plaats hebben gekregen. In de Concerti Alla rustica (RV151) en Madrigalesco (RV 129), beide voor strijkers en klavecimbel, bleek die kruisbestuiving uit een overwegend non-vibrato strijkersklank. Chailly zette zijn ensemble daarbij aan tot een respectvolle, voorzichtig ademende benadering van de melodiek, waardoor de wervelwinden in het Concerto Madrigalesco werden ingetoomd tot briesjes.

Behalve met de concerten van Vivaldi maakte het orkest ook voor het eerst kennis met een viertal aria's van Haydn en Rossini èn met soliste Cecilia Bartoli. In Chailly's visie op Rossini brandde het theatraal vuur. Met veel dramatiek ging hij het orkest in de Ouverture Le Siège du Corinthe voor in een haast ouderwets romantische weergave van de muziek, rijk aan krijgsgewoel, lichtvoetig kabbelende lijnen in de houtblazers en fraai uitgelichte strijkersklanken.

Bartoli bleek voor het Rossiniaanse belcanto een zeer indrukwekkend interprete. Zij doorkliefde de coloraturen van Ah non potrian resistere met instrumentaal gemak en gleed rinkelend door de wendingen van de als toegift gezongen aria uit Zelmira. Een gradatie minder klonk Haydns Non parmi esser fra gl'uomini, waarin haar snelle vibrato een ingetogen lyriek in de weg stond. Bartoli's vocaal temperament sprankelt nu eenmaal bij uitstek in drieste woede en desolate ontreddering, en in Haydns uitbundige Scene di Berenice gaf zij met gebalde vuisten en krijgslustig gekromde nek weer wel volkomen navoelbaar uiting aan het bezongen onrecht.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly m.m.v. Cecilia Bartoli (sopraan). Werken van Vivaldi, Haydn en Rossini. Gehoord: 13/12 Concertgebouw, Amsterdam. Herh.: 14/12. Radio 4:

31/12 14 uur.